Hilversum bestendig tegen adviezen

Morgen verschijnt een rapport over de publieke omroep. Mijndert Ververs schreef in 1996 ook advies, maar zou dat niet weer doen.

Lijken programma's van de publieke omroep te veel op die van de commerciële? Hebben publieke omroepen nog wel een achterban? Moeten omroepen minder macht krijgen en centraler aangestuurd worden?

Deze actuele vragen zouden uit de opdracht aan de Commissie-Rinnooy Kan kunnen komen. Die commissie onder leiding van de ING-bestuurder rapporteert morgen over het functioneren van het publieke bestel en doet aanbevelingen voor de toekomst. Maar deze dilemma's komen uit een rapport dat een andere commissie, genoemd naar de voorzitter Mijndert Ververs, al in 1996 schreef over de publieke omroepen. Is er sindsdien niets veranderd?

De meeste commissieleden van toen zijn ronduit negatief over de effecten van hun rapport. Frank de Grave (VVD): ,,Er is betrekkelijk weinig gerealiseerd.'' Ververs (D66): ,,Te weinig is veranderd.'' Wim Meijer (PvdA): ,,Ik heb met enige verbazing gekeken naar hoe een deel van het rapport in de prullenbak belandde''. Alleen Jo Groebel (toen hoogleraar mediapsychologie, partijloos) zegt dat het rapport op de iets langere termijn wel degelijk serieus is genomen. En het is waar dat enkele voorstellen uit het rapport-Ververs inmiddels staand beleid zijn. Zo bedacht de commissie de zenderkleuring en de netmanagers die erop moesten toezien dat elk net een eigen gezicht kreeg. En ook formuleerde de commissie een denkrichting voor het eeuwige dilemma dat omroepen zichzelf moeten profileren en tegelijkertijd moeten samenwerken. Ververs koos, zij het voorzichtig, voor een meer centrale sturing van de omroep. Het paarse kabinet scherpte dat idee uiteindelijk aan en benoemde een onafhankelijke raad van bestuur. De omroepvoorzitters werden op afstand geplaatst in de raad van toezicht.

De ontevredenheid is er bij de commissieleden deels omdat de dilemma's die er toen waren, nu ook nog in alle hevigheid spelen. Ook nu nog is er kritiek op de dominantie van de kijkcijfers in Hilversum. Ook nu is er kritiek op de besturing van het bestel, waarbij de omroepen via de raad van toezicht hun eigen belang kunnen verdedigen. En de kloof die de commissie-Ververs al in 1996 constateerde tussen de werkvloer en de bazen, is er niet kleiner op geworden volgens de omroepmedewerkers die zich verenigd hebben op de internetsite bezorgdeomroepmedewerkers.nl.

Ook de manier waarop het rapport in de pers kwam, heeft bijgedragen aan het negatieve beeld van de commissieleden. Een paar dagen voor de publicatie van het rapport lekte uit dat de commissie omroepverkiezingen wilde instellen om de band tussen kijkers en omroepen te verstevigen. Dit zou in de plaats moeten komen voor de koppeling tussen het lidmaatschap van de programmagids en dat van de omroep. Daarover laaide direct een storm van verontwaardiging op. Want daardoor zouden omroepen moeten concurreren om de gunst van de kijkers, terwijl – ook toen al – gepoogd werd omroepen beter samen te laten werken en hun eigenbelang ondergeschikt te maken aan de hele publieke omroep.

Ververs was uitermate teleurgesteld over de bovenmatige aandacht voor de omroepverkiezingen. Volgens hem was dit ,,plannetje in een bijzin'' pas anderhalve dag voor publicatie toegevoegd aan het rapport. Maar in de herinnering van VVD'er De Grave waren de omroepverkiezingen wel degelijk essentieel. Of in ieder geval wilde de commissie duidelijk maken dat er ,,een levensgroot vraagstuk'' lag rond de legitimatie van omroepen. Die boodschap kreeg echter nauwelijks aandacht in het tumult dat ontstond rond de verkiezingen.

Meijer (als enig commissielid nog actief binnen de omroep als voorzitter van de raad van toezicht) vindt het nu nog steeds ,,een zwaktebod'' dat politici over het plan vielen, maar daar geen enkel alternatief tegenover stelden. ,,En dat doen ze nog steeds niet.'' Groebel denkt nu dat het wellicht niet toevallig was dat juist dit deeltje van het rapport uitlekte. ,,Het gaat te ver om te zeggen dat het rapport op deze manier werd doodgemaakt, maar het werd zeker wel belachelijk gemaakt.''

Ook de behandeling van het rapport in de Tweede Kamer liep voor de commissie in eerste instantie uit op een teleurstelling: de compromissen in het rapport gaan de Kamer en vooral de paarse politici niet ver genoeg. Er was volgens Meijer wel draagvlak voor de analyse, maar niet voor de oplossingen. Toenmalig VVD-fractievoorzitter Frits Bolkestein kreeg steun voor een motie waarin hij stelde dat het rapport niet tot ,,de gewenste daadkracht'' voor een krachtig bestel zou leiden. Ten minste twee leden van de commissie hadden zelf ook graag gezien dat de conclusies steviger waren geweest. Maar het compromis lag eigenlijk al in de samenstelling van de commissie besloten. Staatssecretaris Nuis had ervoor gezorgd dat alle politieke partijen vertegenwoordigd waren. Behalve de al eerder genoemde commissieleden nam ook de huidige minister van Justitie, Piet Hein Donner (CDA) deel. Meijer: ,,We zijn de discussie open begonnen: moet er niet iets heel anders komen, maar vooral Donner en ik waren tegen zoiets als een staatsomroep en benadrukten de waardevolle elementen van het bestel.''

Zowel De Grave als Ververs had liever ingrijpender maatregelen geadviseerd. Ververs: ,,Ik was erin gestapt met het idee ergens bij een nationale omroep uit te komen.'' Toen dat niet mogelijk bleek heeft hij zich naar eigen zeggen verder ,,instrumenteel'' opgesteld. ,,Misschien was dat niet sterk, maar wat is de waarde van een rapport waarbij de voorzitter een minderheidsstandpunt inneemt?'' De Grave: ,,Had de commissie enige kans om in de toenmalige politieke verhoudingen iets te veranderen? Ik geloof het niet.'' Hij denkt dat dat bij de behandeling van het rapport-Rinnooy Kan anders kan liggen. ,,Mijn indruk is dat binnen CDA en PvdA nu meer ruimte is voor verandering.'' Voor politieke compromissen is binnen de visitatiecommissie Rinnooy Kan in ieder geval geen noodzaak geweest. Getracht is een afspiegeling van de kijkers en luisteraars te benoemen, niet van de politiek.

Ververs zou niet opnieuw deelnemen aan een commissie over de omroepen. ,,Iedereen probeert altijd veranderingen aan te brengen vanuit het bestaande systeem. Ik geloof daar niet meer in.''