Veiligheidschef VN ontslagen om Irak

VN-secretaris-generaal Kofi Annan heeft zijn veiligheidschef ontslagen in verband met de bomaanslag op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Bagdad waarbij in augustus 22 doden vielen. Dat heeft een VN-woordvoerder gisteren in New York bekendgemaakt. Volgens een gisteren – deels – vrij gegeven rapport was de veiligheidschef, de Birmees Tun Myat, ,,kennelijk blind'' geweest voor de zich ontwikkelende veiligheidscrisis in Bagdad. Ondanks ,,waarschuwingen van het tegendeel'' had hij zich volgens het rapport laten leiden door zijn overtuiging dat de VN geen doelwit van een aanslag zouden worden.

Myat was in november al met verlof gestuurd. Het rapport van Gerald Walzer, een vroegere adjunct-hoge commissaris voor vluchtelingen van de VN, werd eerder deze maand aan Annan overhandigd. Gisteren werd een samenvatting gepubliceerd, samen met een lijst van personele maatregelen die Annan op basis van het rapport heeft genomen. Zo zullen de twee VN-functionarissen die in Bagdad zelf voor de beveiliging verantwoordelijk waren, voor een interne tuchtcommissie moeten verschijnen wegens nalatigheid. Inzet van Walzers onderzoek was wie verantwoordelijk waren voor de ernstige fouten bij de beveiliging die in een eerder rapport door de Finse ex-president Martti Ahtisaari waren geïdentificeerd.

In Irak zelf onderstreepte de chef van een VN-team dat Iraakse leiders gaat helpen een interimregime te vormen en verkiezingen te organiseren, dat de algemene veiligheidssituatie van doorslaggevend belang is wil Irak voor 31 januari verkiezingen kunnen houden. De Irakezen moeten ,,zonder extreme vrees'' naar de stembureaus kunnen gaan, aldus teamleider Carina Perelli. De tijdslimiet wordt genoemd in de interimgrondwet die kort geleden is aangenomen. Het VN-team arriveerde vrijdag en blijft enkele weken. Een tweede delegatie komt volgende maand.