Geen `hup-Holland-hup' in energiesector

Met het besluit de energiebedrijven op te splitsen kiest minister Brinkhorst meer voor de bescherming van de consument dan voor de energiebedrijven.

,,De minister is niet echt van het `hup Holland hup' gevoel.'' De woordvoerder van `energieminister' Laurens Jan Brinkhorst is er helder over. Nationale belangen van energiebedrijven moeten ondergeschikt zijn aan de nationale belangen van energie-afnemers (huishoudens en bedrijven). De jarenlange strijd van de drie zogenoemde `nee'-partijen (Nuon, Essent en Eneco, de Nederlandse leveranciers) tegen een vergaande ingreep in hun bedrijfsstructuur is in hun nadeel beslecht. Hun afwijzing heeft niet geholpen.

Vandaag stuurde Brinkhorst (Economische Zaken) zijn plan voor de splitsing van de energiebedrijven naar de Tweede Kamer. Kern van het voorstel van Brinkhorst is om de huidige regionale energiebedrijven op te splitsen in een netwerkbedrijf enerzijds en een productie- en/of leveringsbedrijf anderzijds.

De splitsing wordt tot op aandeelhoudersniveau doorgevoerd, zodat daadwerkelijk twee lossen bedrijven ontstaan. Het netwerk blijft op deze manier vooralsnog in handen van de publieke aandeelhouders, en komt onder beheer van de landelijke netbeheerder TenneT (een overheidsbedrijf dat nu reeds het hoogspanningsnet beheert), terwijl productie en levering op de vrije markt komen en eventueel verkocht kunnen worden. De huidige bedrijven houden wel het beheer over de zogeheten `distributienetten' (van hoogspanningsmast tot aan de deur). Dit alles moet uiterlijk op 1 januari 2007 geregeld zijn. Als er dan een goed functionerende, concurrerende Europese energiemarkt is, kan eventueel alsnog besloten worden de netwerken te privatiseren. Wel mogen voor 2007 al andere investeerders in de netwerken stappen.

Brinkhorst, die overigens steun heeft van PvdA, CDA, VVD en D66 voor zijn plannen, krijgt nu precies waar hij ideologisch voor staat. De Europa-gezinde liberaal zorgt met zijn besluit voor een Nederlands level-playing field op productie- en leveringsniveau, waarop alle - ook buitenlandse - energiebedrijven gelijke kansen hebben. Daarbij zullen toezichthouders als de NMA en de DTe in de gaten houden dat er geen onverantwoorde marktconcentraties plaatsvinden. Tegelijkertijd beschermt Brinkhorst het belang van de nationale consument door te voorkomen dat marktpartijen de zeggenschap krijgen over de binnenlandse energienetwerken, die per definitie monopolies zijn.

Nederland neemt met dit besluit (tot nu toe) een unieke positie in Europa in. Vrijwel alle andere EU-landen bouwen, vaak gesteund door hun overheden, aan krachtige, geïntegreerde energiebedrijven, die zijn opgewassen tegen de concurrentie op de Europese energiemarkt. Brinkhorst is echter dusdanig overtuigd van zijn gelijk, dat hij tijdens het komende Nederlandse voorzitterschap alles op alles zal zetten om zijn Europese collega's te overtuigen hetzelfde te doen met hun energiesectoren.

Door het beheer van de netten vanaf 110 kilovolt onder te brengen bij netbeheerder Tennet, zorgt Brinkhorst ervoor dat de netten voor iedereen toegankelijk blijven. Onduidelijk is nog of Tennet ook daadwerkelijk eigenaar wordt van de netten, het juridisch eigendom hoeft niet in handen van de netbeheerder te zijn om er toch invloed op uit te kunnen oefenen. De netwerken, met een geschatte waarde van zo'n 20 miljard euro, kunnen in het uiterste geval ook door TenneT opgekocht worden. Het bezwaar dat de overheid daarmee diep in de buidel moeten tasten en de staatsschuld opdrijven, zijn minder relevant, omdat het bezit en beheer van de netwerken jaarlijks een rendement van 6 à 7 procent opleveren.

Tennet heeft verheugd gereageerd op het besluit, maar stelt dat het beheer van de netten eigenlijk uitgebreid zou moeten worden tot de 50 kilovolts-netten, omdat ook die regelmatig een transportfunctie hebben.

Uit de sector komen intussen waarschuwende geluiden. Het besluit van Brinkhorst is ,,bedreigend voor het goed functioneren van de Nederlandse energievoorziening en zeer nadelig voor de Nederlandse energiebedrijven'', schrijft EnergieNed, de federatie van energiebedrijven in Nederland, in een eerste reactie. Door de netwerken los te knippen van de productiebedrijven, ontneemt de minister de toch al kleine Nederlandse energiebedrijven de mogelijkheid te investeren in productiecapaciteit, meent EnergieNed. Bovendien hebben zij er vaak op gewezen dat ze een gemakkelijke prooi voor overnames door buitenlandse concerns worden zonder hun belangrijkste bezit. De reacties uit de sector zijn logisch, maar Brinkhorst is er niet ontvankelijk voor. Bescherming van de consument mag in de ogen van de D66'er nu eenmaal ten koste gaan van specifieke bedrijfsbelangen.