Geef niet alleen de toppers ruim baan

Staatssecretaris Nijs van Hoger Onderwijs lanceerde afgelopen december een plan dat selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie mogelijk moet maken. In het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP), de beleidsagenda voor het hoger onderwijs voor de komende vier jaar, stelt Nijs dat talent de ruimte moeten krijgen. Differentiatie en marktwerking ziet Nijs als de middelen om dit te bereiken. Ironisch genoeg geeft het HOOP ook aan dat huidig talent verder beknot zal worden: tweede en derde studies zullen niet meer worden bekostigd. De constatering van Nijs dat talent meer de ruimte moet krijgen in ons onderwijs, moet worden toegejuicht. De onpersoonlijke benadering van studenten en het massale onderwijs leiden tot een klimaat waarin veel talent in de kiem wordt gesmoord.

Met de beginnende student wordt bijvoorbeeld zelden een informerend en motiverend gesprek gevoerd. Er wordt niet gevraagd waarom iemand een bepaalde opleiding heeft gekozen, wat de ambitie van de aanstaande student is en hoe die gerealiseerd kan worden. Gevolg is dat veel studenten niet op de goede plek terechtkomen, gedemotiveerd raken en snel uitvallen.

De kans is groot dat de student die mee blijft draaien, getroffen wordt door het virus van de zesjescultuur. Deze cultuur van de middenmoot is funest voor de kwaliteit van het onderwijs. Die wordt ook ondergraven door het feit dat docenten te weinig tijd hebben voor nakijkwerk en het vaak `te duur' is om een student te laten doubleren. Het genadezesje is het gevolg. Als een student wél gemotiveerd blijft en aangeeft een andere route te willen bewandelen dan gebruikelijk of méér te willen doen dan vereist, wordt het hem vaak moeilijk gemaakt. Vrije keuzeruimte binnen curricula is beperkt. Bureaucratische regeltjes zitten de student dwars. Ook de student die van de bachelor van de ene universiteit naar een master op een andere universiteit wil overstappen, ontdekt al snel dat ons systeem weinig flexibel is. Elke masteropleiding stelt andere ingangseisen, zonder dat gekeken wordt naar de competenties van de bachelorstudent.

Het is geen kunst om met strenge selectiemaatregelen en collegegelddifferentiatie, zoals Nijs voorstaat, goed onderwijs voor bollebozen te maken. Maar pretendeer niet dat hiermee ruim baan aan talent wordt gegeven en dat de zesjescultuur verdwijnt. Een kennissamenleving heeft talentvolle mensen nodig, studenten die multidisciplinair kunnen denken, uitstekende competenties hebben en het beste uit zichzelf hebben gehaald. Dat betekent dat je ruimte moet bieden aan studenten die iets meer willen en ook jongerejaars moet belonen voor grote inzet door ze te laten deelnemen aan onderzoek of andere educatieve activiteiten. Dat betekent ook dat je studenten persoonlijker moet begeleiden en ze de vrijheid biedt hun eigen studiepad te bewandelen. Talent ontplooi je niet door alleen de toppers met topcollegegeld te stimuleren. Daarmee belemmer je een brede subtop zich verder te ontwikkelen. Iedereen moet de kans krijgen om, op eigen niveau en naar eigen inzicht, het beste uit zichzelf te halen.

Hiske Arts is studeert Conflictstudies aan de Universiteit Utrecht en Servisch-Kroatisch aan de Universiteit van Amsterdam, en is coördinator van Platform Puinhoop. Floris van Eijk is voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb).