De beste scheelkijker van de wereld

Voor scheel kijken heb je twee ogen nodig. Maar je moet er wel apart mee kijken. Voor mensen is dat moeilijk. Voor kameleons niet.

De kameleon is de beste scheelkijker van de wereld. Die Afrikaanse hagedis kijkt voor ons raar uit zijn ogen. Ze steken ver uit de kop, en zijn ieder apart ook nog eens het meest bewegelijk van alle dierenogen. Ze kunnen alle kanten op en dat doen ze ook graag. Het lijkt wel of het ene oog geen idee heeft van wat het andere doet. Niet alleen de richting is anders. Dat oog kan ook verder weg of juist dichterbij scherp stellen dan het andere oog. Elk gaat zij eigen gang. Ieder met eigen beeld, waar die kameleon dan maar voor de helft bij is.

Misschien is dat wel het `wij'-gevoel van de kameleon. Hij voelt zich vaak met zijn tweeën. Totdat één van zijn ogen iets lekkers ziet, zoals een krokante kever. Dan komt ook het andere oog aanzwaaien. Het richt, stelt scherp – en dan heeft de kameleon opeens hetzelfde beeld van twee ogen. Net als wij ziet hij dan heel goed diepte. Geconcentreerd turend voelt hij zich nu één, en bekijkt hoe ver de prooi is – en schiet daar zijn lange kleeftong op af. Ráák – en hij haalt zijn tong met kever weer binnen. Krak, smak smak, nog even die geconcentreerde blik bij het slikken – en dan waaieren de ogen alweer uit elkaar. Ieder apart op zoek naar iets boeiends.

Er zijn meer dubbel kijkende dieren. Er zijn zelfs heel gewone dieren die zo'n aparte kijk op dingen hebben, per oog. Vogels. Die hebben hun ogen flink aan de zijkant staan, en kunnen ze ook een beetje apart van elkaar sturen om verschillende dingen tegelijk te bekijken. Een merel kan met een scheef hoofd naar een worm speuren op de tuingrond, en met het andere recht de hemel in kijken, of er geen roofvogel aankomt.

Jammer dat merels niet van die tuitjes op hun ogen hebben, zoals kameleons. Want dan zouden we mooi kunnen zien hoe vaak ze scheelkijken. Maar zo knap en mooi apart als bij een kameleon – nee, zo wordt het nooit. Waarom die trouwens wel van die tuitjes op zijn ogen heeft, met kijkgaatjes? Om z'n ogen niet te veel te laten opvallen. Ze méé te verstoppen, met de rest van de kameleon. Want die is natuurlijk beroemd om de mooie manier waarop die van kleur kan veranderen, net als de boot waarnaar hij genoemd is. De kameleon gaat graag op in zijn omgeving. Groene achtergrond? Hij wordt groen. Zit hij in een rood met zwarte struik? De kameleon wordt ook wat rood met zwart. Zo valt hij niet op. Vanuit het niets kan hij toeschieten met zijn tong, en hij blijft ook verborgen voor roofdieren.

Alleen 's nachts gooien kameleons er een beetje met de pet naar. Ze verbleken als ze gaan zitten slapen. Meestal komt dat wel goed uit, als ze in een doorsnee struikje zitten, dat 's nacht ook lichtgrijs lijkt. Maar als ze toevallig in een donkere struik zitten, of op donkere grond – dan zijn ze net zo licht gekleurd. Dat slaat dan nergens op – een beroemde verstopper die je opeens van ver ziet, met je zaklantaarntje. Maar ja, de meeste roofdieren slapen dan ook.