De ladykiller is elf jaar oud

De mooiste passage uit Tomek Tryzna's nieuwe roman Ga, heb lief, begint al meteen op de eerste bladzijde als de verteller, Roman Stratos, op een keldertrap het `smoelwerk' van een vrouw staat `af te likken' in ruil voor een ritje met haar auto. `Een minuut in de auto voor een minuut zoenen', is het tarief. Het belooft veel voor de rest van het boek, waarin een hoofdrol lijkt te zijn weggelegd voor een geestige macho-held. Een paar bladzijden verderop blijkt deze hitsige ladykiller echter een elfjarig jongetje te zijn en de vrouw een iets ouder meisje. De felbegeerde auto rijdt niet sneller dan twaalf kilometer per uur en de tocht beperkt zich uiteindelijk tot een kwartier – zes rondjes over de Markt.

Tijdens die vrolijke rit voltrekt zich een drama dat het begin is van het eigenlijke verhaal. Want terwijl Roman over het marktplein scheurt, halen dieven zijn ouderlijk huis leeg. Hij heeft het ze daarbij ook nog eens extra makkelijk gemaakt doordat hij de voordeur open heeft laten staan – wat hij niemand overigens zal bekennen.

De nu volgende hoofdstukken van Ga, heb lief gaan over de inlossing van die schuld. Roman probeert voortdurend methoden te verzinnen waarmee hij rijk kan worden om het ongeluk dat hij over zijn ouders heeft uitgestort ongedaan te maken. Dat leidt tot komische situaties, vol overdrijvingen en doldwaze fantasieën die vaak op schitterende wijze worden gepresenteerd. Zo droomt Roman, terwijl hij in de klas zit, dat zijn moeder binnenkomt met het bericht dat ze de loterij heeft gewonnen en probeert hij een fortuin te vergaren met de verkoop van zelfgemaakte speelgoedsoldaatjes. Het is opgeklopte, valse hoop die uiteindelijk niets oplevert, behalve sprankelende literatuur.

Ga, heb lief ontleent zijn grote kracht aan de wijze waarop Tryzna de verbeeldingswereld van een kind laat zien. Hij doet daarin enigszins denken aan de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal, die vaak net zo kinderlijk verlekkerd naar de wereld om zich heen keek als hij. Neem alleen al Tryzna's beschrijving van de manier waarop hij Roman een rijtje van zeven porseleinen varkentjes in een winkeletalage laat beschrijven: `Het eerste was heel groot, het laatste heel klein. Ik keek er graag naar. Ze zagen er vrolijk en lief uit. Toen was ik daar ook heel even stil blijven staan, en opnieuw kon ik mijn ogen niet van ze afhouden, en volgens mij ging er zeker een halfuur voorbij voordat het tot me doordrong dat ik mijn vader moest gaan halen.' Een mooiere en simpelere opmaat naar de wanhoopssituatie die nu volgt kun je bijna niet bedenken.

De Poolse filmregisseur en beeldend kunstenaar Tomek Tryzna (1948) werd tien jaar geleden wereldberoemd met zijn debuut Meisje Niemand, een roman over een pubermeisje dat van het platteland naar de grote stad verhuist en daar haar onschuld verliest. Meisje Niemand werd door velen gezien als een allegorie op de ontwikkelingsgeschiedenis van het Poolse volk. Nationale helden als Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz prezen het uitvoerig. Andrzej Wajda stapte er zelfs voor uit zijn artistieke impasse en verfilmde het.

Ook in Meisje Niemand ging Tryzna de rauwe werkelijkheid te lijf met een droomwereld. Het is een vorm die hij in Ga, heb lief voortzet. Dit keer lijkt Tryzna met die droomwereld echter ook zijn eigen jeugd in het communistische Polen van de jaren vijftig en de huwelijkscrisis van zijn ouders te willen beschrijven. Hij laat zich daarbij behalve van zijn humoristische ook van zijn serieuze kant zien. De wijze waarop hij Romans drinkende vader en suïcidale moeder neerzet is soms hartverscheurend. Tussen de regels door schuift de Tweede Wereldoorlog regelmatig voorbij, zoals in de persoon van Romans tweehonderd kilo wegende oom Niutek die na zijn vrijlating uit Auschwitz is begonnen met eten zonder daar ooit mee op te houden.

Zelf vertelde Tryzna, nadat hem een belangrijke Poolse literaire prijs was toegekend, in een interview dat het oprakelen van die traumatiserende gebeurtenissen uit zijn jeugd hem niet gemakkelijk afging. Je zou daaruit kunnen opmaken dat hij daarom voor de overdrijving heeft gekozen als middel om het leed van zijn meest schrijnende trekjes te ontdoen.

Ga, heb lief bevat onverholen kritiek op het communistische systeem, waarin privé-initiatief verboden was. Zo wordt de armoede waarin Roman zijn ouders stort mede veroorzaakt doordat ook hun naaimachine is gestolen. Met dit – illegale – bezit verdienden ze naast hun werk in de staatskleermakerij wat bij, zodat ze een iets beter leven konden leiden dan hun door het communistische regime werd gegund. Ook hier lijkt de keuze om die kritiek aan de hand van de verwondering van een kind te doen een heel gelukkige.

De wanhoop van een kind is volgens mij zelden zo geestig en ontroerend beschreven als in dit boek. Dat de kracht van het Poolse origineel ook in de fraaie Nederlandse vertaling bewaard is gebleven is dan ook een extra geschenk.

Tomek Tryzna: Ga, heb lief. Vertaald uit het Pools door Karol Lesman. De Geus, 255 blz. €22,50