Vuilnisman van het wilde Oosten

Vuilnisman Van Gansewinkel heeft zich in Tsjechië en Polen op de afvalmarkt begeven. In Tsjechië gaat het prima, in Polen komt er nauwelijks iets van de grond.

Oost-Europa is het beloofde land voor de afvalbranche. Terwijl de groei in West-Europa gering is, groeit de afvalberg in het oosten gestaag mee met de economie. De meeste grote Europese afvalbedrijven zijn daarom de oostgrens van de EU overgestoken en hebben daar, veelal door overnames van lokale spelers, inmiddels een positie op de afvalmarkt verworven. Dat blijkt in de praktijk nog niet zo gemakkelijk, zegt directeur Dick Bank van Van Gansewinkel in Polen. ,,Het valt niet mee om hier een integere bedrijfsvoering op te bouwen.''

Van Gansewinkel (4.000 werknemers, omzet 500 miljoen euro) is in Nederland en België een van de grootste inzamelaars en recyclers van afval. Sinds 1995 is het bedrijf, dat voor 45 procent in handen is van energiebedrijf Essent, actief in Tsjechië en sinds 1999 ook in Polen. ,,Voor veel Poolse klanten is goede dienstverlening tegen een concurrerende prijs niet voldoende. Degene die beslist welk bedrijf het contract krijgt, wil hier persoonlijk voor beloond worden. Maar daar doen wij dus niet aan mee.'' Die houding maakt het zakendoen er niet gemakkelijker, zegt Bank. ,,Als je producten maakt voor de consumentenmarkt valt het nog mee, maar als je, zoals wij, met allerlei overheidsinstanties te maken hebt, word je er dagelijks mee geconfronteerd dat je hier in het Wilde Oosten zit.''

In Polen zijn drie soorten afvalbedrijven actief: gemeentelijke reinigingsdiensten, nieuwkomers uit West-Europa en lokale particuliere bedrijven. ,,Die laatste groep bestaat grotendeels uit kleine, plaatselijke sjacheraars die met zo weinig mogelijk investeringen zo snel mogelijk rijk willen worden.'' Maar ook tegen overheidsbedrijven is het lastig concurreren, zegt Bank. ,,Die hebben doorgaans goede contacten met lokale politici, die ervoor zorgen dat zij bijna alle aanbestedingen winnen. Of ze krijgen het voor elkaar dat de vergoeding die particuliere bedrijven moeten betalen om op de gemeentelijke vuilnisbelt te mogen storten ineens verdrievoudigd worden.'' Dat overkwam Van Gansewinkel in Krakow. ,,Wij moeten sindsdien veel verder rijden om ons afval te kunnen storten.''

Van Gansewinkel heeft in Polen vier bestaande afvalbedrijven overgenomen en zelf een vijfde opgezet, allemaal in het zuiden van Polen. Inmiddels telt het bedrijf 150 werknemers en bedraagt de omzet circa 3 miljoen euro. ,,Geld verdienen is niet onze eerste prioriteit in Polen, we willen eerst een aanzienlijk marktaandeel verwerven. We zien Polen toch vooral als een opkomende markt.''

Huishoudelijk afval vormt de grootste markt in Polen. ,,Particulieren kunnen hier zelf een afvalbedrijf kiezen, dus soms komen er in één straat meerdere afvalbedrijven langs die ieder een paar huizen doen. Dat is niet erg efficiënt. Daar komt bij dat het merendeel van de particulieren helemaal geen afvalbedrijf inschakelt en zelf een milieuonvriendelijke oplossing bedenkt.'' Binnensteden en flatgebouwen worden wel collectief aanbesteed. ,,Dat is ook de grootste markt. Maar de concurrentie is groot, dus de prijzen zijn laag.''

Bank verwacht dat westerse bedrijven op termijn de Poolse afvalmarkt zullen domineren. ,,Polen zal zich aan Europese regels moeten houden en de westerse bedrijven hebben veel kennis over het efficiënt en volgens de regels verwerken van afval.'' Of Van Gansewinkel tot de bedrijven met de langste adem zal behoren, moet blijken. ,,Je kunt nog zoveel regels introduceren, als die niet praktisch toepasbaar zijn of gehandhaafd worden, verandert er niks.''

Pavel Iványi, zijn collega in Tsjechië, waar het bedrijf met 230 werknemers meer dan 7 miljoen euro omzet behaalt, is optimistischer. ,,Natuurlijk moet je politici hier ook te vriend houden, maar met corruptie hebben we minder te maken.'' Van Gansewinkel heeft in Tsjechië zes vestigingen in de omgeving van Brno, Praag en Ostrava, maar heeft via onderaannemers landelijke dekking. ,,We hebben bijvoorbeeld landelijke contracten met de supermarkten van Carrefour, Lidl en Tesco voor het ophalen van al hun afval.''

In de steden Brno en Breclav en in omliggende gemeenten haalt Van Gansewinkel huishoudelijk afval op. In Breclav is een voormalige gemeentelijke dienst overgenomen. ,,Lokale overheden besluiten hier vaak vlak voor ze moeten investeren in het wagenpark van hun afvalbedrijf om de hele zaak uit te besteden. In zulke diensten is jarenlang niet geïnvesteerd, dus door het wagenpark te vervangen en de routes logischer in te delen, kun je ze een stuk efficiënter maken.'' Bij een overname van een bestaand afvalbedrijf neemt Van Gansewinkel ook het personeel over. ,,We hebben eerder te weinig dan te veel personeel. In de omgeving van Praag is zelfs zo goed als geen werkloosheid, daar werken we met gastarbeiders uit Wit-Rusland en Oekraïne, omdat we geen Tsjechen kunnen vinden die dit werk willen doen.''

Iványi is een stuk optimistischer over de toekomst dan zijn collega in Polen. ,,De afvalmarkt groeit hier mee met de welvaart. Die is de laatste vijftien jaar enorm gestegen. Tsjechië zit in de voorhoede van de nieuwe EU-landen, maar krijgt wel steeds meer last van Slowakije en Hongarije, die hun belastingregime versoepeld hebben en daardoor nu meer buitenlandse investeerders aantrekken.'' De toetreding tot de EU heeft weinig gevolgen, verwacht Iványi. ,,Tsjechië is al jaren bezig met het aanpassen en moderniseren van de wetgeving, dus er zal niet ineens een heleboel veranderen.'' Op het gebied van afval is de wetgeving niet soepeler dan in het westen. ,,Soms is de best beschikbare verwerkingsmethode voor bepaald afval hier minder milieuvriendelijk dan de best beschikbare in Nederland, maar veel verder gaan de verschillen niet. Als je gevaarlijk afval in Nederland niet mag storten, mag dat hier ook niet.''

Negende aflevering in de serie Zakendoen in het nieuwe Europa. Eerdere afleveringen zijn te lezen via www.nrc.nl