De herovering van joods land

Orthodoxe joodse kolonisten hebben eerder deze week bezit genomen van een flatgebouw in Arabisch Oost-Jeruzalem. De Arabische bewoners zijn eruit gezet. `Het was tijd om in actie te komen voor de hereniging van Jeruzalem.'

De nieuwe joodse bewoners van het nog geen jaar oude flatgebouw in de Arabische wijk Silwan in Oost-Jeruzalem openen de deur gewapend met uzi's en glanzend gepoetste pistolen. Onder de kogelwerende vesten steken de tsitsith uit, witte snoeren ten teken dat de gedachten van deze joden voortdurend op God en Zijn geopenbaarde Wil zijn gericht.

Of dat werkelijk het geval is op deze donderdagmiddag is de vraag, want zij voeren drukke conversaties via walkietalkies. Tien minuten later wringen vier personenbusjes zich door de smalle Al-Maraghastraat van Silwan (aan de voet van Olijfberg en de Oude Stad). Arabische vrouwen kijken misprijzend toe hoe mannen met gebreide keppels huisraad en dozen met kleren uitladen. Arabische jongens en mannen blijven op afstand, want de nieuwe bewoners worden ook nog bewaakt door de Israëlische grenspolitie, zwaar bewapende tough guys met opgeschoren hoofden. De spanning hangt bijna grijpbaar in de lucht.

Inmiddels is ook leider David Lurie gearriveerd, slechts gewapend met de attributen (drie mobiele telefoons, brede lach) van de public-relationsman. Hij introduceert zich als de voorzitter van het `Comité voor de vernieuwing van het Jemenitische dorp in Shiloah', Hebreeuws voor Silwan. ,,Dit is joods land, wij pioniers zijn hier om joods land terug te veroveren en te behouden voor vele toekomstige generaties. De tijd was aangebroken om niet alleen te praten over het verenigen van Jeruzalem maar om in actie te komen'', zegt Lurie, wiens ,,lichaam in 1959 in Australië werd geboren en zich tien jaar geleden bij zijn joodse ziel in Israël voegde''.

Nog geen 72 uur eerder bonkte de groep van Lurie in het holst van de nacht op de deur van het zes etages tellende gebouw. De Arabische bewoners, meest huurders, van de negen appartementen werden op straat gezet door politie en leger. Met traangas werden stenengooiende en demonstrerende buurtbewoners op afstand gehouden, zes werden gearresteerd.

Het verhaal van Lurie komt erop neer dat Silwan ,,weer een joodse stad moet worden.'' Hier lag tot de grote rellen van 1928 het dorp Kfar HaShiloah, waar zich in 1881 joods-Jemenitische families hadden gevestigd. ,,Wij zijn hier verdreven in 1928 en tijdens de rellen van 1936 en wij claimen nu ons land in het hart van Jeruzalem, in het hart van Eretz Israel, terug'', zegt Lurie.

Verderop in de straat is een paar jaar geleden al een gebouw `overgenomen' van de Arabische bewoners. In totaal hebben zich sinds eind jaren '90 ongeveer vijftig joodse families in Arabisch Oost-Jeruzalem gevestigd. Hun huizen, soms containers op een bouwterrein, zijn herkenbaar aan de vlaggen, wachttorens, hekken en gewapende bewakers. In enkele gevallen zijn die huizen en terreinen met vervalste eigendomspapieren overgenomen. Lurie ontkent ten stelligste dat hun gebouw illegaal, dus gestolen is, zoals de buren denken. ,,Wij hebben het gebouw van de eigenaar gekocht via twee bemiddelingspersonen. Als een Arabier wil verkopen, en velen willen dat best, slaan wij toe. Er wonen hier ook veel Arabieren illegaal en die proberen wij met wettelijke middelen weg te krijgen.''

Een verzoek aan David Lurie om de eigendomspapieren te mogen inzien, wordt afgewezen en de andere jonge bewoners van het gebouw reageren vijandig op de vraag of het huis werkelijk is gekocht of is geannexeerd. Hun comité behoort tot Ateret Cohanim, een organisatie van joodse kolonisten die financieel gesteund wordt door donateurs in de VS, en dus prijzen kan betalen die boven de marktwaarde uitkomen. Eigenaar was Mohammed Maraghe (38) – de straat is ook vernoemd naar deze familie. Waar aannemer Maraghe is weet niemand, ook zijn vrouw Tima niet, die na de huisuitzetting met haar twee kinderen is ingetrokken bij een zwager. ,,Ik weet niet waar hij is. Hij zou een paar dagen naar Amerika gaan, maar ik heb niets van hem gehoord. Iedereen hier denkt nu dat hij een verrader is, een collaborateur. Misschien is hij wel gearresteerd of gekidnapt en vermoord.'' Zij ontkent dat er huwelijks- of geldproblemen waren. Motief en verblijfplaats van Mohammed blijven een onopgelost raadsel. In elk geval is terugkeren geen optie meer, nu hij in de buurt wordt beschouwd als een collaborateur die gedood moet worden.

Feit is dat Palestijnen gezien `de situatie' in het diepste geheim en via bemiddelaars hun huizen verkopen aan joden en vertrekken naar Ramallah, of liever nog naar het buitenland. Soms spelen financiële problemen na verlies van werk of winkel een rol. Hotels in Oost-Jeruzalem die de hypotheek niet meer konden betalen zijn zo in joodse handen gekomen.

Het ideaal van een verenigd Jeruzalem wordt ook door het gemeentebestuur en de regering met alle mogelijke middelen gesteund. Aan de oostkant is het Arabisch stadsdeel met de talrijke bijbelse plaatsen omzoomd met nederzettingen; de wegen naar Abu Dis en Bethlehem op de bezette Westelijke Jordaanoever zijn afgegrendeld door de muur (het zogeheten veiligheidshek is hier een muur van acht meter hoog beton). Arabisch Jeruzalem wordt daardoor steeds kleiner. ,,Nu komen ze ook al hier'', fluistert de 17-jarige Aisheh, die samen met haar zusjes bij haar tante Salme een paar huizen verder woont. Haar ouders wonen in Hebron en zij gaat in Jeruzalem naar school. ,,Zij zijn heel vijandig. Ik haat ze, omdat we opeens geen avondwandelingen meer kunnen maken''. Overbuurman Ahmed Anwar (64): ,,Ik vrees dat ze over tien, vijftien jaar in de meerderheid zijn. Ik weet hoe het gaat, want mijn vader had een groentezaak in West-Jeruzalem en is in 1948 verjaagd. Nu zijn wij aan de beurt.''