Een bedachtzame engel

Sinds zijn pensionering houdt Joop Admiraal zich ver van het klassieke teksttheater. Hij danste, hij improviseerde. Nu speelt hij bij het mime-gezelschap Carver.

Dansen met Laura. Dat vond Joop Admiraal het prettigst aan de voorstelling Sonic Boom van vorig seizoen, waarin dansers van de Vlaamse choreograaf Wim Vandekeybus samenwerkten met drie acteurs van Toneelgroep Amsterdam. ,,Ik hoefde bijna niets te doen, ik moest me door haar laten leiden. `Relax die schouder,' zei ze, `ík til je arm wel op'.''

Joop Admiraal glimlacht als hij aan Sonic Boom terugdenkt. Kitty Courbois en hij waren ouder dan de ouders van de dansers van Sonic Boom. Maar, zegt hij, ,,je hoefde nooit op je hoede te zijn. Ik vertrouwde ze volkomen; ze zwierden hun benen vlak langs je, sprongen over je heen als je op de grond lag. Maar ik dacht nooit: o jee, nou krijg ik een schop.''

Joop Admiraal wist van tevoren niet wat hem te wachten stond. Want hoe gaat zoiets bij Toneelgroep Amsterdam: ,,Wij waren aan het repeteren voor Oidipous. Er kwam een man bij de repetities zitten die na afloop naar Titus Muizelaar wees, naar Kitty Courbois en naar mij, en zei: jullie wil ik hebben. Zo werd het besloten. Kitty en ik wisten verder nog van niks.''

Maar de acteur vindt dat niet erg. Sinds hij in 1999 met pensioen ging, doet hij alleen nog maar dingen die hij zelf leuk vindt. Die dingen liggen doorgaans ver van het klassieke teksttheater en dicht bij beweging, improvisatie en experiment. Hij deed dus mee aan Sonic Boom. Hij maakte Vertraagd Afscheid met Hans Kesting. Hij gaat met Martin van Poppel en Dick Boutkan een voorstelling maken die Dood heet. En momenteel speelt hij in de nieuwe voorstelling van het mimegezelschap Carver, Zuur.

,,Ik dacht al een tijdlang: als ik met pensioen ben, ga ik met Carver meedoen'', vertelt hij in zijn keuken. ,,Ik vind ze leuk, ik houd van hun humor. En ze maken alles zelf, dat vind ik belangrijk. In het repetitielokaal gewoon beginnen vanuit het niets, dat vind ik eigenlijk het allerleukste. Leuker nog dan spelen. Bij Carver is de basis: improvisatie, net als indertijd bij het Werktheater. Ze nemen alles op, op video, en kijken dat na afloop van de repetitie terug. In het begin vond ik dat eng. Bij het Werktheater deden we dat nooit. Alle magie is weg, het is heel kaal als je jezelf zo van de buitenkant ziet. Dat bandje staat altijd aan, ook als er een middag lang niets komt en je alleen maar de slappe lach krijgt met zijn allen. Het helpt je daarom ook, het geeft een soort stok achter de deur; je moet door, want dat bandje staat te draaien. Alleen het afkijken is minder. Je denkt: dit hoef ik echt niet te zien, dan krijg ik een depressie.''

Cocons

Het raadselachtige Zuur toont vier eenzame mensen in een leeg grijs café die roddelen over buurtgenoten. Af en toe komen er vreemdelingen binnen met groteske maskers op. Dan wordt er gedanst; in de armen van de vreemdelingen lijken de cafébezoekers even uit hun verstikkende cocons te kunnen stappen. Totdat de vreemdeling in kwestie verdwijnt en alles weer wordt zoals het was. Helemaal gewoon is dat overigens allerminst, want kostuumontwerpster Carly Everaert heeft ervoor gezorgd dat die vier benauwde zielen eruitzien als een zuurstokversie van een schilderij van Edward Hopper. Actrice Beppie Melissen kreeg een azuren pruik op en Leny Breederveld een knalroze, met jurken in dezelfde kleur. Rene van 't Hof draagt een blauwzwarte pruik en een blauw overhemd. Het jasje van Joop Admiraal is bruin en zijn broek heeft de kleur van caramelpudding uit een pakje. Hij draagt een pruik in de kleur van gestoofde worteltjes. ,,Een mooi pruikje uit de feestwinkel'', zegt hij. ,,Als de voorstelling niet goed gaat, kruipt het omhoog. Als de voorstelling goed gaat, blijft het zitten. Gek hè?''

Deze keer begon Beppie Melissen, die de thema's van de voorstellingen van Carver bedenkt, bij de verhalen van Raymond Carver, zoals vaker. Maar ook de film Far from Heaven van Todd Haynes en de roman Revolutionary Road van Richard Yates dienden als inspiratiebron. Beide spelen in de jaren vijftig; tot in perfectie volgehouden omgangsvormen verhullen leegte en wanhoop. Gerardjan Rijnders, die elke week kwam kijken, bedacht vervolgens dat Zuur moest gaan over vier mensen die alleen met elkaar kunnen communiceren door over anderen te praten.

