Nieuwe NAVO-leden brengen vooral bases in

De NAVO is uitgebreid met zeven nieuwe lidstaten. Militair voegen ze niet veel waarde aan het bondgenootschap toe.

Meer dan tweehonderdduizend militairen, vijfhonderd jachtbommenwerpers, duizenden tanks en tientallen marineschepen: op papier voegt de NAVO met de toetreding van de zeven nieuwe lidstaten militaire capaciteit toe ter grootte van zeker driemaal die van Nederland. Maar kwantiteit zegt bij het bepalen van slagkracht vrij weinig.

Het materieel is volgens NAVO-maatstaven bijvoorbeeld bijna zonder uitzondering verouderd. De toegevoegde militaire waarde van de nieuwe NAVO-partners is hooguit te vinden in kleine aantallen gespecialiseerde grondtroepen en extra bases.

Bulgarije, Roemenië, Slovenië, Slowakije en de Baltische landen Estland, Letland en Litouwen zijn de afgelopen jaren druk doende geweest om zich een `toegangskaartje' voor het Atlantisch bondgenootschap te verwerven. Hun defensiebudget moet twee procent van het bruto nationaal product bedragen, overbodig personeel moet verdwijnen en overtollige uitrusting moet worden afgeschaft. Ook zijn hun strijdkrachten verplicht zich te modelleren naar een NAVO-structuur waarbij dienstplichtigen een veel kleinere rol spelen en er plaats is ingericht voor een snel inzetbare strijdmacht.

Die eisen zijn minder streng dan die voor de kandidaten van de vorige uitbreidingsronde, Polen, Tsjechië en Hongarije. De zeven nieuwe leden hebben dat met name te danken aan het uitbreken van de oorlog tegen het terrorisme en hun bijdragen aan de operaties in Afghanistan en Irak. ,,Ze hebben zich al gedragen als de facto lidstaten'', zei de senator George Voinovich nadat de Verenigde Staten de oorlog in Irak in mei vorig jaar officieel voor geëindigd hadden verklaard. ,,Ze hebben zich zelfs als betere bondgenoten opgesteld dan sommige landen die al lid van de NAVO zijn.''

Bulgarije en Roemenië stelden hun luchtruim open en richtten logistieke bases in voor onder andere Amerikaanse tankervliegtuigen, die bommenwerpers boven de Zwarte Zee op weg naar het slagveld van brandstof voorzagen. Die steunpunten bewezen belangrijke diensten toen de Turkse regering vliegvelden voor Amerikaanse aanvalsvluchten op Irak sloot.

De Baltische landen en Slowakije stuurden kleine detachementen ondersteunend personeel naar Afghanistan en Irak, onder andere eenheden met speurhonden en groepjes militairen die hielpen bij het in- en uitladen van transportvliegtuigen op luchthavens in Afghanistan en in Kirgizië.

De nieuwe NAVO-landen voldoen intussen aan een aantal van de eisen. Zo zitten Roemenië en Bulgarije ruim boven de tweeprocentsnorm, die overigens door `oude' lidstaten – inclusief Nederland – niet altijd wordt gehaald. [Vervolg NAVO: pagina 5]

NAVO

Bijdrage nieuwe leden bescheiden

[Vervolg van pagina 1] Bulgarije is bezig de omvang van zijn strijdkrachten te halveren naar 45.000 man, grotendeels beroepsmilitairen die, in tegenstelling tot wat onder het Warschaupact gebruikelijk was, niet zullen worden geleid door een `waterhoofd' van generaals en admiraals. De Bulgaarse luchtmacht zal uiterlijk in 2008 een squadron nieuwe gevechtsvliegtuigen in dienst nemen ter vervanging van de Soechoi-25, vier jaar later gevolgd door nog een squadron. De huidige inventaris van oude MiG- en Soechoi-jachtbommenwerpers is intussen voorzien van een soort elektronische nummerborden die de NAVO-radar leest als `van ons'.

Het Bulgaarse ministerie van Defensie heeft een intentieverklaring getekend om de marine uit te rusten met een paar Duitse korvetten en patrouillevaartuigen van de firma Thyssen-Krupp. Maar hierop is het principe voor-wat-hoort-wat van toepassing: orders zijn alleen te verwachten als het lidmaatschap ook echt doorgaat.

Ook de Roemeense strijdkrachten vinden zichzelf opnieuw uit. Een snelle reactiemacht is gevormd rond eenheden bergtroepen, die allemaal een stoomcursus Engels hebben gevolgd. De Roemeense luchtmacht laat een aanzienlijk aantal van zijn MiG-21 toestellen tot Westerse standaard moderniseren door Israëlische ondernemingen. En ook de Roemeense marine heeft bewezen de interoperability, de mogelijkheid om naadloos binnen NAVO-verband te kunnen optreden, serieus te nemen. Begin vorig jaar kocht het land daarom twee tweedehands Britse fregatten, de HMS London en de HMS Coventry.

De Baltische staten hoeven hun strijdkrachten niet te verkleinen aangezien die al zo bescheiden van omvang waren: hooguit tienduizend man per land. Geen van de drie landen heeft een noemenswaardige luchtmacht of marine, maar er wordt wel van ze verwacht dat ze bij toekomstige NAVO-missies commando's en andere gespecialiseerde eenheden leveren.

De bijdragen van de nieuwe lidstaten is dus in het beste geval bescheiden te noemen, zeker als je ze afzet tegen de eisen die de VS stellen aan hun grotere Europese NAVO-partners. Die vertoonden tijdens de acties tegen Joegoslavië in de eerste helft van 1999 op sommige terreinen hiaten. De Europese bondgenoten beloofden plechtig om bijvoorbeeld zware transport en -tankervliegtuigen te kopen en elektronica om inlichtingen te verzamelen. Dat soort materieel is ver buiten bereik van de strijdkrachten van de nieuwe kandidaten. De NAVO bewaakt sinds kort met geavanceerde radarvliegtuigen het luchtruim van de Baltische landen en Slovenië. Dat kunnen ze zelf niet.

Daarbij mag nog worden betwijfeld of zelfs de bescheiden criteria uiteindelijk wel worden gehaald. Zo zei de Bulgaarse opperbevelhebber nog in december dat hij het streven van 45.000 man wel erg aan de lage kant vond. En de aanschaf van de twee Britse occasions ter waarde van zo'n 200 miljoen euro maakt nog meer grootschalige modernisering moeilijk: Roemenië besteedt jaarlijks in totaal ongeveer 750 miljoen euro aan de landsverdediging.