`Vernielen van kunst harder aanpakken'

Beschadiging van openbaar kunstbezit verdient een eigen plaats in het Wetboek van strafrecht. Door aanpassing van de strafwet kan er beter tegen kunstvandalisme worden opgetreden.

Dat concludeerde de Utrechtse hoogleraar strafrecht C.Kelk gisteren op een studiedag van het Instituut Collectie Nederland en de Vereniging Kunst, Cultuur en Recht.

Tot dusver valt kunstvandalisme onder het algemene strafwetsartikel over vernieling. Daarop staat een maximumstraf van twee jaar of een geldboete van 11.250 euro, plus eventueel een taakstraf. De regering vindt dat tot dusver voldoende.

Doelbewuste vernieling van een geëxposeerd kunstwerk kan echter niet worden gelijkgesteld met een kras over een auto, al zijn het beide dure dingen met een kleur, zei oud-directeur Rudi Fuchs van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij kreeg tijdens zijn directeurschap te maken met een man die voor de tweede keer in het museum een werk van de Amerikaanse schilder Barnett Newman met een mes bewerkte en met een ander die met een spuitbus een dollarteken spoot over een doek van Kasimir Malevitsj.

Professor Kelk vindt het maken van een strafrechtelijk verschil gerechtvaardigd wegens het belang van de creatieve uitingsvrijheid van de kunstenaar en het recht van de gemeenschap daar kennis van te nemen. Hij wil de maximumstraf ophogen tot vier jaar. Niet zozeer wegens de feitelijke straftoemeting voor kunstvandalen, maar omdat het hoger strafmaximum een juridische voorwaarde is voor de toepassing van voorlopige hechtenis en andere justitiële maatregelen. Minister Korthals Altes (Justitie) en staatssecretaris Nuis (OCenW) hebben in het verleden zo'n wetswijziging afgewezen. Kelk wijst erop dat een speciale strafbepaling tegen belaging (,,stalking'') op initiatief van Nuis' partijgenoot Dittrich ondanks vergelijkbare bezwaren het wél heeft gehaald en zijn waarde heeft bewezen.

Volgens een onderzoek had in 1999 één op de drie van de Nederlandse musea te maken met kunstvernieling. Dat kan variëren van baldadigheid tot een bewuste aanval. Het gesprek over kunstvernieling geldt in de museumwereld, overigens niet alleen in Nederland, echter als een taboe.

De Amsterdamse gemeente-advocaat E.A. Minderhoud sloot zich aan bij een pleidooi voor een centrale incidentenregistratie die kan leiden tot meer inzicht – en tot een zwarte lijst van gevaarlijke museumbezoekers. De privacywetgeving stelt daaraan strenge eisen, maar deze zijn niet onoverkomelijk.

Het Amsterdamse Pathé-bioscooptheater bijvoorbeeld heeft in verband met het toenemend vandalisme al toegangscontrole ingevoerd.