Europese stroom

De vier belangrijkste elektriciteitsleveranciers in Nederland – Essent, Nuon, Eneco en Delta – zijn gezamenlijk in omvang de achtste speler op de Europese stroommarkt. Dat is een niet te verwaarlozen positie. Toch kiest minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) in zijn visie op de toekomst van de energiebedrijven niet voor bundeling in één sterk Nederlands energiebedrijf. Hij wil de bestaande energiebedrijven uiterlijk in 2007 opsplitsen en verwacht dat de leverings- en productiebedrijven gekocht worden door grotere Europese concurrenten. De netwerken, die ongeveer twintig miljard euro waard zijn, blijven vooralsnog publiek bezit. Brinkhorst streeft wel naar privatisering van de netten, mits ze niet gekocht worden door energiebedrijven. Op deze manier, verwacht hij, zijn de belangen van de afnemers – huishoudens en bedrijven – op de lange duur het beste gediend.

De minister kiest voor europeanisering van de Nederlandse energiesector. De grote Europese conglomeraten, die op hun thuismarkt de bescherming van de overheid genieten en beschikken over nationale netwerken, krijgen de gesplitste Nederlandse bedrijven op een presenteerblad aangeboden. Het is, zei Brinkhorst gisteren, geen kwestie óf de Nederlandse energiebedrijven in buitenlandse handen komen, maar of ze zonder dan wel met hun strategische netwerken door buitenlandse concurrenten worden overgenomen. Dat laatste wil hij voorkomen. Hij heeft er geen bezwaar tegen dat de publieke netwerkbedrijven op termijn aan private partijen verkocht worden. Beleggers staan in de rij om ze over te nemen van de huidige aandeelhouders, de provincies en gemeentes.

Eigenzinnigheid kan Brinkhorst niet worden ontzegd. Hij negeert de regionale energiebedrijven, gebundeld in de koepelorganisatie EnergieNed, om de privatisering op te schorten en helemaal af te zien van opsplitsing. Het pleidooi van de Algemene Energieraad om te komen tot een sterk Nederlands bedrijf dat zich kan meten met de Europese concurrenten, wuift hij weg. Met de volledige splitsing in netwerk- en productie/leveringsbedrijven gaat hij verder dan de Europese regelgeving voorschrijft en kiest hij voor een marktmodel dat afwijkt van wat in veel Europese landen gangbaar is. Hij staat toe dat productie en levering van energie in buitenlandse handen komen en vindt dat netwerken wel verkocht mogen worden, maar alleen aan Nederlandse institutionele beleggers. Hiermee loopt hij het risicio van procedures wegens belemmering van het vrije kapitaalverkeer. De advocaten van de stroombedrijven lopen zich al warm.

Met uitzondering van de SP steunt de Tweede Kamer in grote meerderheid de plannen van Brinkhorst. De lagere overheden als aandeelhouders kunnen zich verheugen op de opbrengsten uit de verkoop van de leveringsbedrijven en later de netwerkbedrijven. Dit vooruitzicht is een van de redenen waarom minister Zalm (Financiën, VVD) voorstander van splitsing en verkoop is. Met alle bezuinigingen zitten gemeentes en provincies krap bij kas en zo krijgen ze een eenmalige meevaller die Zalm geen cent kost.

Nederland heeft de afgelopen jaren onder de voorgangster van Brinkhorst, Jorritsma van de VVD, klungelig geopereerd met de privatisering van publieke voorzieningen. Brinkhorst pakt het grondiger aan. Hij neemt de tijd tot 2007, versterkt de toezichthouder DTe, brengt een scheiding aan tussen het netwerkmonopolie en producenten en leveranciers, en hij sluit zijn ogen niet voor de werkelijkheid van de machtsconcentratie in de Europese energiesector. Aan dit Europese perspectief offert hij gezonde Nederlandse energiebedrijven op. Met buitenlands eigendom van bedrijven hoeft niets mis te zijn als die voor grotere concurrentie op het energienet zorgt. Maar afgedwongen verkoop aan grotere buitenlandse concurrenten die in hun thuismarkt niet worden gehinderd door Brinkhorsts ingrepen, is iets anders dan het scheppen van een gelijk speelveld in de nationale energiemarkt. Hier is het betere de vijand van het goede.