Zet Moskou niet aan de zijlijn

Het is voor veel Russen een schok dat niet alleen landen van het vormalige Warschaupact maar ook gewezen Sovjet-republieken morgen lid worden van de NAVO, meent Alexander Konovalov.

Zonder opsmuk wordt morgen de NAVO met zeven leden uitgebreid: Litouwen, Letland, Estland, Roemenië, Bulgarije, Slowakije en Slovenië. Een boze politieke reactie van Moskou valt niet te verwachten, al kan door deze uitbreiding de binnenlandse politieke situatie in Rusland én de Russische betrekkingen met het Westen ingrijpender worden beïnvloed dan toen Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije tot het bondgenootschap toetraden.

Allereerst is daar de psychologische schok voor veel Russen dat niet alleen landen van het voormalige Warschaupact maar ook gewezen Sovjet-republieken lid van de NAVO zijn geworden. Uit traditioneel strategisch oogpunt is voor Rusland de toestand in Europa drastisch aan het veranderen. In het Westen `drukt' de NAVO Rusland weg van de Baltische kust. Het gebied rond Kaliningrad wordt omringd door de NAVO, waarbij de toegang door twee leden van het bondgenootschap, Polen en Litouwen, wordt geblokkeerd. In het zuiden zullen Roemenië en Bulgarije samen met NAVO-veteraan Turkije Rusland insluiten aan de Zwarte-Zeekust.

Dit beeld wordt nog aangevuld door een essentieel detail. In de onmiddellijke aanloop naar de toetreding van de zeven nieuwe leden tot het Atlantisch bondgenootschap heeft de Opperste Raad van Oekraïne het besluit genomen dat NAVO-troepen het recht van doorgang hebben over Oekraïens grondgebied. Dat roept de vraag op: waar gaan die eenheden naartoe?

Natuurlijk kunnen alle angsten worden weggewuifd door dit beeld weg te wuiven als een hopeloos verouderde voorstelling van zaken die geen recht doet aan de nieuwe Noord-Atlantische alliantie of de bondgenootschappelijke betrekkingen tussen Rusland en de NAVO.

Zulke tegenwerpingen zijn slechts ten dele juist. De NAVO-top in Praag van 2002 heeft laten zien dat voor de toelating van alle zeven nieuwe leden verlaagde `criteria' gelden, zelfs vergeleken bij die welke golden voor Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek. De legers van vrijwel alle nieuwe lidstaten zijn qua uitrusting en voorbereiding voor gezamenlijk optreden niet in staat om samen te werken met de strijdkrachten van de VS en hun `oude' Europese bondgenoten.

Alle veranderingen doen vermoeden dat de Verenigde Staten de uitbreiding van de NAVO – die een averechtse uitwerking op de militaire doelmatigheid heeft – alleen steunen om hun politieke positie in Europa te versterken. Het was dan ook geen toeval dat bij het begin van het militaire optreden tegen Irak Amerikaanse politici over het belang van een `jong' en progressiever Europa begonnen, en dit afzetten tegen het `oude' en conservatieve – en dan vooral tegen Frankrijk en Duitsland. Als het `jonge' Polen, Hongarije en Tsjechië al zo'n enthousiaste steun aan de Amerikaanse zaak hebben betoond, laat het zich raden hoe vurig die steun zal zijn van het `zeer jonge' Europa, in de vorm van de Baltische staten, Roemenië, Bulgarije, Slowakije en Slovenië.

De gedachte doet opgeld dat de NAVO steeds meer wordt omgevormd tot een `club van bevriende Europese democratieën' en niet meer het gedisciplineerde bondgenootschap van weleer is, met een duidelijk omlijnde militaire opdracht. Daarom zijn er geen redenen tot zorg over de toelating tot het lidmaatschap van nieuwe landen. Integendeel, dat is eerder een aanwijzing dat de militaire betekenis van het bondgenootschap vermindert.

