Dag buurman!

Premier Balkenende (CDA) zal de geschiedenis ingaan als een van de minst succesvolle en minst indrukwekkende Nederlandse premiers na de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de noden van grote delen van zijn bevolking voert hij een hard saneringsbeleid, mede omdat hij onder druk van zijn liberale vice-premier Zalm absolute prioriteit geeft aan de begrenzing van het financieringstekort van de overheid tot maximaal 3 procent. Europese landen die hun prioriteiten anders stellen, of moeten stellen, al is het maar tijdelijk, zoals Duitsland en Frankrijk, krijgen daarvoor openbare reprimandes van Balkenende en Zalm. Gelukkig probeert Balkenendes partijgenoot Bot als minister van Buitenlandse Zaken de scherpe kanten van zulke verwijten weg te praten, anders zouden we ons door die kritiek echt in de steek gelaten voelen.

Men stelle zich voor dat de Duitse bondskanselier, Schröder, of diens partijgenoot Müntefering, de nieuwe SPD-voorzitter, zo'n tekst over de Nederlandse premier en diens beleid zouden hebben toevertrouwd aan hun weblog. Men mag aannemen dat zoiets in Nederland aanleiding zou geven tot een storm van verontwaardiging. En tot reacties als: wat denken die Duitsers wel, dat zij ons, onze premier en ons beleid zo openlijk door hun bemoeizuchtige wringer kunnen halen? Misschien zouden we er wel een woedend Kamerdebat aan overhouden en zou Bot de Duitse ambassadeur op het matje moeten roepen.

Men zij gerust, Schröder en Müntefering zullen zo niet openlijk oordelen over Nederlandse premiers of hun regeringspolitiek. Maar de fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, Verhagen, doet zoiets in zijn weblog wél. Hij typeerde Schröder vorige week als de minste onder de naoorlogse kanseliers, als man die de gevangene is van ,,een kortzichtig opiniepeilingenbeleid'', onder wie Duitsland ,,zijn voortrekkersrol in Europa heeft losgelaten''. De fractievoorzitter van het CDA, Nederlands grootste regeringspartij, die tot zijn ontboezeming kwam na een bezoek aan de Beierse premier Stoiber, verwijt Schröders rood-groene coalitie bovendien dat zij niets terechtbrengt van de economische en sociale vernieuwing die Duitsland nodig heeft. Op de vraag of zo'n vernieuwingsproces niet ook al gaandeweg nodig werd in de lange jaren dat Schröders voorganger Kohl (CDU, 1982-1998) in Duitsland aan de macht was, gaat Verhagen niet in. Wel is hij vol lof over de inderdaad opmerkelijk succesvolle economische politiek van Stoibers met absolute meerderheid regerende CSU, de conservatieve christen-democratische uitvinding waarover Herbert Riehl-Heyse, redacteur van de Süddeutsche Zeitung, het hilarische boek Die Partei, die das schöne Bayern erfunden hat schreef. Met zijn lof voor Stoiber geeft Verhagen zijn recensie ook nog een geur van partijdigheid, wat zijn ondiplomatieke hoogstandje extra verbazend maakt. Het is een publiek geheim dat Verhagen graag minister van Buitenlandse Zaken was geweest in een kabinet-Balkenende, maar die eer eerst aan zijn partijgenoot De Hoop Scheffer, en vervolgens, toen deze naar de NAVO vertrok, aan Bot moest laten.

Wie het ongevraagde oordeel van de CDA-fractieleider over Schröder leest, hoeft er niet rouwig om te zijn dat het zo gelopen is. Meer nog: wellicht heeft Bot dezer dagen Verhagen uitgelegd dat hij, ook in een ,,Dag Buurman!'' in zijn weblog, beter wat behoedzamer kan omgaan met de Nederlands-Duitse porseleinkast. En dat de vraag of zijn oordeel over de kanselier juist is – en daar is kans op – moet wijken voor dat vereiste van diplomatieke behoedzaamheid. Was sich liebt, das neckt sich, zegt een Duits spreekwoord, maar dat lijkt hier niet van toepassing.

Het is goed dat Duitsland zoveel groter is dan Nederland en mede daardoor de afgelopen zestig jaar enige gelatenheid heeft ontwikkeld jegens de geregeld opgestoken wijsvinger van zijn kleine buurman. Die heeft het eerst veertig jaar lang in strijd met de historische werkelijkheid zo voorgesteld, zeker via zijn spraakmakende gemeente, alsof 90 procent van zijn bevolking tijdens de Duitse bezetting op enige wijze tot het verzet behoorde. En ging overeenkomstig om met Duitsers, of zij hier nu als toerist kwamen of tegen ons voetbalden. Het waren vooral Nederlandse sociaal-democraten die in de eerste tien jaar na de oorlog hun Duitse geestverwanten adviseerden om hun bezwaren tegen de heroprichting van een Duits leger, het NAVO-lidmaatschap of de Duitse West-Bindung van CDU-kanselier Adenauer op te geven. En, in het algemeen, om in de burgerlijke Bondsrepubliek het centrum van de kiezersmarkt niet uit het oog te verliezen. Maar het was opnieuw de linkerzijde van de Nederlandse politiek die, goed een decennium later, toen de SPD onder leiding van Herbert Wehner in haar Godesberger Programm Marx grotendeels overboord gezet had en mede daardoor regeringspartij was geworden, SPD-kanselier Brandt in het hart trof. Namelijk met kritiek op Berufsverbote en het Radikalenerlass en met soms onverholen sympathie voor de Rote Armee Fraktion en haar antikapitalistische strijd. Dat alles vaak met enig vertoon van eigen morele superioriteit. Het posterieure verzet van die jaren onder Nederlandse correspondenten in Bonn is mooi weergegeven in Sytze van der Zee's Noem het heimwee.

Weer een decennium later, in de jaren '80, was het Nederland dat, hoewel zeer voor Duitse integratie in de NAVO, in gebreke bleef om de door SPD-kanselier Schmidt uitdrukkelijk gevraagde politieke rugdekking te geven in het rakettendebat. In de vroege jaren '90 viel ons land, hoewel officieel altijd gekant tegen de Duitse en Europese deling, op door zijn geringe enthousiasme voor de Duitse eenwording. Vervolgens viel op wat na een lange aarzeling van premier Lubbers uiteindelijk de affaire-Lubbers werd: diens mede wegens Kohls veto mislukte kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Het herstellen van de bilaterale schade was in 1994 een van de eerste taken voor de nieuwe premier, Kok.

Sindsdien kondigt Nederland nu eens aan, onder minister Van Mierlo, dat het wil verkeren in de `oksel' van de Duits-Franse as. Dan weer dat het, onder Van Aartsen op Buitenlandse Zaken, voor wisselende dossiers zonodig wisselende allianties wil aangaan. En altijd wil het graag, veelal op Duitse jaspanden, bereiken dat het netto minder aan Europa moet betalen. Dat wordt lastig indien Nederlandse politici tevens de vrijheid nemen om openlijk de staf te breken over de politieke leiding in het buurland, dat ook onze grootste handelspartner is.