`Het moet over vrede tussen mensen gaan'

Juliana was een gelovige vrouw met een heel eigen spirituele overtuiging, zei dominee Hudig tijdens haar preek. Juliana wilde een dienst over vrede.

,,Het moet hier bij de afscheidsdienst over vrede gaan,'' zo luidde de wens van prinses Juliana: ,,Vrede tussen mensen, rassen en volken. En dat mensen niet bang moeten zijn voor de dood.''

Die wens van Juliana werd vanmiddag verwoord door de remonstrantse dominee Welmet Hudig-Semeijns de Vries van Doesburgh in de preek bij de uitvaartdienst in de Nieuwe Kerk in Delft, voordat ze weer als koningin werd bijgezet in het familiegraf van de Oranjes. Het werd een dienst die vooral optimisme uitstraalde. Optimisme en lichtheid die ook doorklonken in de keuze van de muziek, de bloemen bij het graf, de witte accenten aan de rouwkoets en de witte kleding van de dochters van Juliana.

In de kerk heerste een plechtige sfeer, maar de zon die volop door de gebrandschilderde ramen scheen zorgde voor een stralende ambiance.

Volgens dominee Hudig, die in de laatste jaren veel persoonlijk contact met Juliana heeft gehad, was de prinses vol vertrouwen. ,,Mensen hoeven niet bang te zijn,'' zou ze dikwijls hebben gezegd: ,,Er is geen einde aan het laatste einde, alleen een eeuwig nieuw begin.'' Niet toevallig dat echte treurmuziek vandaag ontbrak. Geen muziek die expliciet over de dood gaat, zoals wel bij de bijzetting van prins Claus in oktober 2002. Daar klonken delen uit het Requiem van Mozart.

Vanmiddag speelde het Residentie Bach Orkest onder leiding van dirigent Jos Vermunt uit Peer Gynt van Edvard Grieg niet het zwaarmoedige Ase's dood, maar juist het verwachtingsvolle Morgenstimmung. Ook het 15de-eeuwse, van oorsprong Nederlandse lied Der Winter ist vergangen keek uit naar de lente, naar bloemen, naar het licht van mei. Bijzonder is dat de melodie enisgzins lijkt op die van het Wilhelmus. Opmerkelijk waren drie Gymnopédies van Erik Satie in orkestraties van Claude Debussy en Roland Manuel, waarmee de kerkdienst begon. Lichte, haast terloopse muziek.

Dat Juliana belangstelling had voor esoterie, en daarbij buiten de grenzen van het christendom trad, bleef niet verzwegen. ,,Juliana was een gelovige vrouw met een heel eigen spirituele overtuiging'', zo zei Hudig. Haar vader prins Hendrik had haar in contact gebracht met oosterse, mystieke wijsheid. En door haar dochters kwam zij in aanraking met moderne spirituele stromingen.

Koor en orkest brachten het stuk Angel of Hope ten gehore, gecomponeerd door de uit Noorwegen afkomstige Amerikaanse harpist en violist Erik Berglund. Dat kan onder `New Age' worden gerangschikt. Op de gelijknamige cd (1988) staat een gevleugelde harp in de wolken afgebeeld, terwijl componist Berglund zich bezighoudt met `healing'. Angel of Hope klonk vandaag in een arrangement van Bob Zimmerman, die ook betrokken was bij de kerst-cd van prinses Christina.

De jongste dochter van Juliana, die ooit zong op de radio bij een kersttoespraak van haar moeder, bracht bij haar uitvaart nu The Gift to be Simple ten gehore, een volksliedje dat werd begeleid door het orkest. Het is een gave om eenvoudig en gewoon te zijn, een verzuchting die volgens Hudig erg bij Juliana paste.

Dat Christina zou zingen was ,,een grote wens van Juliana''. Ondanks het emotionele moment zong de prinses met vaste en stralende stem. Kleinkinderen van Juliana, kroonprins Willem-Alexaner voorop, hadden aan het begin van de dienst kaarsen ontstoken.

