Te licht voor Nederland, zwaar genoeg voor Europa

VVD'er Gijs de Vries is vorige week benoemd als Europa's Mr Terror. Als staatssecretaris in het tweede Paarse kabinet was hij weinig succesvol. Het stond een benoeming op een belangrijke Europese post niet in de weg. Hij krijgt een moeilijke taak, die geen van de grote EU-landen ambieerde.

Te licht bevonden voor een serieuze kabinetspost in Nederland maar goed genoeg voor allerlei prestigieuze banen in Europa. Dat is het merkwaardige lot van Gijs de Vries. Donderdag boekte de 48-jarige VVD'er opnieuw een internationale triomf. De regeringsleiders van de Europese Unie lieten hun keuze op hem vallen voor de nieuwe functie van coördinator voor de terrorismebestrijding. Met ingang van vandaag is De Vries Europa's Mr Terror, zoals hij door sommigen al is gedoopt.

Veelzeggend is intussen hoezeer de reacties in binnen- en buitenland verschillen. Zijn talrijke vrienden in het Europese circuit vinden De Vries een volkomen logische keuze. ,,Hij werkt fenomenaal hard, kent zijn dossiers voortreffelijk en beschikt over een messcherp brein'', constateert de Britse liberale Europarlementariër Graham Watson. ,,Hij is bijzonder geschikt voor deze baan. Hij doorgrondt de bedreiging van het terrorisme en is tegelijk doordrongen van het belang van de burgerrechten.''

Zijn vroegere chef Bram Peper, minister van Binnenlandse Zaken toen De Vries staatssecretaris was op het departement, reageert daarentegen verbaasd. ,,Gijs de Vries was een beetje een schrijftafelbewindsman'', oordeelt Peper. ,,Hij is geen doener. Voor zo'n functie als hij nu krijgt, heb je een zekere operationele robuustheid nodig en dat is niet zijn sterkste kant.'' Pepers opvolger als minister, Klaas de Vries, merkt op: ,,Het gaat hem beter af naarmate het politieker van inhoud is. De uitvoering, daar is hij wat minder in. Dat gaat moeizamer.''

De nieuwe terreurcoördinator wijst de kritiek van zijn voormalige Haagse superieuren Peper en Klaas de Vries van de hand. ,,Het is helemaal geen uitvoerende, operationele taak. Ik moet vooral de onderlinge samenwerking tussen de lidstaten en de Europese instellingen aanjagen en coördineren.''

Wie de gangen van de nieuwe coördinator voor de terreurbestrijding naloopt, krijgt onwillekeurig de indruk dat er twee verschillende Gijs de Vriezen bestaan. De Europese De Vries blaakt van zelfvertrouwen, excelleert in het aandragen van oplossingen voor problemen en wordt door zijn omgeving op handen gedragen. De Nederlandse De Vries echter kruipt in zijn schulp en mokt over de eurosceptische koers van zijn eigen VVD. Niet te luidruchtig natuurlijk, want daarvoor is hij te zeer een gentleman. Pas als hij weer een mooie Europese klus buiten de landsgrenzen krijgt voorgeschoteld, leeft hij op.

Met dit dubbele beeld heeft De Vries zelf moeite. Het doet hem geen recht, vindt hij. In het algemeen voelt hij zich ongemakkelijk wanneer de aandacht zich op zijn persoon richt in plaats van op de inhoudelijke kwesties waarmee hij bezig is. ,,Toen hij staatssecretaris was, heb ik hem wel eens gezegd dat hij zichzelf wat meer in de openbaarheid moest neerzetten'', zegt Frank de Grave. Hij kent De Vries al sinds de jaren zeventig, toen ze elkaar aflosten als voorzitter van VVD-jongerenorganisatie JOVD. ,,Maar zichzelf meer neerzetten ligt Gijs niet. Hij vertelt niet graag over zichzelf.'' Het droge commentaar van De Vries zelf: ,,Ach, er is in Den Haag al zoveel klatergoud.''