De nieuwe landen sluiten zich bij de NAVO aan op een moment dat een herziene versie van het verdrag inzake de conventionele strijdkrachten in Europa (CFE) door de ondertekenende partijen nog altijd niet is bekrachtigd. Volgens het Westen heeft Rusland verzuimd te voldoen aan de verplichtingen van de top in Istanbul en niet al zijn bases in Georgië en Moldavië ontruimd, terwijl het probleem voor Moskou is dat de toetreding van de Baltische staten tot het bondgenootschap buiten de sfeer van het CFE-verdrag ligt. En alleen al door de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de NAVO, krijgt de alliantie krachtens de zogeheten flankbeperkingen die zijn vastgelegd in het CFE-verdrag wellicht een voordeel in tanks, pantservoertuigen en kanonnen van respectievelijk 2.200, 3.300 en 2.000 stuks.

Na hun toetreding belet niets de legering van wapens en troepen in de Baltische landen. Rusland heeft geprobeerd die situatie te voorkomen door voor te stellen dat de Baltische staten tot het CFE-verdrag zouden toetreden voordat ze lid van de NAVO zouden worden – zodat ze in aanmerking kwamen voor nationale en territoriale bewapeningsquota – maar dit voorstel werd opgevat als een poging soevereine staten onder druk te zetten. Nu blijkt dat Litouwen, Letland en Estland voorlopig geen eigen luchtmacht opzetten. Ter beveiliging van het luchtruim zullen in Litouwen vier F-16-onderscheppingsvliegtuigen van de Belgische luchtmacht worden gestationeerd, plus een mobiele radar en zo'n honderd NAVO-militairen om deze wapens te beheren.

Rusland begrijpt heel goed dat we in een wereld leven met militaire dreigingen van totaal nieuwe aard. En uit dit oogpunt is de vestiging van uitvalsbases in Roemenië en Bulgarije voor mogelijke operaties in het Midden-Oosten eenvoudig te verklaren. Maar welke terroristische dreiging vereist de plaatsing van NAVO-infrastructuur in Polen en de Baltische landen? En als een dergelijke dreiging echt bestaat, waarom die dan niet samen met Rusland het hoofd geboden?

Als de NAVO echt benauwd is om de veiligheid van het Baltische luchtruim, zou samen met vliegtuigen van de Russische luchtmacht kunnen worden gepatrouilleerd. En de Russen zouden in Polen en de Baltische landen geregeld inspecties kunnen uitvoeren op de plaatsen waar NAVO-infrastructuur zal worden opgesteld. Hoe vaak wordt niet herhaald dat Rusland en de NAVO bondgenoten zijn, geen vijanden. Waarom moet dan zo demonstratief voorbij worden gegaan aan het alleszins gegronde Russische pleidooi?

Het grote belang van Rusland en de NAVO bij een waarachtig bondgenootschap – dat verder gaat dan het kader van afgezaagde verklaringen – wordt bepaald door tal van factoren. De uitbreiding van de alliantie verandert hier in beginsel niets aan. Maar om tot een serieus bondgenootschap te komen is het essentieel dat rekening wordt gehouden met gerechtvaardigde Russische veiligheidsbelangen, en de beste manier om Rusland te overtuigen dat het zich geen zorgen over de uitbreiding van de NAVO hoeft te maken zou zijn om het te betrekken bij de opzet van een nieuw veiligheidssysteem.

NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer beschouwt de bekrachtiging van het herziene CFE-verdrag en de inwerkingtreding ervan als een belangrijke opdracht, terwijl Moskou zich er al mee lijkt te verzoenen dat dit document het lot van het ABM-verdrag zal gaan delen. Als de NAVO-landen het CFE-verdrag echt zien als een hoofdelement voor de stabiliteit en veiligheid van Europa, zou het de moeite lonen niet alleen te bedenken hoe dit moet worden aangepast aan de veranderende politieke werkelijkheid, maar om ook na te denken over de diepere veranderingen.

Alexander Konovalov is politicoloog en voorzitter van het Instituut voor Strategische Studies in Moskou.