George Bush laat Rice toch getuigen

President Bush is na dagen oplopende politieke druk gezwicht. Hij laat zijn Nationale Veiligheidsadviseur Rice toch getuigen voor de Commissie die de aanslagen van 11 september 2001 onderzoekt.

De president heeft er ook in toegestemd zelf voor de hele commissie te verschijnen. Dat zal hij doen, samen met vice-president Cheney, in een besloten zitting en niet onder ede. Eerder was de president alleen bereid te spreken met de twee voorzitters van de commissie.

De voltallige commissie, die bestaat uit Republikeinen en Democraten, had de president gevraagd om zijn Nationale Veiligheidsadviseur onder ede in het openbaar te mogen verhoren. Condoleezza Rice heeft wel uitvoerig met de commissie gesproken op vertrouwelijke basis.

Na de publicatie, anderhalve week geleden, van een zeer kritisch boek door Richard Clarke, de voormalige chef terrorismebestrijding van het Witte Huis onder de presidenten Clinton en Bush, zag de president zich gedwongen zich te verdedigen bij monde van Rice en andere naaste adviseurs. Tegelijk bleef Rice weigeren officieel te getuigen voor de commissie die onderzoekt hoe de zwaarste aanval tegen Amerika op Amerikaans grondgebied heeft kunnen gebeuren.

Als onderdeel van het akkoord dat het Witte Huis met de commissie heeft bereikt, zal de commissie ervan afzien andere medewerkers van de president te horen. Volgens haar voorzitters was de commissie dat toch al niet van plan. De toezegging kan de commissie hinder bezorgen mocht zij later besluiten dat meer informatie nodig is over wat de regering wel en niet heeft gedaan om een aanval als die van `11 september' te voorkomen.

Het verzet van de president tegen het verzoek om zijn Nationale Veiligheidsadviseur te laten getuigen berustte op de leer van de scheiding der machten: het principe dat de president vertrouwelijk advies moet kunnen inwinnen zonder zich daar later over te hoeven verantwoorden jegens het Congres. Die commissie betoogde dat zij niet is ingesteld door het Congres.

De president is uiteindelijk door de knieën gegaan op grond van de uitzonderlijke omstandigheden. ,,Ik heb opdracht gegeven tot deze mate van medewerking omdat ik het noodzakelijk acht voor het verkrijgen van een volledig beeld van de maanden en jaren die vooraf gingen aan de moord op onze medeburgers op 11 september 2001.''

De regering-Bush heeft zich van het begin van zijn ambtsperiode sterk verzet tegen de permanente druk om openbaarheid. Zij verzette zich lang tegen instelling van de 11 september-commissie en heeft een taai gevecht gevoerd over het overhandigen van documenten aan die commissie.

Eind april komt bij het Hooggerechtshof in Washington de zaak voor tussen vice-president Cheney en de milieubeweging over overlegging van de lijst Witte Huis-contacten voorafgaand aan de opstelling van de Energienota van de president.