De lafheid van zwijgend links

Paul Cliteur gaat beter op zijn woorden letten en stopt met zijn column voor Buitenhof. Bas Heijne verweet hem in deze krant (27 maart) dat rechtse stoere stukjesschrijvers als Cliteur hun slachtofferschap breed uitmeten en op een hysterische manier naar het martelaarschap verlangen.

Heijne meent te weten wat er gaande is: conservatieve intellectuelen als Cliteur hebben het wel altijd over de islam, maar zijn eigenlijk helemaal niet bang voor islamitisch geweld en fanatisme. Waar zij bang voor zijn is de oorverdovende stilte en leegte op links.

Is dat zo? De commotie is begonnen met het boek Tegen de decadentie, dat Cliteur vorige maand publiceerde. Dat is een geleerd boek waarin hij de discussie over de grondslagen van onze democratische rechtsstaat opent. We zijn decadent geworden, aldus Cliteur, want we zijn onwetend over de herkomst en waarden van ons systeem. De gevaren die ons bedreigen komen daarom vooral van binnenuit. In dit kader opent hij de aanval op de religie. De waarden van de religie, en zeker die van de islam, staan haaks op ons systeem.

Met zijn boek maakt Cliteur discussie mogelijk. Wat wil je nog meer, zou je zeggen. Nou dit: linkse politici en intellectuelen die de handschoen oppakken. Maar dat gebeurt niet. De AIVD mengde zich in het debat met de opmerking dat de woorden van columnisten als Cliteur ertoe leiden dat moslims zich onheus bejegend voelen en tot de jihad worden verleid. Marcel van Dam beschuldigde Cliteur van demagogie, Thijs Wöltgens had het gelijk over racisme, Piet Grijs sprak de wens uit dat Cliteur eerdaags onder de tram terecht zou komen, en Wallage zegt in Cliteur een potentiële deporteur van joden en andere ongewenste vreemdelingen te zien.

En dit zijn geen incidenten. Toen ik zelf, samen met Michiel Visser, in oktober vorig jaar een Conservatief Manifest publiceerde, mocht ik meemaken dat mensen als Kees Schuyt en de linkse CDA'er Woldring het hadden over de dreiging die van het opdringerige conservatisme uitgaat. Haatbrengers waren het, die mensen tegen elkaar opzetten. Bart Tromp vergeleek de Edmund Burke Stichting met radicale moskeeën die met Saoedisch geld worden gefinancierd.

In de vele interviews die inmiddels met Cliteur zijn verschenen, gaat het ook steeds over kennissen van Cliteur die ,,niet zonder lijfwachten naar lezingen gaan''. Cliteur heeft het dan onder anderen over mij. Ik geef er niet zo om, omdat ik iedere keer wanneer ik die beveiligingsmensen zie, moet denken aan die hilarische spotprent van dat mannetje dat thuiskomt, zijn jas in een hoek gooit en tegen zijn vrouw uitroept: ,,Eindelijk ook bedreigd!''

Maar met Cliteur ben ik wel bezorgd over die leegte op links die ervoor zorgt dat van die kant alleen dooddoeners komen. Juist wegens die leegte op links is de angst voor islamitisch geweld en fanatisme, anders dan Heijne denkt, voor conservatieven wel degelijk reëel. De socioloog Gabriël van den Brink heeft het in een recent rapport over Rotterdam over een ,,tikkende tijdbom''. Het niet aangaan van een scherp en zelfs hard debat getuigt alleen maar van een onderschatting van de situatie. Juist omdat een volwassen debat over de grondslagen van onze democratische rechtsstaat uitblijft, omdat links ervoor wegvlucht, juist daarom is die angst terecht.

Misschien is het beter als rechtse intellectuelen links links laten liggen, en alleen nog maar het debat zoeken met moslimintellectuelen die nog niet in de klauwen van de AEL terechtgekomen zijn. Als dat debat mislukt, kunnen liberale conservatieven alsnog conservatieve liberalen (neocons) worden. Persoonlijk hoop ik dat het zover niet zal komen.

Bart Jan Spruyt is directeur van de Edmund Burke Stichting, het platform voor conservatieve gedachtevorming