Carter

Stravinsky bewonderde de Amerikaanse componist Elliott Carter (1908) en adviseerde hem zijn pianostudie door te zetten. Prompt schafte Carter Brahms' 51 Klavierübungen aan, met oefeningen in een ritmische onafhankelijkheid van de stemmen. Dit beïnvloedde zijn stijl, niettemin herschreef Carter soms de ingewikkelde ritmiek om uitvoerenden waar nodig een handje te helpen, want helderheid telt voor hem niet minder dan een spannende complexiteit.

Het denken in onafhankelijke figuraties voerde vanzelf naar een zekere theatraliteit. Carter beziet de instrumenten dan ook als karaktervolle personages die met elkaar in discussie treden. Bovendien spreekt hij liever over een scenario dan over een bepaalde vorm. Het verbaast in dit verband dat hij zich pas rond zijn negentigste aan een opera waagde. Librettist Paul Griffiths leverde hem het materiaal voor een lichtelijk absurdistische eenakter What Next?, een conversatie-opera met minimale actie. Het onderwerp is een auto-ongeluk, geïnspireerd door de film Le Trafic van Jacques Tati.

De cd biedt een opname van de Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw van september 2000 met een alert Radio Kamerorkest en zes toegewijde solisten onder leiding van Peter Eötvös. In de Matinee overstemden de instrumenten de zangstemmen, hier is de balans perfect. Als een soort van toegift klinkt nog Carters Asko Concerto, virtuoos en zwierig.

Carter: What Next? en Asko Concerto. ECM New Series nr. 1817.