Europese verkiezingen

Europa beweegt weer. Het ziet ernaar uit dat de onderhandelingen over de nieuwe Europese grondwet vrij snel tot een resultaat gaan leiden. Wat onder het Italiaanse voorzitterschap eind vorig jaar mislukte, lijkt het huidige Ierse voorzitterschap voor elkaar te krijgen. Afgelopen week in Brussel besloten de Europese regeringsleiders om ernaar te streven op hun volgende reguliere top, 17 en 18 juni, tot overeenstemming te komen. De bomaanslagen in Madrid en de regeringswisselingen in Spanje en Polen – de vertrekkende premiers uit beide landen verzetten zich het felst tegen de voorgestelde stemverhoudingen in de nieuwe grondwet – spelen hierbij zonder twijfel een rol. Als de regeringsleiders op hun top tot een akkoord over de grondwet komen, wat onzeker is, zal dat vlak na de verkiezingen voor het Europarlement zijn. Die worden afhankelijk van het land gehouden op 10 en 13 juni. Hierdoor ziet het ernaar uit dat de Europese burgers enkele dagen nadat ze gekozen hebben voor het Europarlement het ontwerp van een nieuwe grondwet gepresenteerd krijgen. Zo'n veelomvattend document moet in de verkiezingscampagne een rol spelen. Het zou wenselijk zijn als politici onderwerpen uit de grondwet voorafgaand aan de verkiezingen politiseren. Dat heeft op zijn minst het voordeel dat de verkiezingen voor het Europarlement, toch al geen gebeurtenis waar kiezers erg warm voor lopen, van het nodige inhoudelijke debat en van publicitair rumoer worden voorzien. Bovendien gaat het om cruciale vragen als de bestuurbaarheid van de EU en de invloed van Nederland in de Unie.

In Den Haag hebben Kamerleden van PvdA, VVD en D66 zich uitgesproken voor een vervroegde top over de grondwet, voorafgaand aan de verkiezingen van het Europarlement. Ze hebben gelijk. Nu zich tamelijk onverwachts voortgang aftekent bij de onderhandelingen over de grondwet, kan er beter eerst een ingelaste top komen waarna het resultaat mede inzet kan worden van de Europese verkiezingen. Het getuigt van weinig democratisch respect om de kiezers eerst naar de stembus te laten gaan en ze enkele dagen later met een ontwerp van de grondwet te confronteren waarover nauwelijks publiek debat is geweest.

Regeringsleiders zitten niet op een vervroegde top te wachten omdat ze bij de onderhandelingen over de grondwet tot zekere concessies gedwongen zijn. Het Nederlandse kabinet heeft nog twee ijzers in het vuur bij de onderhandelingen: behoud van het vetorecht bij de vaststelling van de Europese begroting en een grotere rol van het Europese Hof bij de naleving van de regels voor nationale begrotingsdiscipline. Op beide punten lijkt Nederland onvoldoende steun te kunnen mobiliseren. Voor premier Balkenende (CDA) en overigens ook voor minister van Buitenlandse Zaken Bot (CDA) en minister van Financiën Zalm (VVD) is het geen aanlokkelijk vooruitzicht om eerst een diplomatieke nederlaag in Brussel te moeten incasseren en vervolgens de kiezers op te roepen hun partijkandidaten voor het Europarlement vooral te steunen. Bij de VVD zal de euroscepsis ongetwijfeld gevoed worden.

Nederland heeft overigens nòg een probleem. Volgend jaar moeten er afspraken gemaakt worden over de nieuwe meerjarenbegroting van de EU. Nederland, dat nu relatief de grootste bijdrage aan de Europese begroting levert, wil een begrenzing van de afdrachten aan Brussel. Hiervoor is wel steun bij andere grote betalers aan Europa, waaronder in toenemende mate Frankrijk, maar het zal niet eenvoudig zijn om Groot-Brittannië ertoe te bewegen afstand te doen van de speciale Britse korting die premier Thatcher indertijd heeft bedongen. Onderhandelen is een kwestie van uitruil, en als Nederland bij de grondwet zijn wensen heeft moeten opgeven, blijft er voor de afspraken over de begroting weinig anders over dan er het beste van proberen te maken. Des te wenselijker is het om dit alles voorafgaand aan de verkiezingen van het Europarlement helder aan de bevolking voor te leggen.