Joop Admiraal: ,,Dat is angst, natuurlijk. Als ze over anderen praten weten ze tenminste zeker dat ze het met elkaar eens zijn; dan vinden ze houvast bij elkaar. Die mensen zijn eigenlijk net poppen, lege, bange poppen. Als acteur heb ik in deze voorstelling weinig houvast we hebben niet eens namen in het stuk! Je moet zo'n karakter dan maar dicht bij jezelf zoeken, in kleine dingen. In het begin speelde ik nog te veel toneel, deed te veel mijn best. Dat klopte niet; als ik een grap maakte, werd het doodstil in de zaal. Het moest gewoner, maar ook weer niet té er zit toch ook onthechtheid in die figuren. Aanvankelijk rookte ik bijvoorbeeld een sigaret. Ik vind dat altijd heel prettig, een sigaret roken op het toneel. Maar dan verloor ik die stilering, dus die sigaret moest weg. Bovendien vindt het publiek het niet leuk meer als je rookt. Ze gaan tegenwoordig altijd hoesten.''

Ivo van Hove, de zakelijk en artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, zei tegen Joop Admiraal: ,,Je gaat nu dit jaar die alternatieve dingen doen, maar daarna kom je wel bij ons terug.'' Admiraal moet een beetje lachen als hij dat vertelt. Hij is immers al lang niet meer in dienst bij Toneelgroep Amsterdam. Maar het is goed om bij de familie te horen, er volwaardig lid van te zijn. Toneelspelers smeden samen een complot. ,,Ik vind dat heerlijk. Samen in de bus naar huis, met een voldaan gevoel omdat je een goede voorstelling hebt gespeeld. Rijden in het donker. Als Pierre Bokma of Hans Kesting aan boord zijn, krijg je 's avonds ook nog vermaak.'' Zelf zorgt hij doorgaans niet voor entertainment. ,,Maar ik lach heel hard. Ik ben een goede toehoorder.''

Alleen Joop

Volgend jaar gaat Arjan Ederveen bij Toneelgroep Amsterdam een voorstelling maken, met maar één acteur van het gezelschap. Ederveen, zegt Admiraal, zei tegen Van Hove: ,,Ik wil alleen met Joop.''

Dát Arjan Ederveen dat wil, begrijpt iedereen die Joop Admiraal wel eens heeft zien spelen. Vroeger, bij het Werktheater. In U bent mijn moeder, zijn beroemde solo uit 1982 waarin hij zowel zichzelf als zijn zwaar demente moeder gestalte gaf. In de film Hersenschimmen uit 1988 naar het boek van Bernlef over Alzheimer, of vanaf 1987 in tientallen rollen bij Toneelgroep Amsterdam. Een tenger lichaam met naalddunne benen, de dunne huid over de schedel en het hoge voorhoofd, de wijde ogen en de langzame, zorgvuldige gebaren met iets aarzelends erin nu hij ouder is, oogt Joop Admiraal als een bedachtzame engel.

Wim Vandekeybus zag dat ook, want die liet in Sonic Boom een van zijn mannelijke dansers Joop Admiraal optillen, telkens weer, de hoogte in. Admiraal hoefde niets anders te doen dan zijn armen te strekken. Vervolgens ging hij plat voorover op de grond liggen, waarna hij met bloem werd bestoven. Toen hij weer opstond, bleef zijn omtrek achter in het wit. ,,Ik werd heel licht van dat optillen, heel licht. Die danser was stérk! Ik weeg toch zestig kilo. Als ik de hoogte in was geweest, ging ik daar héél licht van lopen. Alsof ik nog altijd zweefde.''

Je verandert weinig als je ouder wordt, zegt Joop Admiraal, nu 67. ,,Je ogen tranen als het waait, dat is vervelend. Maar verder blijf je altijd dezelfde. Op je twintigste heb je geen zin om af te takelen en dood te gaan. Op je zeventigste heb je daar nog steeds geen zin in. Ik ben negen jaar lang elke zondag naar mijn moeder toegegaan toen zij dement werd. Ik hoopte toen dat ik niet zou hoeven doorstaan wat zij doormaakte, en ik hoop dat nu nog steeds. Mijn moeder was op het laatst een plant. Een plant die bewoog en waar je een snoepje instopte. Ze had altijd gezegd: ik wil dood, maar dat kon toen nog niet, euthanasie was nog nauwelijks bespreekbaar. Later zei ze dat niet meer, omdat ze het niet meer wist. Ze wist niet meer dat ze dood had gewild.

