EU weet nu wat een vluchteling is

Twee jaar lang hield Duitsland een Europees akkoord over asielbeleid tegen. ,,Weet u wel wat er allemaal mis is in mijn land?'' zei minister Schily.

Woensdagmiddag 30 maart, iets na vieren. De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de Europese Unie vergaderen al uren over één gemeenschappelijke definitie van `vluchteling' en de rechten die een vluchteling in de EU gaat krijgen als hij eenmaal is erkend. De Ierse minister van Justitie leest de laatste compromistekst voor. Maar Otto Schily, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, zegt: ,,Dit is mij veel te genereus.'' ,,Maar u heeft net gezegd dat u akkoord bent'', werpt de Ier tegen. Schily staat op, boos: ,,Dat kan zijn! Maar weet u wel wat er allemaal mis is in mijn land?'' Hij houdt een tirade over de werklozen en de armoe in Duitsland. ,,Denkt u nou echt dat ik méér rechten ga geven aan mensen van buiten de EU die tijdelijke bescherming bij ons krijgen, dan aan deze Duitsers?''

Mensen zeggen weleens dat het nooit iets wordt met het gemeenschappelijke asiel- en immigratiebeleid, waarvan de EU-regeringsleiders in 1999 zo plechtig beloofden dat het er zou komen. Elke minister wil zijn nationale wetgeving overeind houden, klagen ambtenaren en diplomaten. Of het nu gaat om het uitzetten van illegalen, arbeidsimmigratie of een lijst met veilige landen van herkomst – altijd liggen er ministers dwars die hun eigen systeem beter vinden dan het Europese voorstel. En dan begint de koehandel. Een akkoord komt er alleen als ze het alle vijftien eens zijn. Een ambtenaar zei eens: ,,Als het voorstel een aangeklede pop is, blijft er na de onderhandelingen soms niet meer van over dan een skelet''.

Zo bezien is het een wonder dat de definitie van `vluchteling' en zijn rechten na ruim twee jaar kissebissen beklonken is. Sterker, deze Europese regeling is niet eens zóver afgedreven van het originele voorstel. Zij geeft niet alleen de `klassieke', politieke vluchteling, maar ook mensen die tijdelijke bescherming nodig hebben een status die ze nu in veel EU-lidstaten niet hebben. Ook mensen die door krijgsheren of religieuze fanaten worden vervolgd, vrouwen en homoseksuelen krijgen opvang in de hele EU. Ze hebben recht op werk, sociale bijstand, gezondheidszorg en dergelijke – niet zoveel als sommige `progressieve' landen wilden, maar méér dan ze nu vooral in Zuid-Europa (en zeker de tien nieuwe lidstaten) krijgen. Elk land mag méér bieden. Maar onder deze minimumbepalingen mag niemand komen.

De richtlijn moest er komen vóór 1 mei. Vanaf die dag mogen de tien nieuwe EU-landen meebeslissen. Dan zou het spel ongeveer opnieuw moeten beginnen. En wat voor spel – Otto Schily, berucht om zijn humeur, beloofde twee jaar lang dat hij `volgende maand' akkoord kon gaan. Omdat de Duitse regeringspartijen ruzie hadden met de oppositie over de Duitse immigratiewet, kon hij in Brussel alleen keiharde standpunten innemen, die zijn collega's onverteerbaar vonden. Dán waren er weer verkiezingen in Beieren, dán weer federale verkiezingen, en op zeker moment was er zelfs geen Duitse wet meer.

Half maart begon Schily ineens `te bewegen'. De ruzie in Duitsland was min of meer gesust. In Brussel werden alle zeilen bijgezet om 1 mei nog te halen. Ambtenaren en ambassadeurs vergaderden zich suf – lastig, want zaaltjes worden een jaar van tevoren geboekt omdat er ook honderden vergaderingen over ándere onderwerpen zijn.

Woensdag maakten de ministers het werk af. Schily ging akkoord met een statuut voor `tijdelijk beschermden', waar Duitsland altijd tegen was. In ruil mocht hij ze tijdelijk van de arbeidsmarkt weren. Bij het puntje `Sociale Voorzieningen' volgde Schily's furieuze litanie over de werklozen. Toen kwam iemand op het lumineuze idee om twee woorden uit de tekst te schrappen – onderhandelen is vaak een kwestie van semantiek. ,,Okee dan'', zei Schily. De Nederlandse minister Rita Verdonk, die op de begrafenis van prinses Juliana was, moest er speciaal voor worden gebeld. Zij vond het ook goed. Even later stapten de ministers naar de pers: ze hadden ,,een historische deal'' gesloten. Dat zeggen ze wel vaker. Maar ditmaal met reden. Zelfs sceptici durven weer voorzichtig te hopen dat het nog wat wordt, met het Europese asiel- en immigratiebeleid.