`Topman Deutsche Bank gaat vrijuit'

Een rechtszaak over miljoenenpremies voor directie en commissarissen van het voormalige Duitse bedrijf Mannesmann eindigt mogelijk in vrijspraak voor bestuursvoorzitter Josef Ackermann van Deutsche Bank en vijf andere aangeklaagden. De rechter in Düsseldorf verklaarde gisteren dat directeuren en commissarissen, voor zover nu bekend, niet te kwader trouw hebben gehandeld.

Tijdens een tussentijds resumé maakte rechter Brigitte Koppenhöfer gisteren bekend dat ze na achttien procesdagen vooralsnog geen bewijs heeft gezien voor het verwijt dat de aangeklaagden te kwader trouw gehandeld zouden hebben door premies aan te nemen of het verstrekken van premies goed te keuren. De zaak is daarmee nog niet afgerond, het horen van getuigen gaat voorlopig door. Koppenhöfer onderzoekt wel of het aantal getuigen verminderd kan worden en het proces zo sneller afgerond kan worden. In principe duurt de zaak nog tot eind juni.

In de slotfase van het overnamegevecht tussen het Britse telecombedrijf Vodafone en het Duitse Mannesmann, voorjaar 2000, werden aan directie, topmanagers en toezichthouders van het Duitse bedrijf miljoenenpremies verstrekt. In totaal ging het om 111 miljoen mark aan bonussen en pensioenvergoedingen.

Een aantal hoofdrolspelers van destijds staat sinds begin dit jaar in Düsseldorf terecht. Het openbaar ministerie verdenkt ze ervan te kwader trouw te hebben gehandeld omdat ze schade toegebracht zouden hebben aan het bedrijf waar ze verantwoordelijkheid voor droegen. Het OM houdt vooralsnog aan die opvatting vast en verklaarde gisteren alles in het werk te zullen stellen om de rechtbank op andere gedachten te brengen.

Terecht staat onder andere voormalig Mannesmann-directeur Klaus Esser die een premie van 30 miljoen mark opstreek. Josef Ackermann, destijds lid van de raad van commissarissen bij Mannesmann, incasseerde zelf geen geld, maar keurde de uitkeringen goed. Ackermann en Deutsche Bank gaven gisteren geen commentaar op de onverwachte wending in de spectaculaire zaak. Klaus Esser zei dat hij nu hoopt op vrijspraak.

,,De betalingen waren niet in het belang van de onderneming, maar waren niet strafbaar'', zei rechter Koppenhöfer. Ze is overigens wel van mening dat de betalingen niet in overeenstemming zijn met het Duitse ondernemingsrecht. Maar dat is een vraag die in deze strafrechtprocedure niet aan de orde is; die kwestie kan alleen in een civiele procedure aangekaart worden. Een proces over schadevergoeding ligt echter niet voor de hand omdat alleen Vodafone als klagende partij kan optreden en de betalingen destijds door de toenmalige bestuursvoorzitter en directeur van Vodafone, Chris Gent, zijn goedgekeurd.

In haar voorlopige oordeel liet Koppenhöfer onder andere meewegen dat de managers destijds juridisch advies hebben ingewonnen en zich mede daardoor hebben laten leiden.