De kast

Een zware kast verhuizen, het is geen sinecure. Zeker niet als hij naar tweehoog moet en er geen lift is.

Kasten in haar flat verdwijnen alsof ze er nooit hebben gestaan.

,,Hier stond toch een kast?''

,,Ja'', zegt ze, ,,maar ik was hem zat. Ik heb hem in elkaar gehakt. Weg ermee. Ik heb nu veel meer ruimte.'' Dat is waar. Als vrienden gaan verhuizen vragen ze: ,,Nog behoefte aan kasten?'' Jawel, dat heeft ze en zie: deze kasten hebben eigenschappen die alle voorgangers node ontbeerden. Ze belt mij voor het vervoer. Ik heb een bestelauto.

De eerste kast is een fluitje van een cent. Er is een tweede. Die staat boven. Ik aanschouw het omvangrijke ding en voel nattigheid. Hij kan niet uit elkaar. Hij kan ook niet door het trapgat naar beneden. Het is een hanglegkast van gefineerd spaanplaat. Loodzwaar en honkvast. Ik wil het opgeven. Ik heb haar bijna overtuigd van het zinloze van de operatie als de vriend van haar zus opduikt, die monter zegt: ,,Niks hoor, we laten hem van het dakterras naar beneden zakken.'' Mijn mond valt open. Hij zegt: ,,Ik ga beneden in de tuin staan, en Fred laat hem zakken.'' Een kast van zeventig kilo laten zakken?

,,Dat kan niet'', zeg ik.

,,Kom op'', zegt hij, ,,hup naar buiten met dat ding.''

Het logge gevaarte wandelt stijfjes over het dakterras richting dakgoot. Niemand kan kasten zo goed laten wandelen als mijn vriendin.

,,Als ik een seintje geef kan je hem laten zakken'', zegt hij.

,,Hoe?'' wil ik vragen, maar hij is weg. Ik kijk in de donkere tuin daar beneden.

,,Laat hem maar zakken'', roept hij van beneden.

,,Life rewards action'', zegt dokter Phil.

Ik leg de kast op zijn rug en schuif hem van me af over de dakgoot. De kast helt gevaarlijk over.

,,Dat gaat niet'', hoor ik mijn kastenloze vriendin in de tuin zeggen.

,,Laat maar zakken Fred'', roept de vriend.

Ik grijp de kast bij de bovenlijst, zet me schrap tegen de dakrand, laat hem kantelen en zakken tegen beter weten in. Het lukt. Hij staat in de tuin. Ik ben perplex. Ik moet even van mijn verbazing bijkomen op het dakterras. Hoe heeft hij dat gedaan? Als ik beneden kom is hij mobiel weggeroepen voor een spoedbezoek aan de dokterspost, omdat de buurman voor de derde keer door zijn hond is gebeten.

Mijn vriendin laat de kast door het lege huis wandelen richting voordeur. Het halletje blijkt te nauw om de kast door te laten. De kast wandelt terug naar de tuin. De deur in de tuinmuur is op slot. Ze gaat naar de buurvrouw met de bijtgrage hond om de sleutel te vragen. Dan staat de kast op straat. Nadat we de kast in de bestelauto hebben geschoven steekt deze zover uit, dat de vriend op de kast zal moeten zitten om hem tijdens de rit binnenboord te houden. We wachten af.

Een lijkwitte buurman keert terug met zijn hand in een dik verband, zoals je ook in lachfilms ziet, en meldt dat hij zijn hond zal laten inslapen.

Daarop belt onze vriend op zijn mobiel: ,,Ik heb een bastaard herder voor de bewaking voor je.'' Op een vraag van de andere kant antwoordt hij: ,,Ja, hij bijt op burger.''

Ik mag niet lachen. Ik leun op de wiebelende kast. Hij moet nog naar haar flat. Dat is twee trappen op, er is geen lift.

De kast wandelt daar over straat tot aan de voordeur van het portiek. ,,Ik neem hem op mijn rug'', zegt hij, ,,dat tilt het makkelijkst.''

Hij gaat ruggelings tegen de zijkant van de kast aan staan.

,,Bind die kast maar aan mijn rug vast.''

,,Hoe?''

,,Twee spanbanden Fred, eentje hoog en de andere laag.''

Gehoorzaam sta ik laat in de avond op het trottoir een man met gespreide armen aan een kast vast te binden. Er komt een dame voorbij. Ze stopt.

Haar gezicht drukt uit wat ik voel: opperste verbazing. Hij buigt voorover en jawel, de kast gaat van de grond het portiek in. Halverwege de eerste trap blijkt dat we een foutje hebben gemaakt. De kast staat dwars op zijn rug en raakt het plafond. Hij moet door de knieën. Bij de overloop moet hij kruipen om de draai te kunnen maken. Hij lijkt van opzij op een grote slak met een heel verkeerd huisje op zijn rug. Boven gekomen wandelt de kast onder haar deskundige leiding naar zijn plaats.

,,Die staat'', zegt hij voldaan. Hij zweet als een otter.

,,Ze hakt hem binnen een half jaar in elkaar'', fluister ik in zijn oor.

Ik voel een vinger in mijn rug prikken.

,,Dat heb ik gehoord'', zegt ze.