Hongarije treurt om Oompje Bandi

Zesenvijftig jaar was András Toma zoek in de Sovjet-Unie. In de zomer van 2000 dook de laatste Hongaarse krijgsgevangene uit de Tweede Wereldoorlog plotseling op, als in een sprookje. Dinsdag overleed hij op 79-jarige leeftijd in de Oost-Hongaarse stad Nyíregyháza, niet ver van het dorp waar hij in 1924 ter wereld kwam.

Aan het eind van afgelopen zomer was ik voor het laatst op bezoek bij Bandi bácsi, oompje Bandi (kort voor András) en zijn zuster Anna. In de boerentuin bij het huis van Anna stonden de bloemen te verdrogen. De zomer was heet en droog, er viel niet tegen op te sproeien. Broer en zus Toma zaten binnen in de koelte van het huis grapjes te maken over de smid van het oude dorp. ,,Waarom had de smid ook alweer geen kinderen?'', vroeg Anna plagerig. Waarop haar broer met het ene been goedmoedig bromde: ,,Dat weet je toch. Hij had een probleem in zijn broek.'' En dan schaterden ze het allebei uit.

De twee hebben in de korte tijd die hun samen gegeven is een onwaarschijnlijke weg afgelegd. In de zomer van 2000 keerde András Toma als een gebroken man uit Rusland terug. Hij was in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen gemaakt door de Russen en daarna `zoek geraakt' in de wereld van de Sovjetpsychiatrie. Kort voordat hij in 2000 bij toeval ontdekt werd door een Slowaakse arts was zijn been afgezet door Russische artsen. Naar Anna later uitvond, zonder verdoving.

András overleefde zijn gevangenschap door zijn mond te houden. 56 jaar lang zweeg hij over zijn identiteit uit angst om zijn Hongaarse familie in gevaar te brengen. Hij wist niet dat de oorlog was afgelopen, dat alle andere Hongaarse krijgsgevangenen allang weer thuis waren en dat het communisme was verdwenen.

Anna herkende András meteen zodra ze hem op de televisie zag. Ze was pas één jaar oud toen hij in de oorlog verdween maar haar grote broer leek als twee druppels water op hun vader. Toch duurde het nog maanden voor broer en zus herenigd werden want er waren nog tweehonderd andere Hongaarse families die in de norse gestalte met het ene been een doodgewaand familielid dachten te herkennen. DNA-onderzoek bracht uiteindelijk zekerheid.

Over Rusland heeft András nooit meer willen praten. Maar over andere zaken heeft Anna haar broer wel aan de praat gekregen. Dwangmatige klachten over zijn been lachte ze weg met ,,vertel liever hoe dat zat met die smid waar je in de leer was''. En dan begon Bandi bácsi te vertellen, over de jaren van voor de oorlog. Liefdevol en behoedzaam wist Anna haar broer uit zijn isolement te pellen. Zonder dure artsen en therapieën. Gewoon in een boerenhuisje aan een onverharde straat in het oosten van Hongarije.