Moslimomroep kocht grond veel te duur

De Nederlandse Moslimomroep, een van de kleine publieke omroepen, heeft in 2001 voor een ,,buitenproportioneel bedrag'' gronden gekocht. De raad van bestuur van de Publieke Omroep eist dat de omroep de gronden, waarvoor 1,1 miljoen euro is betaald, verkoopt.

Dat heeft het Commissariaat voor de Media, toezichthouder op het omroepbestel, bevestigd. De stichting Nederlandse Moslimomroep kocht op 18 mei 2001 drie percelen grond aan de Dalweg in Hilversum. Verkoper was P. Hanegraaf, huurbaas van omroep BNN. Hij kocht de grond vijf maanden eerder voor 450.000 euro.

Volgens het commissariaat was het bedrag dat de omroep aan grond en huisvesting uitgaf veel te hoog. Het jaarbudget van de omroep is 4,9 miljoen euro (2002). De omroep was vanmorgen niet voor commentaar bereikbaar. Het commissariaat is tevens begonnen aan een financieel onderzoek bij de omroep. Hangende dat onderzoek is de goedkeuring van de jaarrekening 2002 opgeschort.

Volgens de Mediawet mogen zendgemachtigden publiek omroepgeld alleen gebruiken voor taken die direct verband houden met uitzendingen. Om de programma's te kunnen uitzenden mogen voorzieningen als kantoren gebouwd worden, maar de uitgaven daarvoor moeten redelijk zijn.

Ook twee andere kleine religieuze, publieke omroepen zijn onderwerp van onderzoek. Bij de Boeddhistische Omroep zijn de betalingen aan de directieleden onderzocht. De Organisatie voor Hindoe Media (OHM) financiert met publiek geld een stichting in Den Haag en het eigen omroepblad. Dit is in strijd met de Mediawet.