Zijn nieuwe functie komt hoe dan ook als geroepen. Sinds vorige zomer, toen zijn taak als vertegenwoordiger van het kabinet bij de onderhandelingen over een Europese grondwet er opzat, stond hij op non-actief. Zijn voornaamste wapenfeit van de afgelopen maanden was zijn benoeming door de Raad van Europa als lid van het Comité van Deskundigen van het Europees Handvest voor Regionale of Minderheidstalen. Het was naar de maatstaven van De Vries aan de magere kant, al had hij door de gedwongen pauze eindelijk meer tijd voor zijn Canadese vrouw, zijn twee zoons en zijn hobby, vogels kijken.

Het kabinet voelde zich aan De Vries verplicht omdat hij de onderhandelingen over de grondwet bij de Europese Conventie volgens iedereen voortreffelijk had gevoerd. Daarom werd al enige tijd naar een passende functie gezocht. Zo mislukte volgens bronnen in Brussel onlangs een poging hem benoemd te krijgen als EU-ambassadeur in Washington. Vrijwel onopgemerkt werd De Vries kort voor de aanslagen in Madrid door het kabinet benoemd tot ambassadeur in bijzondere dienst. Hij zou voor Buitenlandse Zaken moeten kijken wat de consequenties zijn van de komst van een Europese buitenlandse dienst. Toen er echter onverwachts een coördinator tegen het terrorisme werd gezocht, zagen minister Bot (Buitenlandse Zaken) en Thom de Bruijn, de Nederlandse gezant bij de EU, hun kans schoon. Weliswaar stribbelde Javier Solana, de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlands beleid, nog even tegen – hij wilde iemand uit zijn eigen stal – maar uiteindelijk werd het toch De Vries.

De Vries moet in de eerste plaats proberen de inlichtingendiensten in de EU-staten, de politie en de veiligheidsdiensten beter te laten samenwerken. Ook moet hij nieuwe wetgeving entameren en lidstaten die het akkoord over het Europees Arrestatiebevel nog niet hebben geratificeerd (waaronder Nederland) achter de broek zitten. De Vries moet verder vóór de volgende Europese Raad een Actieplan tegen het terrorisme opstellen.

Dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Met name de Fransen hebben al openlijk te kennen gegeven dat ze er niet over peinzen allerlei geheimen van hun inlichtingendiensten met anderen te delen. Opvallend was ook dat geen van de grote EU-staten aanspraak maakte op de nieuwe functie. Zeker, ze aanvaarden de noodzaak van een nieuwe functionaris voor de terreurbestrijding. Maar al te zwaar hoeft die wat hun betreft niet te worden. Nadrukkelijk werd de nieuwe coördinator onder en niet naast Solana geplaatst.

De grote vraag is met welk van beide De Vriezen de EU zal worden geconfronteerd: met de doelmatige Europese uitgave of met de minder succesvolle Nederlandse?

Geboren in New York (zijn vader werkte bij de KLM) en getogen in Den Haag, voelde hij zich al in zijn late tienerjaren tot de VVD aangetrokken. Zijn curriculum vitae is dan ook sinds zijn twintigste doordesemd van de politiek. Vrienden uit die jaren herinneren zich De Vries als een gedreven en serieuze jongen, belijdend lid ook van de Nederlands Hervormde kerk. ,,Hij was niet jong en rebels, zoals de meeste JOVD-voorzitters dat waren'', herinnert De Grave zich. ,,Hij kleedde en gedroeg zich een beetje alsof hij al president-directeur van Shell was. Het was niet iemand die lang bier dronk aan de tap, met een leuke dame aan zijn arm.'' Toch werd hij alom gerespecteerd wegens zijn heldere analyses, welsprekendheid en Brits aandoende humor.

