Bestrijding terrorisme 2

Prof.dr. Rosenthal probeert de lezers te overtuigen dat we onze ,,naïviteit moeten laten varen''. Terugblikkend op de verschrikkelijke aanslagen in Madrid laat hij weten hoe ook Nederland een kandidaat kan zijn voor een (poging tot een) catastrofale aanslag. Daarom moeten we, volgens Rosenthal, voortaan extra op onze hoede zijn met het toelaten van personeel bij ,,kwetsbare instituten, vitale objecten in de energie- of transportsector en mogelijke soft spots''. We kunnen dus niet anders dan meer letten op wat voor personen er allemaal worden aangenomen en aangesteld voor `belangrijke' functies.

We moeten meer opletten. Welke handvatten geven we onze Nederlandse werkgevers om ,,zijn/haar gezonde verstand'' te gebruiken? Rosenthal pleit voor een meer centrale rol van de AIVD, want er zijn, volgens hem, ,,veel meer mensen op posities vanwaaruit met een beetje kwade wil groot onheil kan worden aangericht''. Enter paranoia, exit gezond wantrouwen.

Aangezien de AIVD niet voor elke sollicitatie een grondig rapport kan samenstellen, moeten we het dus zonder doen. Hoe verder? Waarop moeten we gaan letten? Uiterlijk en etnische afkomst?

Rosenthal zou meer bij zichzelf te rade moeten gaan, want ik vrees dat hij een haast onomkeerbaar beleidsvoorstel naar voren brengt, wat omvangrijke consequenties zal kunnen hebben voor de onzichtbare opkomende generatie van hoogopgeleide allochtonen (met een islamitisch achtergrond) in Nederland.

Gegeven zijn impliciete aanbeveling aan werkgevers om de duimstok van ,,het voordeel van de twijfel'' achterwege te laten, zal men het zekere voor het onzekere nemen en sterk neigen om kandidaten van niet-Arabische en/of niet-islamitische komaf aan te nemen.