Behalve het uitstapje naar de esoterie had de dienst vanmiddag een tamelijk traditioneel Hervormd karakter, zij het van enigszins vrijzinnige snit. Er werden geen psalmen gezongen. Wel klonk een aantal traditionele gezangen: `Wat de toekomst brengen moge', en `Heer ontferm u over ons'.

Ook het A toi la Gloire (U zij de glorie, opgestane Heer), sloot aan bij de Oranje-traditie, het klonk eerder bij de bijzetting van prins Claus. Toen aan het slot van de dienst, nu bij het binnendragen van de kist. Op de begrafenis van Wilhelmina in 1962 was net als vandaag Noorse muziek te horen. [Vervolg KERKDIENST: pagina 2]

KERKDIENST

Expliciet oecumenisch karakter ontbreekt tijdens kerkdienst

[Vervolg van pagina 1] Het `Onze Vader' werd gezongen door het koor de Resurrection Singers in het Surinaams, de taal van het land waarvan Juliana tot 1975 ook koningin was.

In de dienst ontbrak een expliciet oecumenisch karakter, ook al zei Hudig in de preek dat Juliana bij het huwelijk van haar kleinzoon Maurits heel bewust ter communie was gegaan. Wel klonken er Latijnse teksten in het Kyrie Eleison uit de Mis in d-groot van Dvorák en Dona nobis pacem, waarin de door Juliana zo gewenste vrede door het koor en orkest werd afgesmeekt.

Voor Juliana betekende vrede volgens Hudig niet uitsluitend de afwezigheid van oorlog - de bewapeningswedloop tijdens de Koude Oorlog had haar zeer verontrust. Maar het ging haar ook om innerlijke vrede. Zo interpreteerde de predikante de schriftlezing uit het Johannes evangelie, hoofdstuk 14, waarin Jezus tijdens het Laatste Avondmaal tegen zijn leerlingen zegt: ,,Vrede laat ik u, mijn vrede geef ik u.'' Hudig noemde het ,,onwaarschijnlijk'' dat Jezus zijn leerlingen hier een gelukzalige toekomst of een bovenaardse, hemelse vrede toewenst. ,,Het lijkt alsof Jezus er vrede mee heeft dat hij zal sterven,'', innerlijke vrede die hij meegeeft aan zijn leerlingen. Mensen hoeven niet bang te zijn, zei Juliana, volgens Hudig: ,,Er is geen einde aan het laatste einde, alleen een eeuwig nieuw begin.''

Innerlijke vrede die volgens Hudig voor Juliana zelf niet altijd vanzelfsprekend is geweest. De ex-vorstin schreef haar: ,,Veel van mijn verdriet in mijn leven is onbekend en mag dat ook blijven.'' Ook was ze niet altijd makkelijk voor anderen: Het was moeilijk een overtuiging uit haar hoofd te praten, zo memoreerde Hudig.

Net als bij de bijzeting van Claus was de afdaling van de met de Nederlandse vlag gehulde kist in de grafkelder gevolgd door de naaste familie het meest dramatische moment van de plechtigheid.

Als slotlied zongen de aanwezigen haast als vanzelfsprekend het Wilhelmus. Maar de keuze voor het couplet was verrassend. Niet het in de kerk veel gezongen zesde: ,,Mijn Schild ende betrouwen, zijt Gij o God, mijn Heer!'' zoals bij de bijzetting van Wilhelmina. Ook niet het wereldlijke eerste couplet dat over de opstand tegen Spanje gaat en het nationale gevoel laat spreken. Maar het vijftiende en laatste couplet waar beide thema's samengaan. ,,Voor God wil ik belijden'' dat we nooit ontrouw zijn geweest aan de koning van Spanje, wiens verre opvolger Juan Carlos vandaag in Delft aanwezig was. Maar dat de ware trouw God betreft, ,,de hoogste Majesteit'' die ik heb moeten ,,obediëren''. Dat obediëren haalde Hudig eerder in haar preek aan, op het moment dat zij sprak over het koningschap van Juliana. Dat was volgens haar een ,,zware, maar heilige opdracht, waaraan zij moest gehoorzamen''.