In de internationale omgeving van het Europees Parlement was De Vries met zijn grote talenkennis en diplomatieke vaardigheden in zijn element. Al op zijn 33-ste werd de gepassioneerde Europeaan De Vries lijsttrekker van de VVD bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Vooraanstaande buitenlandse media als de Financial Times en de Frankfurter Allgemeine klopten graag bij hem aan voor interviews.

Weer vijf jaar later schopte hij het tot voorzitter van de toen 55 leden tellende fractie van de liberalen in het Europees parlement. Tot algemene tevredenheid, ondanks het feit dat de fractie vol zat met oud-bewindslieden met grote ego's. ,,Hij was de beste van de tien voorzitters die ik heb meegemaakt'', zegt zijn vroegere EP-collega Florus Wijsenbeek. ,,Hij gaf iedereen het zijne, op een heel intelligente en rechtvaardige wijze. Als we vastzaten in een debat, stond Gijs op en gaf de goede oplossing.'' Net fractievoorzitter geworden, weigerde De Vries bij de formatie van het eerste Paarse kabinet het staatssecretariaat voor Defensie, dat VVD-leider Bolkestein hem aanbood.

Na veertien jaar in Brussel en Straatsburg accepteerde De Vries in 1998 echter wel een post als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in het tweede Paarse kabinet. Meer gunde Bolkestein hem niet. De toenmalige VVD-leider vond dat hij te weinig ervaring had. ,,Bolkestein ging uit van het criterium tried and trusted``, zegt De Grave, zelf minister van Defensie in dat kabinet. De Vries werd belast met Antilliaanse Zaken en met rampenbestrijding. ,,Hij was lang buitengaats geweest. Dus ik gaf hem er ook de brandweer maar bij'', aldus Peper. ,,Als je Nederland wilt leren kennen, moet je de brandweer gaan doen. Dat is een soort inburgeringscursus.'' De minister raakte echter niet onder de indruk van de verrichtingen van zijn staatssecretaris, die hij soms plagerig ,,mijn kleine spuitgast'' noemde.

Ook onder Klaas de Vries, die Peper in 2000 opvolgde, kwam Gijs de Vries niet uit de verf. Na de vuurwerkramp van Enschede volgde de cafébrand in Volendam. ,,Die cafébrand heeft hij zich zeer aangetrokken'', aldus oud-minister De Vries. ,,Hij is een vreselijk gevoelige man.'' Bij de afwikkeling van beide rampen speelde De Vries echter geen hoofdrol, niet in de laatste plaats omdat zijn chef en ook premier Kok zich er zelf direct mee gingen bemoeien. Op de aanpak van de staatssecretaris van het nieuwe communicatiesysteem voor politie, brandweer en ambulances, C2000, rustte al evenmin zegen. Het systeem had in 2000 gereed moeten zijn, maar het systeem werkt tot op de dag van vandaag niet en heeft bovendien veel meer gekost dan de bedoeling was.

Ook op de Antillen denken velen met gemengde gevoelens terug aan staatssecretaris De Vries. Suzy Römer, die tot 2002 premier van de Antillen was, verwijt hem te streng te zijn geweest. Hij dwong de Antillen tot drastische bezuinigingen. ,,Het beleid dat De Vries voor de Antillen overeind hield, is er uiteindelijk mede de oorzaak van geweest dat de partij van Godett zo groot geworden is'', aldus Römer. ,,De onvrede onder de bevolking groeide enorm in die periode omdat de verarming toenam.''

Oud-gevolmachtigd minister voor de Antillen Carel de Haseth heeft ook stevige kritiek. ,,Hij heeft de signalen van de Antillen nooit begrepen'', aldus De Haseth. ,,Er is uiteindelijk geen instemming ontstaan over het saneringstraject, terwijl de Antillen echt hard bezig waren de problemen op te lossen. Er zijn kansen blijven liggen in die periode. Dat is de portefeuillehouder aan te rekenen.''

