De regen houdt niet op

Lezers van Maggie Gee's roman The White Family zullen zich in haar volgende boek eerder thuisvoelen dan anderen, want de familie keert erin terug: de overleden parkwachter die in de herinnering voortleeft, zijn weduwe, de drie kinderen en hun aanhang. Niet dat dit een vervolg is; het is een heel ander verhaal, en de Whites die eerder domineerden zijn nu maar acht personen onder velen. Er zijn geen uitgesproken hoofdpersonen, alleen figuren die vaker ter sprake komen dan de anderen.

Het dominante element is de watervloed uit de titel. Een gestage regen spoelt de stad onder – de hoger gelegen wijken maar dunnetjes, en de hoogste punten net niet. De stad waar het over gaat lijkt op Londen, de rest van Engeland blijft uit het zicht; zo ook de rest van de wereld, behalve Amerika onder de schuilnaam Hesperica. De geschiedenis speelt zich dus niet precies af in de wereld die wij kennen. Wèl suggereert Gee dat de watervloed werkelijkheid kan worden, op onze precaire plaats in het heelal.

Zelfs wie de Whites kent zal op den duur moeite hebben zich te oriënteren tussen al die nieuwe gezichten. De ontmoeting met een figuur die op pagina 300 een oude bekende lijkt, doet je minutenlang terugbladeren. Alleen gelukkigen met een haarscherp geheugen zullen The Flood in één ruk onbekommerd doorlezen. Onbekommerd als het over de herkenning van de namen gaat, maar aangegrepen door het lot dat deze figuren wacht.

Al is klimaatverandering geen actualiteit, enige benauwenis voelt iedereen wel, en daar speelt Maggie Gee op in. Haar personen ploeteren nuchter van bovenverdieping naar bovenverdieping, en er zijn geen berichten over noodvoorzieningen voor onbehuisden. Alleen een groep genaamd One Way Brotherhood ziet het einde van de mensheid naderen. Hoewel sommige diensten niet werken, is er genoeg te eten, de televisie speelt door en sommige mensen gaan avondjes uit. Dat zij blijkbaar vertrouwen op een betere toekomst is verwonderlijk, want je voorziet al gauw dat dit boek over iets ergs gaat.

De meeste personen in het verhaal blijven passanten. Tussen de enkelen die gevoeliger tot de verbeelding spreken onderscheiden zich twee oude bekenden: May, de weduwe van de parkwachter Alfred, en haar zoon Dirk, die in de gevangenis zat voor een moordaanslag. May was aan het sterfbed van haar echtgenoot het toonbeeld van een vrouw die zichzelf wegcijfert; zo is zij gebleven in de eenzaamheid, trouw aan de herinnering, bescheiden en onopvallend met de gedichten van Tennyson in haar tas; haar zoon is ook onveranderd na zijn straftijd, onmachtig en haatdragend. De andere personages, soms opmerkelijke mensen, laten zich maar af en toe van dichtbij zien. Wat al die mensen persoonlijk meemaken, zal niemand zich aantrekken. Het is wèl ontstellend wat hun samenleving overkomt, zo voorstelbaar dat je je als lezer soms vervreemd voelt van je eigen omgeving. Of loopt het toch nog goed af?

Nee, het gaat niet goed. Even lijkt het of de regen opgehouden is. De waterstand daalt, en de mensen zijn oppervlakkig opgelucht. Op een groot galafeest verschijnen alle bekende en aanzienlijke stedelingen in hun mooiste kleren. Maar even later komt er een geweldige vloedgolf aanzetten die veel hoger stijgt dan tevoren. Mensen proberen naar de heuvels te vluchten, naar de daken, de boomtoppen. Tevergeefs.

Hoewel de gebeurtenissen maar half geloofwaardig zijn, blijft Gee's verhaal je een tijd achtervolgen. Het vertolkt een deel van de schrik van het leven in deze tijd – en het is te begrijpen hoe zij erop gekomen is.

Maggie Gee: The Flood. Saqi, 341 blz. €13,–