Vlamingen in Maastricht

Aan de artistieke bloei van de Hollandse Gouden Eeuw ging die van de Zuidelijke Nederlanden vooraf. Het ontstaan van onder meer de landschap- en de genreschilderkunst in het Vlaanderen sinds 1550 kan worden beschouwd als een opmaat voor de triomfantelijke ontwikkeling van deze vormen van beeldende kunst in de 17de-eeuwse Noordelijke Nederlanden. Dat is ook de rol die Zuid-Nederlandse schilderkunst van oudsher speelt in de vaste opstelling van het Amsterdamse Rijksmuseum: nadat de Antwerpse wortels zijn getoond, verplaatst zich de aandacht alras naar de helden uit Amsterdam, Haarlem en Delft.

Maar het Rijksmuseum bezit ook een belangrijke collectie werken van schilders uit de 17de-eeuwse Zuidelijke Nederlanden, zoals Roelant Saverey, Jacob Jordaens en Anthonie van Dyck. Sommige van die schilderijen werden zelden of nooit getoond. Andere, zoals een grote Kruisdraging door Jordaens en een serie portretten van diens hand, zijn pas recentelijk verworven. Nu het Amsterdamse museum, wegens een grootscheepse verbouwing, zijn deuren voor enkele jaren heeft gesloten, is een groot deel van die Vlaamse verzameling te zien in het gedeelte van het Bonnefantenmuseum te Maastricht dat voor de gelegenheid is omgedoopt tot `Rijksmuseum aan de Maas'.

Met de schilderijen uit het Rijks, werken uit de eigen collectie en bruiklenen van onder meer het Utrechtse Catharijneconvent, beschikt het Bonnefantenmuseum nu over de grootste verzameling Zuid-Nederlandse schilderkunst van renaissance en barok die in Nederland getoond kan worden. Voor het eerst zijn maar liefst vijf schilderijen bij elkaar gebracht van Pieter Aertsen, die in de tweede helft van de zestiende eeuw furore maakte in Antwerpen en Amsterdam met altaarstukken, bijbelse voorstellingen en moraliserende uitbeeldingen van het boerenleven. Dat genre-element en het bij Aertsen ook sterk op de voorgrond tredende stilleven werden verder uitgewerkt door zijn neef Joachim Beuckelaer en 17de-eeuwse schilders als Adriaen Brouwer. Een fraaie verzameling landschapschilderijen vertelt het verhaal van dat specialisme aan de hand van werken van Joos de Momper en Sebastiaen Vranx. De laatste zalen van de tentoonstelling tonen de grootmeesters van de Vlaamse barok. Met twee portretten en een olieverfschets voor een altaarstuk is Rubens ondervertegenwoordigd, en ook Van Dyck komt er met slechts twee portretten bekaaid vanaf. Daar staat tegenover dat van Jordaens maar liefst vijf magnifieke werken, waaronder een mooi arcadisch landschap met een naakte satyr, worden getoond.

Maar het Bonnefantenmuseum laat niet alleen geleende schilderijen en werk uit eigen bezit zien. Nog zwevend in de kunsthandel is een wonderlijk 16de-eeuws schilderij van de Zondeval van de hand van een anonieme schilder die bekend staat onder de noodnaam `Meester van Paulus en Barnabas'. Deze kunstenaar werkte tussen 1530 en 1550 in Antwerpen, waar hij landschappen en soms figuren moet hebben geschilderd in werken van zijn leermeester Jan Sanders van Hemessen. De Zondeval, losjes gebaseerd op de compositie van een prent van Albrecht Dürer uit 1504, kent een gedetailleerd weergegeven landschap met allerlei dieren en diertjes, nu eens naar de werkelijkheid geobserveerd, dan weer aan de fantasie van de kunstenaar ontsproten. De blikvangers, scherp afstekend tegen de in heldere kleuren geschilderde achtergrond, zijn Eva en Adam die zij verleidt tot het eten van de verboden vrucht. Het zijn op classicistische leest geschoeide, elegante naakten, die echter niet zo geïdealiseerd zijn als ze op het eerste gezicht lijken en waarop ook in anatomisch opzicht het een en ander valt af te dingen. De discrepanties maken het schilderij intrigerend en ook aantrekkelijk. Als de betiteling `voorstel tot aankoop' moet worden opgevat als een uitnodiging voor het geven van advies, dan kan dat kort zijn: kopen dat schilderij!

Tentoonstelling: Vlaamse pracht uit de 16de en 17de eeuw. Bonnefanten Museum Maastricht. Di-zo 11-17. Inl. 043-3290190 of www.bonnefanten.nl