Remkes sust ruzie

Als gevolg van de grote werkdruk bij het openbaar ministerie en de politie is vorige week ten onrechte het beeld ontstaan dat beide partijen verdeeld zijn over het opsporingsbeleid van de politie. Dat schrijft minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer over een publiek uitgevochten meningsverschil tussen de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth en de korpschef van de Amsterdamse politie, J. Kuiper.

De Wijkerslooth waarschuwde in een intern justitieblad dat de politie zich vooral moet richten op opsporing en niet op nieuwe politiestrategieƫn met het doel om misdaad te voorkomen (tegenhouden). Daarop lieten Kuiper en Welten weten dat De Wijkerslooth te weinig op de hoogte was van de gang van zaken bij de politie.

Remkes ontbood de hoofdrolspelers in dat conflict deze week op het ministerie. In de brief schrijft Remkes dat ,,discussiepunten langs bestuurlijke weg moeten worden voorgelegd. Alle betrokkenen zijn het hierover eens.'' Remkes benadrukt dat het beleid van tegenhouden ,,niet ten koste mag en zal gaan van opsporing. Opsporen is en blijft een belangrijke kerntaak van de politie.''