Vrienden van Gijs de Vries vinden dat hem hiermee geen recht wordt gedaan. ,,Hij kreeg letterlijk de rampenportefeuille'', meent Wijsenbeek. ,,Op de post Antilliaanse zaken heeft nog nooit iemand gescoord'', stelt collega-europarlementariër Elly Plooij. De Vries zelf verdedigt nog altijd zijn aanpak van de Antillen. In de jaren dat hij zich ermee bezighield, kregen de Antillen wel degelijk veel steun. Maar toen de Antilliaanse bestuurders hun afspraken niet nakwamen, weigerde De Vries naar zijn zeggen nog meer hulp te geven.

De VVD-top was teleurgesteld over de wijze waarop De Vries zich van zijn staatssecretariaat had gekweten. Na de turbulente verkiezingen van mei 2002 passeerde de nieuwe VVD-leider Gerrit Zalm hem nadrukkelijk voor het staatssecretariaat voor Europese Zaken, dat hem op het lijf leek geschreven. In plaats daarvan mocht de in Europese kwesties totaal onervaren Atzo Nicolaï aantreden. De Vries belandde in de Tweede Kamer, waar hij lid werd van de commissie-Vos, die onderzoek deed naar de bouwfraude.

Het waren niet louter de prestaties van De Vries als staatssecretaris, die hem een mooie functie kostten. Minstens even belangrijk was dat de VVD onder Zalm, nog meer dan onder Bolkestein, een eurosceptische koers was ingeslagen. De minister van Financiën legde hoofdzakelijk de nadruk op de vraag hoeveel het EU-lidmaatschap Nederland kost. Alles wat uit Brussel kwam, werd met grote argwaan bejegend. Dat lot trof ook De Vries, die werd gezien als te Europees.

De oud-staatssecretaris zelf verzette zich tegen deze beperkte visie op Europa. ,,De VVD heeft sterk de neiging de Europese samenwerking te reduceren tot de economie, de markt. Dat past niet bij de internationale werkelijkheid'', zei De Vries eind vorig jaar tegen deze krant. ,,Door de VVD en andere partijen wordt slordig omgesprongen met het Nederlandse buitenlands beleid'', aldus De Vries gisteren. ,,Ik waarschuw daartegen. Onze invloed hangt af van de mate waarin we een betrouwbare en voorspelbare partner zijn, daarbij is het Fortuynisme geen goed kompas.'' Veel bijval kreeg hij tot dusverre niet voor dit soort geluiden.

In de herfst van 2002 lachte het geluk De Vries echter weer toe, in de vorm van een aansprekend Europees karwei. Het kabinet had snel een nieuwe vertegenwoordiger nodig bij de Europese Conventie, waar een Europese grondwet in de steigers werd gezet. Het werd wellicht De Vries' finest hour tot nu toe, waarbij hij zijn beide identiteiten, de Europese en de Nederlandse, zonder moeite met elkaar wist te verenigen. Nederland had tot dan toe slechts een ondergeschikte rol gespeeld bij de Conventie. Maar onder De Vries veranderde dat. Hij wist handig compromissen te sluiten en gebruikte met succes zijn vele Europese contacten. Met zijn goed getimede interventies in de plenaire vergadering verwierf hij zich gezag. Nederland telde weer mee. ,,Hij heeft het heel goed gedaan'', zegt ook de PvdA'er Frans Timmermans, die voor de Tweede Kamer aan de Conventie deelnam. ,,Maar zijn rol is ook wel eens overdreven. Hij was ook weer niet de verlosser.''

Nu kan De Vries opnieuw aan het werk in zijn geliefde Europa. Voor het eerst ook in een meer bestuurlijke functie. De Nederlandse politieke cultuur zal hij niet missen. Frank de Grave: ,,Misschien is het gewoon zo dat hij beter tot zijn recht komt in een andere setting dan in de Nederlandse politiek.''