BP toont discipline

De olieprijs is hoog, maar de aandelenkoers van BP niet. Die is sinds begin dit jaar in feite zelfs gedaald. Een deel van die daling is te wijten aan de donkere wolken die zich boven de hele sector hebben samengepakt als gevolg van de herhaalde afwaardering van de olie- en gasreserves van Shell. Maar BP heeft ook last van de lage rendementen bij zijn snelgroeiende divisie voor de opsporing en ontwikkeling van nieuwe olievelden. Nu is het bedrijf in het geweer gekomen om de zorgen weg te nemen dat het kapitaal zal verkwisten aan zijn speurtocht naar nog meer reserves.

Het nieuwe strategische plan van BP doet de aandeelhouders de komende drie jaar drie belangrijke beloften. Een daarvan is het terugbrengen van de kapitaaluitgaven van zo'n 13,5 miljard dollar (11,06 miljard euro) dit jaar naar 12,5 miljard dollar de komende twee jaar. Een andere is het laten sporen van de dividendgroei met de onderliggende winst. En de derde is het teruggeven aan de aandeelhouders van de vrije kasstroom die overblijft na investeringen en dividenduitkeringen, zolang de olieprijs tenminste boven de 20 dollar per vat blijft. Als de olieprijs in de buurt blijft van het huidige niveau van 30 dollar per vat, zal BP tussen 2004 en 2006 naar eigen schatting zo'n 35 miljard dollar aan de aandeelhouders teruggeven, tegen 20 miljard dollar bij een prijs van 20 dollar per vat.

Dit is een verstandig plan. Na een serie overnames en organische initiatieven om de reserves op een hoger plan te tillen, zien BP's groeiperspectieven er in vergelijking met de andere grote oliemaatschappijen betrekkelijk comfortabel uit. Dat betekent dat het bedrijf zich een kleine reductie van zijn kapitaaluitgaven kan veroorloven. Bovendien getuigt het baseren van de investeringsplannen op een voorzichtige inschatting van de olieprijs, evenals de belofte om alle niet voor investeringen benodigde inkomsten dankzij hogere prijzen aan de aandeelhouders terug te geven, van een bewonderenswaardige discipline.

Nu het dividend bevrijd is van de grillen van de olieprijs, zal een groot deel van de herverdeling van het geld plaatsvinden via de terugkoop van de eigen aandelen zolang de olieprijs hoog blijft. Maar omdat het aandeel verhandeld wordt op 14,5 maal de winst van dit jaar, ofwel slechts 8,2 maal de kasstroom – aldus schattingen van JCF – kan BP niet beschuldigd worden van het terugkopen van overgewaardeerde stukken.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.