Megawati maakt van Indonesische boer weer een horige

Maandag gaat Indonesië naar de stembus. Het zal oordelen over zes jaar `reformasi'. Wat hebben de boeren nog te zeggen over het water op hun akkers?

De Brantas ontspringt op de vulkaan Arjuna, maakt een wijde bocht door Oost-Java, vertakt zich bezuiden Surabaya en stroomt uit in de Straat van Madura. In de zuidelijke arm van de delta staat een grote dam met schuiven. Die stuwt het kolkende rivierwater op zodat het een uitweg zoekt in een sluis op de noordelijke oever, de inlaat van een `moederkanaal'. Dit voedt een netwerk van kleinere kanalen die het bevloeiingswater leveren voor de rijst- en suikerrietvelden van het regentschap Sidoarjo.

Het moederkanaal is een week lang drooggelegd om het slib af te graven. Het karwei wordt uitgevoerd door de Irrigatiedienst van het regentschap Sidoarjo, sinds 2001 zelf verantwoordelijk voor de bevloeiingswerken. De secundaire en tertiaire kanalen worden sinds een jaar beheerd en onderhouden door de Associatie van Boeren-Gebruikers, een soort waterschap per irrigatiegebied. Deze voor Indonesische begrippen revolutionaire ontwikkeling wordt nu teruggedraaid door de regering van president Megawati Soekarnoputri.

Stuwdammen en irrigatiekanalen vormen vanouds de onderbouw van de Javaanse staat. Wie het bevloeiingswater verdeelt, controleert de boeren. De dammen waren ooit vergankelijke constructies van bamboe en klei, opgeworpen door duizenden dorpelingen, als herendienst aan de regent, bestuurder namens de vorst. In het midden van de 19de eeuw verschenen Nederlandse ingenieurs. Zij introduceerden bestekken, heipalen, metselwerk en gewapend beton en daarmee begon het tijdperk van de technische irrigatie.

De suikerplantages, ,,de kurk waarop Java drijft'', behoefden water en de dienst Burgerlijke Openbare Werken (BOW) bouwde irrigatiesystemen.

De Indonesische opvolger van BOW, het departement van Regionale Infrastructuur, erfde diens macht, maar heeft deze de laatste jaren deels moeten afstaan. Onder president Abdurrahman Wahid (1999-2001) werd werk gemaakt van decentralisatie. De Wet op de Regionale Autonomie, die op 1 januari 2001 van kracht werd, hevelde bevoegdheden en middelen over naar de regentschappen, een bestuurslaag tussen provincie en dorp. De centrale overheid verloor de contrôle over de irrigatiegebieden en de machtige `waterstaat' viel uiteen in diensten per autonoom regentschap.

Kroon op de hervorming was Regeringsregeling 77 van 5 december 2001, die verenigingen van boeren-gebruikers – in Oost-Java heten die HIPPA – het recht geeft de bevloeiingswerken zelf te beheren. `RR 77' voorziet in geleidelijke overdracht van het beheer over `hoofdwerken' (dammen en sluizen) en over primaire en secundaire kanalen aan associaties van alle HIPPA in één irrigatiegebied. Deze hervorming werd met geld en advies ondersteund door de Wereldbank en Nederland droeg 10 miljoen euro bij.

Het HIPPA-bestuur van Prambon zetelt in het kantoor van het dorpshoofd. Voorzitter Soeparno, zelf boer, leidt ook één van de twee overkoepelende associaties van Sidoarjo. Hij vertelt: ,,Vóór de irrigatiehervorming had de staat geen vertrouwen in de boeren. Wij waren het object van de waterverdeling; de overheid betaalde, maar nam ook de beslissingen. De hervorming geeft ons een aandeel in bediening, onderhoud en beheer van de systemen, maar ook in de kosten. Wij doen nu ons best om een zelfstandig subject te worden. Sinds de overdracht van het systeem, vorig jaar, doen onze leden enthousiast mee aan verbetering en onderhoud van dijken en kanalen en regelen we de waterverdeling zelf. Gezien de lage rijstprijs zijn we echter nog niet in staat ons volledige aandeel in de kosten op te brengen.''

Taco de Vries, landbouwkundig ingenieur, werkt als irrigatiedeskundige voor het Nederlandse adviesbureau DHV en begeleidt de hervorming. De Vries: ,,Het programma streeft drie doelen na: vermindering van sociale conflicten door een betere waterverdeling; verhoging van de productiviteit en daarmee van het boereninkomen; en een efficiënter gebruik van overheidsgeld. Achter die derde doelstelling schuilen twee overwegingen: er blijft in de bureaucratie nogal wat geld hangen en ingenieurs in overheidsdienst stellen andere eisen aan een kanaal dan boeren, want die denken economisch. In twee jaar tijd zijn vooral de verhoudingen tussen groepen boeren verbeterd, omdat zij nu in associatieverband het water verdelen.''

Het hervormingsproces was net op gang gekomen toen het ministerie van Regionale Infrastructuur aan de rem trok. In juli vorig jaar schreef minister Soenarno, voordat Megawati hem in haar kabinet opnam secretaris-generaal van het departement, een brief aan zijn collega van Binnenlandse Zaken. Daarin drong hij aan op `temporisering' van de hervorming in afwachting van een nieuwe Waterwet. De brief werd in alle regentschappen verspreid. Omdat de meeste ambtenaren van de nieuwe irrigatiediensten per regentschap vroeger in dienst waren van Soenarno's departement, werden ze beïnvloed door de opstelling van `hun' minister. De beheersoverdracht werd dan ook vertraagd.

In februari nam het parlement de nieuwe Waterwet aan. Die bepaalt welke bestuurslaag bevoegd is tot beheer en onderhoud van irrigatiesystemen. De overheid is gehouden alles te betalen (lees: kan de budgetten zelf verdelen). Het beheer van irrigatiegebieden groter dan 1.000 hectare berust voortaan bij de provincies en gebieden van meer dan 3.000 hectare vallen onder de centrale overheid. Een belangrijk deel van de beheerstaak wordt dus weggehaald bij de regentschappen. Het in `RR 77' omschreven beheersrecht van de boeren ontbreekt in de nieuwe wet. Die zegt alleen dat boeren ,,eventueel kunnen meedoen''. Van overdracht van het beheer aan boerenassociaties is geen sprake meer.

De Vries: ,,Deze ingreep zal grote gevolgen hebben voor de ontluikende boerenautonomie. Doordat de staat vanouds een sterk stempel drukte op het beheer – door schuiven open en dicht te doen regelde hij de waterverdeling – werd de boer gedwongen die gewassen te verbouwen die de overheid wilde dat hij verbouwde. Toen het principe van overheidsbeheer werd losgelaten, kon de boer eindelijk behalve de water- ook de gewassenverdeling bepalen. Die mogelijkheid verdwijnt nu.'' Met andere woorden: de boer wordt weer horig aan de staat.

Op de vraag of de nieuwe wet, die nog moet worden ondertekend door de president, hem zorgen baart, antwoordt voorzitter Soeparno Javaans ontwijkend: ,,Ik ga hier niet de regering bekritiseren. Het enige wat wij boeren kunnen doen, is onze aspiraties kenbaar maken.''