Geld en prestige in ruil voor goed idee

Crucell heeft een bedrijf dat onderzoek doet naar gentechnologie overgenomen van de Universiteit van Amsterdam. De universiteit houdt er geld en een goede naam aan over.

Hoogleraar biochemie Arie Otte deed een ontdekking op het gebied van gentechnologie, die mogelijk veel geld kon opbrengen. Maar de weg van een wetenschappelijke vondst naar een verkoopbare techniek is lang en kostbaar. De Universiteit van Amsterdam (UvA), waar Otte werkt, doet alleen onderzoek, geen productontwikkeling. En grote bedrijven kijken wel uit voor ze geld steken in prille ontdekkingen met een onzeker rendement.

De oplossing was zelf een bedrijf beginnen. Na het oprichten van ChromaGenics in 2000 kon de onderzoeksgroep van Otte een beroep doen op subsidieregelingen voor het bedrijfsleven. Ook Biopartner, een door de overheid opgezette stichting om startende biotechbedrijfjes te stimuleren, betaalde mee. De UvA stelde, in ruil voor aandelen, een geldlening en faciliteiten ter beschikking. Zo haalde de onderzoeksgroep meer geld op dan binnen de universiteit had gekund en kon ze het idee verder uitwerken en beschermen met octrooiaanvragen.

De UvA kreeg via haar dochteronderneming UvA Holding ruim de helft van de aandelen ChromaGenics in handen. ,,Vroeger kreeg de holding altijd alle aandelen'', zegt Johan Vos, die bij de UvA samenwerking met bedrijven stimuleert. Inmiddels vindt de universiteit volgens hem dat wetenschappers die net als Otte hun nek uitsteken ook moeten profiteren van een eventueel succes van het nieuwe bedrijf. De verdeling van de aandelen hangt af van hoeveel elke partij aan het nieuwe bedrijf bijdraagt, in de vorm van kennis of kapitaal. ,,Daar wordt over onderhandeld.''

De UvA Holding is in 1992 in het leven geroepen om marktgerichte initiatieven te ontplooien die ,,niet passen bij de universiteit''. De holding huisvest behalve ChromaGenics nog vijf spin-offs: bedrijven die zijn voortgekomen uit UvA-onderzoek. Verder zitten er tien andere ondernemingen in, waaronder een vertaalbureau, een vastgoedbedrijf en de uitgeverij Amsterdam University Press.

De onderzoekers van ChromaGenics werken aan een methode om kankerbestrijdende eiwitten efficiënter te produceren. Daarvoor plaatsen ze het gen voor zo'n eiwit in een zoogdiercel, die dan grote hoeveelheden ervan kan maken. Tot dusverre gebeurt het vaak dat het geplaatste gen inactief raakt en de eiwitproductie stopt. De techniek van ChromaGenics zorgt ervoor dat dit niet meer gebeurt. Als de ontwikkeling van deze methode is afgerond, kunnen farmaceutische bedrijven licenties kopen om de techniek te mogen gebruiken.

Deze maand nam biotechnologiebedrijf Crucell het UvA-bedrijf over voor 4 miljoen euro, omdat het de nieuwe techniek veelbelovend vindt. Als in de toekomst bepaalde commerciële doelen worden gehaald, zal Crucell de verkopers extra betalen.

Alle activiteiten van ChromaGenics speelden zich af binnen de muren van de UvA. Het bedrijf betaalde daarvoor een beperkte huur. Ook kon het faciliteiten van de bèta-faculteit blijven gebruiken. Otte en vier andere medewerkers zijn altijd in dienst gebleven van de universiteit. Wat krijgt de UvA hier eigenlijk voor terug? Geld en prestige, volgens Otte en Vos. [Vervolg SPIN-OFF: pagina 16]

SPIN-OFF

Onderzoeker geen ondernemer

[Vervolg van pagina 13] ,,ChromaGenics heeft veel geld voor dit onderzoek binnengebracht'', vertelt Otte. De publicaties en de technologie die eruit zijn voortgekomen dragen ook de naam van de UvA. Verder krijgt de UvA het grootste deel van de 4 miljoen euro die Crucell voor het bedrijf neertelde.

ChromaGenics is een voorbeeld van een succesvolle spin-off. Het gaat ook wel eens fout. In het ergste geval verliest de UvA haar investeringen en heeft de faculteit voor niets faciliteiten ter beschikking gesteld. Vos: ,,Als je vol goede moed was begonnen, is de UvA zo een paar ton kwijt.'' Dochters van de holding die het wel goed doen, compenseren zo'n verlies. ,,De UvA Holding draait al jaren positief.''

Een spin-off kan, zoals ChromaGenics, na een aantal jaar worden verkocht, maar kan evengoed floppen. Een derde mogelijkheid is dat het bedrijf op eigen kracht verdergaat. In dat geval moet het nieuwe investeerders aantrekken, want de UvA Holding investeert ,,tonnen, geen miljoenen''.

Voor ChromaGenics zat dat er niet in. ,,De economische ontwikkelingen zaten niet mee'', zegt Otte. Hij en zijn onderzoeksteam zijn zeer tevreden over de verkoop van ChromaGenics. Zij kunnen hun onderzoek voortzetten met een kapitaalinjectie van Crucell, dat dankzij zijn beursgang in 2000 nog zo'n 87 miljoen euro op de bank heeft staan.

De onderzoekers blijven wel werken binnen de bèta-faculteit van de UvA. Otte blijft ook hoogleraar, maar Crucell betaalt een deel van zijn salaris. ,,Een ondernemer binnen de universiteit is altijd een risico'', zegt Vos. Hij wijst erop dat men altijd alert is op belangenverstrengeling van onderzoekers die een bedrijf hebben.

Problemen ontstaan als zo iemand per se bepaald onderzoek wil doen dat goed is voor het bedrijf, maar minder interessant voor de universiteit. Ook wanneer een medewerker bijvoorbeeld twee dagen voor de universiteit blijft werken, let men goed op dat dat ook gebeurt. ,,Maar hoe beter je je ervan bewust bent, hoe minder kans op conflicten.''

De UvA is tevreden over de deal met Crucell. Buiten het geld dat ze eraan verdient, levert het ook een nieuwe samenwerking op met het bedrijfsleven. Dat eventuele nieuwe octrooien rechtstreeks naar Crucell gaan, maakt niet uit. ,,Ons doel is om zoveel mogelijk onderzoek te doen'', zegt Vos. Het aanvragen van octrooien is voor de universiteit geen doel maar een middel om bedrijven over te halen geld in haar onderzoek te steken. Als kennis niet beschermd is, kunnen bedrijven er niets mee.

Meer geld voor je onderzoek, en als het goed gaat, hou je er zelf nog een zakcentje aan over. Waarom staan wetenschappers niet in de rij om hun eigen bedrijf te beginnen? ,,Niet elke goede onderzoeker is een goede ondernemer'', zegt Vos. ,,Wetenschappers zijn vaak degelijk, verifiëren alles dubbel en willen zich niet beter presenteren dan ze zijn. Als ondernemer moet je jezelf soms flink neerzetten.'' De meeste wetenschappers hebben deze ambitie niet. Ook wordt volgens Vos maatschappelijk toepasbaar onderzoek minder hoog aangeslagen. ,,Wetenschappers scoren er niet echt mee bij hun collega's.''

Toch hoopt de UvA dat meer wetenschappers de stap wagen. ,,Intern gaan we het succes van ChromaGenics breed uitmeten'', aldus Vos. Zelf verwacht hij het meest van jonge, net gepromoveerde onderzoekers. ,,We moeten dit toch vaker kunnen doen.''