Vijf militairen VS gedood in Irak

Vijf Amerikaanse militairen zijn vanochtend in Irak om het leven gekomen toen een geïmproviseerde bom op een weg in de westelijke provincie Anbar ontplofte op het moment dat hun voertuig erover heen reed. Dat heeft een Amerikaanse militaire woordvoerder bekendgemaakt. De provincie omvat steden als Falluja en Ramadi waar anti-Amerikaanse sunnitische rebellen sterk vertegenwoordigd zijn.

Gisteren werd een Amerikaanse militair gedood bij een soortgelijke bomaanslag in Ramadi. Ongeveer 300 Amerikaanse militairen zijn in Irak gedood bij dergelijke bomexplosies en andere aanslagen sinds president Bush op 1 mei 2003 de gevechtsfase van de oorlog voor beëindigd verklaarde.

In een afzonderlijk incident in Falluja werden vanochtend vijf mensen gedood toen rebellen het vuur openden op hun voertuigen. Onder hen zouden buitenlanders zijn. Volgens televisiebeelden werd het verbrande lijk van een van de slachtoffers door juichende inwoners door de staten gesleept.

In Baquba, 65 kilometer ten noorden van Bagdad, werden vanochtend 12 mensen gewond bij een zelfmoordaanslag op een konvooi regeringsvoertuigen, aldus de Iraakse politie. Onder de gewonden zijn de lijfwachten van de plaatselijke gouverneur. De gouverneur zelf was elders. Gisteren werden zeven mensen gewond bij een zelfmoordaanslag bij het huis van een politiechef in Hilla, 100 kilometer ten zuiden van Bagdad.