Waar gebruik je de nieuwe laptop?

Fijn aan een scriptie werken in een vakantiehuisje. Gezellig een roman schrijven aan de keukentafel. Een Powerpoint-presentatie geven in een conferentieoord. Wie wil dat nou niet? Het kan allemaal met een laptop. Ze zijn de laatste tijd goedkoper en ook beter geworden. Zes jaar geleden kocht je een traag beestje voor ruim 3.000 gulden, met een (lcd-)schermpje dat het beste te bekijken was als je flink wat lampen uitdeed. Tegenwoordig koop je voor 1.000 euro een razendsnelle laptop met een groot en helder tft-scherm, met ingebouwd modem, dvd-brander en een harde schijf waarop je dagen muziek of vele generaties familiefoto's kwijt kunt. Dat is het goede nieuws.

Het slechte nieuws is dat het aanbod erg onoverzichtelijk is geworden en dat het in de aanbiedingen wemelt van de geheimtaal.

In dat soort gevallen wordt altijd aangeraden om eerst eens goed te bedenken `wat je er eigenlijk mee wilt'. Dat vraagt de verkoper ook altijd. Het probleem is dat veel mensen dat helemaal niet weten. Ze willen kunnen tekstverwerken en e-mailen, dat weten ze wel. Maar ze willen ook alle toekomstige mogelijkheden openhouden. Stel je voor dat je opeens zin krijgt om videofilms te gaan monteren op de computer? Of dat gamen je hobby wordt? Dan is het toch wel erg zuur als je laptop dat niet kan. Allemaal waar, maar wie zo redeneert, komt uit bij de desktop-killer: een alleskunnende laptop van 2.700 euro en ruim 4 kilo.

Vruchtbaarder is een andere benadering. Die begint bij de vraag of je het apparaat veel onderweg wilt gebruiken: in de trein? In het vliegtuig? Moet je er vaak mee lopen? In dat geval telt elk ons gewicht en moet de accu het ook lang kunnen volhouden. Een laptop van meer dan drie kilo is heel zwaar als je er de hele dag mee moet sjouwen, vooral omdat de adapter waarmee je hem op het net moet aansluiten (en waarmee je de accu oplaadt) ook altijd in de tas moet. Zo'n ding weegt vaak 500 gram, dus je loopt al gauw met vijf kilo te zeulen.

Een lichte laptop dus. Het aanbod wordt dan opeens een stuk kleiner – en duurder. Laptops van 2,5 kilo en minder werken meestal met speciale processoren die met weinig energie en ruimte toe kunnen. De Centrino-processoren van Intel zijn de bekendste. Ze zitten in laptops van verschillende merken. Vraag wel naar het gewicht van de adapter. Aan een lichte laptop met een zware adapter heb je niet zoveel.

Wie niet zoveel hoeft te sjouwen kan toe met een `gewone' processor. De Pentium 4 (Intel) voor het supersnelle werk en een Celeron (Intel) of een Athlon (van AMD) als je geen gamer bent en minder geld wilt uitgeven. Meestal staat achter de naam van de processor zijn `kloksnelheid'. bijv 2,4 GHz. Hoe hoger het getal, des te sneller de laptop. Centrino's hebben meestal een lagere snelheid, maar omdat ze slimmer van de klokpulsen gebruikmaken heb je daar in de praktijk geen last van.

Het interne geheugen van de laptop is ook belangrijk voor de snelheid. Het wordt meestal aangeduid als 256MB DDR SDRAM, of met andere weinig tot de verbeelding sprekende afkortingen. Het getal is het belangrijkste. Een intern geheugen van 512 MB is verstandig. Zit dat er niet in, laat er dan meteen wat bijzetten; 256 MB extra kost je ongeveer 80 tot 100 euro extra. De harde schijf (aangeduid met bijv.: 20GB ATA-100) moet minimaal 20 gigabyte zijn, 30 of 40 is beter. Dvd/cd rw: dat is een laptop die cd's en dvd's kan lezen (r) en schrijven (w). Helemaal niet zo gek, want het zijn handige opslagmedia. Floppydrives zitten er meestal niet meer in, maar je kunt er wel een externe drive bijkopen (kost ongeveer 50 euro), of nog handiger, gebruik een usb-stick. Dat is een blokje zo groot als een vlakgum dat je in een usb-poort steekt en waar het complete oeuvre van Vestdijk op past. Tot slot: gebruik je de laptop veel op één plek, haal de accu er dan uit en gebruik alleen de netvoeding. De accu gaat dan langer mee.

[oosterbaan@nrc.nl]