Brieven uit alle tijden: leven is altijd leven

Brieven. Ze zijn allang een bedreigde soort geworden. We hebben er geen tijd meer voor, juist door de toegenomen snelheid waarmee we leven, schrijft Rob Riemen, in zijn voorwoord bij het nieuwe nummer van Nexus, waarvoor auteurs en vrienden van Nexus een brief uitzochten die in dit nummer gepubliceerd werd. Brieven uit alle eeuwen, brieven van Seneca, Beethoven en Havel, ontroerende brieven van vrouwen aan haar man, een man aan zijn vrouw. Oprechte brieven (Van Gogh!, Franz Rosenzweig!), analytische, zelfonderzoekende, politieke, kritische en hoffelijke brieven – wat konden de mensen het, brieven schrijven, toen ze het nog deden. Het is onmogelijk om niet geregeld te denken: zo moet je zijn, zo moet je schrijven en denken. Daar kan geen gemakkelijke, snelle email tegenop, hoe prettig het ook vaak is om daarvan gebruik te kunnen maken.

Maar het is evident geen email die Dostojevski aan zijn broer schrijft vlak voor hij gedeporteerd zal worden om eerst vier jaar dwangarbeid te verrichten en daarna als soldaat dienst te moeten doen. De geestkracht die Dostojevski onder deze omstandigheden opbrengt is adembenemend. Natuurlijk is hij er ellendig aan toe, maar hij beurt zijn broer en zichzelf ook op, hij schrijft: ,,Broer! Ik heb de moed niet laten zakken. Leven is overal leven, het leven zit in onszelf en niet daarbuiten. Naast mij zullen mensen zijn, en mens zijn onder mensen en dat altijd blijven, nooit de moed verliezen, in welke tegenspoed dan ook – dat is het leven, dat is de taak die het stelt. Ik heb dat leren inzien.'' Uit het vervolg blijkt dat hij zich heus geen illusies maakt over wat voor leven hij zal gaan leiden, hij, de schrijver, de man die van de geest en de kunst leefde, die zich zichzelf niet kan denken zonder de mogelijkheid om te schrijven en zich uit te drukken.

Of neem de brief van Nadzjezjda Mandelstam aan haar man – een brief aan een dode, geschreven door iemand die al vermoedt dat haar brief zijn adressant nooit zal bereiken, maar die tegelijkertijd hartstochtelijk, Orfeus-gelijk probeert tot die verdwenene door te dringen: ,,Ik weet niet waar je bent. Of je me kunt horen. Of je weet hoeveel ik van je houd. Ik heb nooit kunnen zeggen hoeveel ik van je houd. Ook nu kan ik het niet zeggen. Ik zeg alleen maar aldoor: voor jou, voor jou...''

Gelukkig zijn niet alle brieven zo aangrijpend, dan zou je dit nummer helemaal niet kunnen lezen. Er is ook een geestige Flaubert, een hoffelijke Schiller, een scherpzinnige Belle van Zuylen of een Keats die zowel sensitief als streng over de dichtkunst schrijft. Soms verzucht een inleider: ,,Je zult maar zo'n brief over de post krijgen...'' en men kan niet anders dan dat nazuchten. Maar meteen erachteraan denk je ook: ,,Je zult maar zo'n tijdschrift over de post krijgen...'' Mijn exemplaar is nu al verfomfaaid omdat ik het overal mee naartoe neem en me steeds weer spiegel aan al die geesten uitgedrukt in hun woorden, al die mensen, al die brieven – al dat leven.

Nexus 37, uitg. Nexus, Tilburg, tel. 013 4663450. Prijs €19,50