`Blij met een ploeg in moeilijkheden'

In reactie op de voor rechts dramatische uitslag van de regionale verkiezingen heeft Jean-Pierre Raffarin gisteren een aantal ministers gewisseld.

Nog geen twee uur na het aantreden van de nieuwe regering van de Franse premier Jean-Pierre Raffarin gaf zijn kersverse minister van Buitenlandse Zaken, oud-Eurocommissaris Michel Barnier, blijk van een heel apart gevoel voor diplomatie. Hij zei: ,,Ik ben blij toe te treden tot een ploeg in moeilijkheden.'' Misschien wordt eerlijkheid het kenmerk van de Franse diplomatie, die zich overigens, zoals dezelfde Barnier aankondigde, zal gaan concentreren op Europa, dat `het hart van de prioriteiten' zal worden.

Misschien ook heeft Barnier geoordeeld dat er hoe dan ook geen doekjes om te winden zijn en dat zijn constatering onloochenbare waarheid is. De nieuwe regering is immers het gevolg van de verpletterende nederlaag die rechts leed bij de regionale verkiezingen van afgelopen zondag. De kiezer heeft met een opmerkelijk hoge opkomst en met het uitbrengen van een proteststem 21 van de 22 regio's in handen van de linkse oppositie gelegd. De na drie dagen koortsachtig overleg tussen president Jacques Chirac en premier Raffarin tot stand gekomen regering werd dan ook met minachting begroet: ,,lood om oud ijzer'', ,,een kliek-regering, bedoeld om de persoonlijke belangen van Chirac te beschermen'' en: ,,Ze nemen dezelfde lui en beginnen gewoon opnieuw''.

De kritiek ligt voor de hand. `Raffarin III' – zo genoemd omdat de premier vlak na de presidentsverkiezingen van mei 2002 een voorlopige regering formeerde die een maand later, na de parlementsverkiezingen, overging in Raffarin II – telt weliswaar achttien nieuwe leden, maar de kern is onveranderd. Voornaamste pijlers zijn vier ministers die van stoel zijn veranderd.

De populaire minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, binnen rechts rivaal van president Chirac, gaat naar Financiën. Om zijn status als nummer twee van de regering te onderstrepen is hij benoemd tot minister van Staat. Dominique de Villepin gaat van Buitenlandse naar Binnenlandse Zaken, François Fillon van Sociale Zaken naar Onderwijs en Jean-Louis Borloo van Stedenbeleid naar het met 'Sociale Samenhang' uitgebreide ministerie van Werkgelegenheid. Dertien leden van de oude regering houden hun befunctie. Het aantal leden is met vijf toegenomen van 38 naar 43.

Delen van de oppositie achten de nieuwe regering `onwettig'. Volgens de socialist Arnaud de Montebourg kan de verkiezingsuitslag tot geen andere conclusie leiden dan dat president Chirac had moeten besluiten het parlement te ontbinden. Aan de machtsbasis van de regering-Raffarin – een grote meerderheid – verandert de uitslag van zondag weliswaar niets, maar het ongenoegen van de kiezer is naar het inzicht van Montebourg te groot. Gezien het regionale karakter van de verkiezingen is het vanzelfsprekend dat Chirac niet voor deze rigoureuze oplossing heeft gekozen, maar met het aantreden van een nieuwe regering geeft hij er blijk van het legitimiteitsprobleem te erkennen.

Zijn bewegingsruimte was zeer beperkt. Hij heeft premier Jean-Pierre Raffarin, symbool van het zo genadeloos afgestrafte beleid, gehandhaafd met het oog op de Europese verkiezingen. Had hij Raffarin vervangen, dan riskeerde hij opnieuw te moeten omzien naar een premier als de Europese verkiezingen wederom rampzalig uitpakken. De president heeft met de handhaving van Raffarin ook Nicolas Sarkozy op afstand kunnen houden. Gezien diens populariteit was die een logische nieuwe premier geweest, maar gezien zijn openlijke rivaliteit met het staatshoofd is zo'n benoeming problematisch.

Sarkozy gaat nu het ministerie van Financiën leiden, naar verluidt op eigen verzoek. Onder meer doelend op deze benoeming zegt de oppositie dat Chirac vooral zijn eigen belangen dient. Sarkozy, populair geworden dank zij een stringent veiligheidsbeleid, zal op Financiën veel minder gemakkelijk successen kunnen boeken: economische groei laat zich moeilijk afdwingen. De benoeming van Dominique de Villepin op Binnenlandse Zaken zou ook wijzen op Chiracs zorg de eigen positie te versterken. Villepins nieuwe post speelt, zoals Sarkozy bewezen heeft, een cruciale rol in de beeldvorming van de regering en anders dan Sarkozy behoort Villepin tot de trouwsten onder Chiracs getrouwen.

Het gevolg is dat het accent van het Franse buitenlandse beleid, hoewel direct vallend onder de bevoegdheid van het staatshoofd, meer op de consolidatie van Europa zal komen te liggen dan op de machtsverhoudingen in de wereld. Villepin heeft zich vooral geprofileerd met een zeer kritische houding tegenover Amerika inzake Irak. Een als veel prominenter gepresenteerde verandering is echter het `superministerie' van Sociale Samenhang van Jean-Louis Borloo. Die zal in Raffarin III het zo gehavende sociale gezicht van Raffarin II moet zien te herstellen.