Spelletjes

Op een feestje van een mij dierbare familie raakte ik in gesprek met twee jongens, broers van zeventien (Bart) en vijftien jaar (Tijmen). Een wereld ging voor mij open, want de jongens bleken dol op computers. Vooral Bart was uitgegroeid tot een computerfreak van het zuiverste water.

Hij vertelde dat hij dagelijks vier uur achter de computer doorbrengt. Het is daarmee veruit zijn belangrijkste vrijetijdsbesteding. Hij komt heus nog wel op straat, want hij houdt van skaten, en tussen de bedrijven door ziet hij ook nog kans op het gymnasium goed mee te komen. Maar die computer, daar gaat echt niks boven. Lezen? Alleen als het een spannend boek is.

Bart en Tijmen zijn vriendelijke, zachtaardige jongens, dus ik keek er wel even van op toen ze me over de inhoud van hun computerspelletjes begonnen te vertellen. Dat loog er werkelijk niet om. Het draaide allemaal om geweld, gaf Bart grif toe.

Vertél, riep ik gretig.

Nou, zei Bart, wat wij in die spelletjes voornamelijk doen is oorlog voeren. Het zijn hele veldslagen die we afwerken. Met veel bloed.

Maar in sommige spelletjes, stelde Tijmen me gerust, is dat bloed een beetje weggewerkt. Dan zie je geen rood, maar een grijs lijk.

Bart nam vaak in georganiseerd verband aan de oorlogen deel. Hij had zoiets pas nog op school georganiseerd. Toen gingen ze op twaalf computers tegen elkaar te keer, alsof leven en dood ervan afhing.

Thuis meldt hij zich via de site www.clanbase.com vaak aan om clansgewijs oorlog te voeren. Hele toernooien worden op die manier afgewerkt. Wil je dat `op niveau' doen, dan kun je niet zomaar deelnemen. Eerst word je getest of je wel voldoende computerbekwaam bent. Ja, Bart was dat, daar hoefde ik me geen zorgen over te maken.

Voor interessante spelletjes moest ik naar www.generals.ea.com, adviseerde Bart. Dat ging behoorlijk ver. Daar vochten Amerikanen, Chinezen en terroristen tegen elkaar, en er was zelfs een moderne zelfmoordterrorist die zichzelf opblies.

Krijgen jullie nou geen genoeg van al dat geweld, informeerde ik paternalistisch. Ach, zei Bart, het gaat ons helemaal niet om dat geweld, je moet punten scoren, winnen, daar doen we het om.

Het klonk niet als een smoes, en ik was dan ook geneigd hem te geloven. Waren hun spelletjes in essentie zoveel anders dan de stripboekjes van Dick Bos waar ik vroeger van smulde?

Een dag eerder was ik wél geschrokken op de Dam in Amsterdam, waar een demonstratie plaatsvond tegen de liquidatie door Israël van Hamasleider Yassin. Oudere demonstranten droegen borden met opschriften als `zionisme=racisme', vanaf het podium klonken waarschuwingen tegen `de joodse wereldlobby'. Daarna begonnen jongens van Noord-Afrikaanse afkomst met verbeten koppen te dansen en te spugen op de Israëlische vlag voordat ze die in brand staken.

Het waren er maar weinig. Maar toch nog te veel. Moeten we geen computerspelletjes verzinnen om die jongens een beetje rustig te krijgen? Ik zal het Bart eens vragen. Hij overweegt toch een toekomst in die branche.