`Ander gedrag beste wapen tegen doping'

Andrew Pipe, de Canadese dopingdeskundige van de internationale zwemfederatie FINA, vindt dat sporters opgevoed moeten worden om geen doping te gebruiken. Naïef? ,,Nee, een kwestie van goed rentmeesterschap.''

Aan begrip voor de sporters geen gebrek bij Andrew Pipe, de Canadese dopingdeskundige van de internationale zwemfederatie FINA. Bij het uiteenzetten van zijn mening over de bestrijding van doping profileert hij zich als een idealist met strikte opvattingen en een fluwelen aanpak. Om uitgesproken standpunten te nuanceren, begint hij veelvuldig een zin met de woorden: ,,Ik ben niet naïef, maar...''

Pipe, die afgelopen weekeinde over de gevolgen van de wereld-antidopingcode sprak bij het sportmedische symposium `Science meets practice' in het Eindhovense PSV-stadion, ziet als zijn belangrijkste taak de houding van sporters ten opzichte van doping te verbeteren. Dat lijkt inderdaad naïef in een tijd dat in bloedmonsters zware middelen als epo, modafinil of THG worden aangetroffen. De Canadees ziet dat anders. Pipe: ,,Toen ik jong was, stapten we met een slok op achter het stuur. Mijn zoon van 21 en zijn vrienden gaan tegenwoordig niet uit zonder dat een van hen alcoholvrij blijft. Is dat naïef? Het is de hedendaagse werkelijkheid. Als het met alcohol kan, waarom dan niet met doping?''

Het gaat er bij Pipe niet in dat sporters ongevoelig zijn voor een ethische opvattingen over doping. ,,In overgrote meerderheid verlangen zij een faire competitie. Daarin zijn sporters zeer uitgesproken, evenals in hun afwijzing van doping. Ik wil ze het besef bijbrengen dat sport respect en een goed rentmeesterschap verdient'', vertelt Pipe, die bij de Universiteit van Ottawa aan het hoofd staat van het preventie- en revalidatiecentrum van het hartinstituut.

Rentmeesterschap. Een woord dat in Nederland wordt geassocieerd met het CDA, maar nu gebruikt wordt door een man die zich vanaf 1988 met doping bezighoudt en die de afgelopen vijftien jaar het probleem alleen maar heeft zien groeien. Maar desondanks zegt hij: ,,We moeten jonge sporters met opvoedingsprogramma's leren dat sport niet bedoeld is om doping te gebruiken, maar om te excelleren met prestaties en in gedrag. Nee, dat is niet naïef, maar een realistische overtuiging.''

Maar hoe verklaart Pipe dan de uitkomsten van een onderzoek dat sporters in overgrote meerderheid bereid zijn doping te gebruiken in ruil voor een gouden medaille bij de Olympische Spelen? ,,Ik hoor die argumenten vaak. Alleen, ik kan nergens iets over dat onderzoek vinden. Het is een ongeloofwaardig verhaal'', meent de man die bij de FINA voorzitter is van de dopingcommissie en aan het hoofd staat van het Canadese centrum voor ethiek in de sport.

Pipe beseft dat doping in de kern moet worden bestreden: bij coaches, medici en wetenschappers. ,,Het klinkt idealistisch, maar we moeten veel meer doen aan gedragsveranderingen in die beroepsgroepen. Ik denk aan een accreditatiesysteem of licenties, die bij overtredingen van de dopingregels worden ingetrokken. Als zulke systemen wel in de maatschappij functioneren, waarom dan niet in de sport?''

De wereld-antidopingcode ziet Pipe vooralsnog als hét instrument in de strijd tegen doping, ook al herkent hij de blinde vlekken als gevolg van de vele compromissen die gesloten moesten worden. ,,We treden een nieuwe tijdperk binnen, waarvan we vijf jaar geleden niet durfden te dromen. De harmonisatie van doping is met invoering van de code weliswaar nog niet compleet, maar er zijn de laatste 24 maanden wel lichtjaren gepasseerd. Ik begrijp de kritiek op de huidige versie van de code, maar het is gebaseerd op de grootste mogelijke consensus die internationaal ooit is bereikt. Ik vind dat het belang van harmonisatie uitstijgt boven de verontrusting van enkele groeperingen binnen de sport. De code is het begin van een proces dat niet zal stilstaan.''

In Eindhoven zei Pipe dat de antidopingcode vooral bedoeld is ,,om de grote vissen te vangen''. Hij doelde niet op de sportsterren, maar op gevaarlijke middelen als epo, groeihormonen en gendoping. Pipe: ,,Er zal vooral aandacht besteed moeten worden aan wat straks aan de horizon zichtbaar wordt. Gendoping wordt nog niet toegepast, maar het Internationaal Olympisch Comité en het wereldantidopingbureau WADA zullen daar nu al op moeten anticiperen. Toen mij na de geruchtmakende dopingzaak van Ben Johnson in 1988 door journalisten werd gevraagd of we ooit het gebruik van anabole steroïden zouden kunnen terugdringen, heb ik daarop bevestigend geantwoord. Hetzelfde antwoord kan ik nu geven als het om de opsporing van groeihormonen en gendoping gaat.''

Hoewel Pipe voedingssupplementen niet tot de `grote vissen' rekent, trok hij in Eindhoven fel van leer tegen het gebruik van die middelen. ,,Een overweldigend aantal supplementen is ineffectief'', zei Pipe, die zich vooral afzet tegen de lichtzinnigheid van gebruikers. ,,Het probleem is, dat het geloof in de werking van supplementen zo groot is, hoewel daar geen enkel wetenschappelijk bewijs voor geleverd kan worden. Maar het is moeilijk het geloof van mensen te veranderen. Gebruikers denken dat het gezond is, maar beseffen niet dat veel middelen juist schadelijk zijn. Bovendien lopen sporters met vervuilde supplementen het gevaar positief getest te worden.''

Maar voedingssupplementen komen niet voor de lijst van verboden middelen, die Pipe heeft helpen samenstellen. Maar hij zal blijven waarschuwen tegen welke medicinale gevaren ook. Dat ziet hij als zijn missie, die vanaf de Zomerspelen in Athene ondersteund zal worden met de dan wereldwijd ingevoerde antidopingcode. Pipe: ,,Nee, we treden dan geen nieuw wereld binnen, wel een andere. Met de antidopingcode is niet de perfectie in dopingbestrijding bereikt, maar ik vind de methode wel pretty damned good.''