,,Na de dood van mijn moeder ben ik lid geworden van de euthanasiebond. Ik wil pillen. U bent mijn moeder heb ik dáár eigenlijk om gemaakt; het was een voorstelling over euthanasie. Maar omdat die man in de voorstelling zo áárdig voor zijn moeder was, is dat helemaal niet opgepikt. Terwijl ik ermee wilde zeggen dat mijn moeder geen leven meer had, en dat er dus zoiets als euthanasie moest komen. Als ik nu op zondag naar Ramses ga, zie ik in zijn verzorgingstehuis ook mensen die er vreselijk aan toe zijn. Ik hoop dus maar dat men te zijner tijd zal zorgen dat ik het niet tot het einde toe hoef vol te houden.''

Ramses

Opnieuw maakt Joop Admiraal zulke zondagse tochten, ditmaal naar Ramses Shaffy, zijn ex-collega bij de Nederlandse Comedie en ooit zijn geliefde. ,,In het begin dacht ik: ik doe dat niet. Niet weer. Ik zag er tegenop. Toen bood Kitty Courbois aan om mee te gaan. Nu gaan we altijd samen. Zo moet je dat ook doen. Je moet niet elke keer die beslissing nemen. Je moet niet zeggen: het is nu zaterdag, zal ik gaan? Of morgen? Of deze week maar niet? Nee, je gaat gewoon elke zondag, zonder daar verder nog over na te denken. Ramses is erg bij; het gaat goed met hem. Hij weet nog veel van vroeger, veel meer dan wij.''

Nu hij ouder is hoeft Joop Admiraal op het toneel steeds minder te doen, alleen maar te zijn, heeft hij wel eens gezegd. Een ander zei over hem: `Als hij zijn mond houdt, is het óók waar wat hij doet.' Zelf trekt hij ironisch zijn werkbrauwen op als hij dat terughoort, maar het klopt. Wie Admiraal ziet spelen raakt ontroerd, die voelt zijn eigen kwetsbaarheid. Joop Admiraal weet dat, hij speelt er soms zelfs een beetje mee, maar niet meer dan een beetje. Op koketterie is hij niet te betrappen, op zelfspot wel.

Hij meent het als hij zegt dat hij eenvoudigweg niet kan stoppen met werken, omdat hij na al die jaren nog even afhankelijk is van toneelspelen. ,,Heel lang heb ik maagpijn gehad, ik ben er zelfs aan geopereerd. Als ik twee weken na de première van het een nog niet aan iets anders was begonnen, dan had ik pijn. Ik dronk thee en at kaakjes en had pijn. En als ik dan weer met repeteren begon, fijn iets nieuws ging maken, dan werd het laat en dan dronk ik koffie en sherry, wat helemaal niet mocht. Maar dan voelde ik niets. Allemaal psychisch dus, die maagpijn. Lang heb ik gedacht dat het wel zou overgaan als ik ouder werd. Dat ik dan niet meer zo afhankelijk zou zijn van dat spelen. Maar nee. Als ik niets te doen heb, word ik depressief. Tegenwoordig geef ik mezelf dan een taakje, om niet somber te worden. Toen ik vorig jaar drie maanden niets had, ben ik snel Proust gaan lezen.''

Komt daar de ontroering vandaan die Admiraal op het toneel teweegbrengt? Ziet het publiek zorgvuldige toewijding, die eigenlijk afhankelijkheid is? Joop Admiraal kijkt zijn bezoek verbaasd aan: ,,Ik hóu van toneelspelen'', zegt hij. ,,Dat is, denk ik, wat de mensen zien. Het heeft mijn liefde, het is het liefste wat ik doe. Ik sta ook heel graag in de coulissen naar mijn collega's te kijken. Ik kan niet onder de voorstelling een kaartje leggen, zoals anderen wel doen. Het leukste is als je helemaal niet af mag, als je de hele voorstelling op het toneel mag blijven. Bij het Werktheater was dat prettig geregeld: als je daar `af' was, zat je op de eerste rij. Zo vormde je als het ware een buffer tussen het publiek en je medespelers, bijna ter bescherming.''

Denkt hij nog wel eens een solo te spelen, zoals U bent mijn moeder, en een paar jaar geleden nog Phèdre? ,,Alleen als het echt niet anders kan. Als ik tachtig ben en niemand me meer wil hebben. Maar verder liever niet. Ik vond het zwaar. Alleen op, alleen spelen nee, dat wil ik echt niet meer.''

Hij verheugt zich op Dood, de voorstelling die hij na Zuur gaat maken. En dan volgend jaar werken met Arjan Ederveen en Gerardjan Rijnders. De titel van die voorstelling luidt: Echt iets om naartoe te leven.

`Zuur', eindregie Gerardjan Rijnders. Tournee t/m 4 september. Inl. www.theatergroepcarver.nl