`Verkoop' regionale spoorlijnen vertraagd

De `verkoop' van veertien regionale treindiensten door het ministerie van Verkeer en Waterstaat is ernstig vertraagd. Hierdoor loopt Nederland het risico door de Europese Commissie gedaagd te worden in een `ingebrekestellingprocedure', omdat de `verkoop' deel uitmaakt van Europese wetgeving. De commissie is dergelijke procedures onder meer al tegen Duitsland, Engeland, Oostenrijk en Zweden begonnen. Op termijn kan de Europese Commissie aan Nederland een dwangsom opleggen.

Het ministerie had in oktober 2003 aan alle provincies gevraagd wat zij wilden met de regionale treindiensten op hun grondgebied. De veertien lijnen liggen verspreid door Nederland. Provincies moeten kiezen of ze de verantwoordelijheid voor de treindiensten van het ministerie willen overnemen (decentralisatie) of de spoorlijnen onder verantwoordelijkheid van het ministerie willen laten. In een brief werden de provincies gemaand snel te beslissen. ,,Het verkrijgen van helderheid over uw bereidheid om de verantwoordelijkheid voor contractsector-diensten over te nemen is op korte termijn noodzakelijk. Ik realiseer mij dat de tijdsdruk groot is (...)'', schreef directeur-generaal van het ministerie M. van Eeghen. De deadline was december 2003.

Deze deadline werd eind oktober 2003 al verschoven naar 1 juli. Maar nu zeggen veel provincies ook die niet te halen omdat ze meer tijd nodig hebben voor een kostenanalyse van de lijnen. Momenteel worden de regionale treindiensten nog gereden door de Nederlandse Spoorwegen, met subsidie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De provincies Limburg, Noord-Holland en het Knooppunt Arnhem Nijmegen (KAN) zeggen nu al 1 juli niet te halen. ,,1 juli is idioot, onmogelijk, dat kan niet'', zegt C. Mooij, gedeputeerde `verkeer, vervoer, zeehavens en wegen' bij de provincie Noord-Holland. ,,Wij hebben nog veel te veel vragen aan het ministerie over de financiële condities waaronder wij de treindiensten straks wellicht gaan laten rijden.'' Het Knooppunt Arnhem Nijmegen (KAN) wil de spoorlijnen in haar regio best overnemen. ,,Maar we zijn nog lang niet zover dat we daarover definitief kunnen beslissen'', zegt J. Walraven, portefeuillehouder verkeer van het KAN. ,,We kunnen geen standpunt innemen als we niet weten wat de randvoorwaarden zijn'', zegt ook een woordvoerder van de provincie Limburg.

Een aantal provincies, waaronder Noord-Holland, is bang dat de spoorlijnen opgeheven worden door het ministerie als de provincie ze niet overneemt. ,,Voor NS zijn de spoorlijnen economisch niet rendabel. Als wij ze niet overnemen, beslist het ministerie wat ermee gebeurt. Ik kan dat niet anders uitleggen dan dat ze mogelijk worden opgeheven'', aldus Mooij. ,,Het ministerie grijpt de inwerkingtreding van de concessiewet aan als argument om regionale overheden onder druk te zetten.''

NS zegt in de problemen te komen nu ,,de tijdelijke situatie langer duurt dan gepland'', zo schrijft commercieel directeur B. Meerstadt in een brief aan het personeel. NS zegt meer subsidie nodig te hebben voor zeker vier van de veertien lijnen. Het betreft de Zoetermeerlijn, de Hofpleinlijn en de trajecten Geldermalsen-Dordrecht en Arnhem-Tiel, zo zegt NS.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat erkent dat de decentralisatie van de veertien treinddiensten vertraging heeft opgelopen. Niet alleen doordat de provincies meer tijd nodig hebben. Maar ook omdat ,,we tijdens de experimenteerfasen over de decentralisatie tegen zaken aan zijn gelopen die we niet op voorhand hadden verwacht'', aldus een woordvoerder. Zij wijst er wel op dat de provincies al sinds 1999 weten welke lijnen op de rol staan.

Het ministerie erkent ook dat ,,naarmate de tijd vordert, de druk van een ingebrekestellingprocedure door de Europese Commissie hoger wordt''. Staatssecretaris Schultz van Haegen (Verkeer) schreef dit gisteren aan de Tweede Kamer. Zij wees er in die brief ook op dat de EC op dit moment al procedures heeft lopen tegen ,,Duitsland, Engeland, Oostenrijk en Zweden wegens niet tijdig-implementeren. De Europese commissie heeft geconstateerd dat de onderliggende regelgeving in een aantal landen, waaronder Nederland, op zich laat wachten.''