James Caviezel

Hij werd door de bliksem getroffen, hield een 14 cm lang litteken over aan de geselingen en is door de paus gezegend. James Caviezel speelt een getergde Jezus in The Passion of the Christ.

Het getuigt van moed als een filmacteur de rol van Jezus van Nazareth op zich neemt. Niet om redenen van eventuele blasfemie, of omdat het een van de meest omstreden personages uit de filmgeschiedenis is. Maar eenvoudigweg omdat er niet zoveel sterren bekend zijn die na het spelen van de Christusfiguur nog een voorspoedige acteercarrière kenden. Max von Sydow, Jezus in The Greatest Story Ever Told, en Willem Dafoe, in Martin Scorseses The Last Temptation of Christ, zijn waarschijnlijk de enige uitzonderingen. Dat komt ongetwijfeld doordat zij hun rollen iets dubbels en diabolisch meegaven. En omdat zij zich in de rest van hun loopbaan specialiseerden in duivelser rollen. Heiligheid en drama gaan niet goed samen.

Voor de op 26 september 1968 in Mount Vernon, Washington in een streng katholiek gezin geboren James Patrick Caviezel, was de rol van Jezus in Mel Gibsons rumoerfilm The Passion of the Christ geen uitdaging op acteergebied. Hij nam de opdracht aan, omdat hij het een eer vond om een werktuig van God te zijn, zo verklaarde hij in talloze interviews. Dat hij op dat moment 33 jaar oud was, de leeftijd waarop Jezus gestorven zou zijn, en de initialen J.C. had, was meer dan een gelukkig toeval een teken. Een teken dat bijdroeg aan de vele mystificaties die in de mediahype rondom de film hun werk deden. Net als het feit dat hij tijdens de opnamen door de bliksem getroffen werd en later door de paus gezegend. Met zoveel voorbeschikking moest het hele project wel goed zitten.

Voor Caviezel is zijn werk dan ook meer dan een passie of een roeping. Hij speelt zoveel mogelijk rollen die in overeenstemming zijn met zijn religieuze opvattingen, en weigert zich over te geven aan wereldse zaken als seksscènes, bijvoorbeeld in High Crimes (2002), zelfs als het met zijn witte doek-echtgenote Ashley Judd is.

In het begin van zijn carrière was hij misschien wat minder principieel. Je kunt Gus van Sants My Own Private Idaho (1991), ook al speelde hij daarin alleen maar een bijrol, moeilijk een stichtelijke film noemen. Maar op het gebied van vragen omtrent zingeving zit het ook met die film wel snor, moet Caviezel gedacht hebben. Net als in Terence Maliks oorlogsdrama The Thin Red Line (1998), Ang Lee's burgeroorlogfilm Ride With the Devil (1999), de sciencefictionfilm over tijdreizen Frequency (2000), de wie-goed-doet-goed-ontmoet-productie Pay it Forward (2000) en het Jennifer Lopez-vehikel Angel Eyes (2001) waarin hij voor het eerst te zien is als zwijgzame, getormenteerde halve heilige.

Met dezelfde gelatenheid doorstond hij de fysiek zware productieperiode van The Passion. Hij leed kou en honger, doorstond uitputting en stokslagen, die soms werkelijk op zijn rug terechtkwamen, zodat hij er verschillende littekens, waaronder een van 14 cm lang, aan over hield. Mel Gibson besproeide hem zelf liefdevol met nepbloed. En na de opnamen gingen ze elke dag samen ter communie. Zo letterlijk werd de film als eredienst zelden genomen.