Een echt wel wrede look

Het begin is goed. Bernard Wesseling (1978) voert in De favoriet, zijn eerste roman, een elfjarige jongen op, met een grimmige blik op de wereld. Het is zomervakantie en hij, Bart, bevindt zich in een tussenfase. De basisschool is net achter de rug en de middelbare school komt eraan. Hij ziet op tegen de nieuwe school, maar praat daar liever niet over, want anders zouden de anderen kunnen denken dat hij een angsthaas is, ofwel een homo. Dat is in zijn wereld de ergst mogelijke verdenking. `Dennis en ik gingen naar de zandboten omdat onze ouders dat hadden verboden', heet het dan ook stoer, in die eerste bladzijden. Zijn beste vriend, Joerie, is met vakantie en dus moet hij zich met Dennis, zijn tweede keus, zien te vermaken. Bij de zandboten is het gevaarlijk omdat er junks komen die er spuiten achterlaten, waarvan je aids kunt krijgen. `En aids was erger dan kanker, dat had Joeries moeder gezegd. Voor je tot twintig kon tellen viel je dood op de grond neer.'

Bart hoort niet meer bij de kleintjes, maar ook nog net niet bij de groten. De hormonen beginnen al enigszins op te spelen, de meisjes beginnen te lonken, maar het is nog niet duidelijk hoe hij met al die rare gevoelens in het reine moet komen. En ook niet hoe hij eigenlijk met zijn vrienden om moet gaan, die hij nodig heeft, maar die hem ook maar al te vaak ergeren en in de weg zitten.

De ontluikende puberteit met alle wisselende stemmingen vandien weet Wesseling in de eerste tien, twintig bladzijden nog wel aardig op te roepen. Achter al die korte, Grunbergachtige zinnetjes, waarin het onbeduidende leven van alledag beschreven wordt, gaat iets schuil dat ons later geopenbaard zal worden. Dat is althans de verwachting die bij de lezer wordt gewekt. Zeker als er kennis wordt gemaakt met Ron, een dikke Amerikaanse toerist die de jongens binnenroept in zijn luxe boot om cola te komen drinken, chips te eten en spelletjes te doen. Al gauw brengen ze hele dagen door bij Ron en zijn veel jongere vriendin – dagen die worden gevuld met nog veel meer chips en cola, Nintendo en televisie.

De lezer voelt dat er nu iets beslissends gaat gebeuren. Er zijn verschillende mogelijkheden. Gaat Bart Dennis verlinken om helemaal in zijn eentje de favoriet van Ron te kunnen worden? Gaan zijn ouders hem resoluut de verdere omgang verbieden met dit dubieuze leeghoofd dat alleen aan hamburgers, gebraden worst, friet, lasagna en seks kan denken? Legt de vriendin het aan met de jongens omdat zij wel trek heeft in een jong vlees? Of ontpopt Ron zich tot crimineel, tot kinderpornoliefhebber, tot een soort Dutroux misschien zelfs wel? Het eigenaardige van deze roman is dat hij na een veelbelovend begin maar blijft voortkabbelen en zich tot het eind toe blijft verliezen in ditjes en datjes. Er gebeurt welbeschouwd niets dat het vermelden waard is. Er is wel een soort intrige, maar die is zo iel en zo weinig substantieel dat de ontknoping geen enkele indruk maakt.

Wij volgen dus vooral Bart op zijn vage puberpad. Ruzietjes met vrienden, pesterijen op school, een knokpartij, masturbatiescènes, onduidelijke verliefdheden, cola-overgoten ontmoetingen met Ron, geklaag over ouders, onzekerheid over zijn uiterlijk, ook al verzekert een klasgenoot hem dat zijn `huidige look echt wel wreed was', getob over een vermeende groeiachterstand, bespiegelingen over meisjes, die `de neiging' zouden hebben `een vrij humorloos bestaan te leiden'. Dit alles wordt verteld in een stijl die geen enkele eigenheid verraadt. Wesseling schrijft uiterst gewone babbelzinnetjes, zonder smaak of kraak.

De vraag rijst wat hem ertoe mag hebben gebracht om de alledaagse avonturen van de jonge Bart in deze alledaagse taal aan de openbaarheid prijs te geven. Omdat hij die avonturen zelf heeft beleefd en meent dat alles wat echt is gebeurd vanzelf al de moeite waard is?

Met Bart komt het, voor wie daar nog in geïnteresseerd is, helemaal goed in De favoriet. Na een paar moeizame en onzekere jaren neemt hij op zijn veertiende een wijs besluit. Hij gaat zich, gesterkt door de aanwijzingen van Ron, veel minder aantrekken van de praatjes van anderen. Voortaan staat hij zijn eigen mannetje. `Ik denk dat ik het gewoon zat was', stelt hij ferm vast. `Al die schijtzooi over seks, en dat je een nul was als je geen wijf kon scoren.' Gelukkig weet Bart zelf op het laatste nippertje nog wel een wijf te scoren op een schoolfeest. Zo komt onomstotelijk vast te staan dat hij geen homo is. Dat is ongetwijfeld een pak van zijn hart.

Bernard Wesseling: De favoriet. Nijgh & Van Ditmar, 190 blz. €14,95