`Onrendabele' lijnen naar provincies

In 1995 werd NS verzelfstandigd. Bedoeling daarvan was onder meer dat NS op termijn financieel zelfstandig zou draaien, zonder subsidies. Om die subsidies te kunnen afbouwen, kreeg NS toestemming van het ministerie `onrendabele' trajecten af te stoten. NS maakte een lijst met een aantal trajecten, veelal aan de randen van Nederland. NS moest op die lijnen blijven rijden, totdat het ministerie wist wat er mee zou gebeuren. Tot die tijd krijgt NS subsidie.

Het ministerie kwam, in navolging van Europese regelgeving, met het plan de financiering van de onrendabele trajecten aan de provincies te delegeren (decentralisatie). Dat was ook handig omdat de provincies al verantwoordelijk waren voor de bussen. Met de trein erbij, werd het ov één geheel.

Zo werd in 1999 begonnen met de decentralisatie van 33 spoorlijnen. De provincies mochten de lijnen proberen te `verkopen' aan de hoogste bieder.

Anno 2004 zijn slechts acht van de 33 spoorlijnen gedecentraliseerd, in Friesland, Groningen en de Achterhoek. Verder worden er drie diensten voor het einde van 2005 overgedragen, en twee in het kader van Randstadrail in 2006. Zes lijnen zijn teruggegeven aan NS. Blijven er nog 14 over. Daarvan zou voor 1 juli bekend moeten zijn wat de provincies ermee willen.