Snelwegtribune

De oudste snelweg ter wereld, de Avus bij Berlijn, was ooit een racebaan. De monumentale tribune langs de weg dreigt na zeventig jaar te worden gesloopt.

Autostromen kunnen hypnotiserend werken. Afgelopen september zette kunstenaar Peter Stel een tribune langs de A12 bij Arnhem en daarmee maakte hij van de snelweg een tijdelijk theater, met de gele natriumlampen als spotlights en de langsdenderende automobilisten als acteurs.

De echte liefhebber van snelwegen moet echter in Berlijn zijn. Aan de Avus, de snelweg die de stad invoert, staat al bijna zeventig jaar een permanente tribune. Geen rijtje gele kuipstoeltjes zoals aan de A12, maar een tweehonderd meter lang gevaarte met smalle houten banken en een fiere overkapping. Deze tribune zou zo langs een ouderwetse drafrenbaan kunnen staan.

Je moet wel even over een hek klauteren om er te komen, maar dan heb je uitzicht op een tweemaal driebaans snelweg met druk in- en uitvoegend verkeer. Bovendien is dit historische grond: in 1921 was de Avus de eerste Nur-Kraftwagen-Straße van de wereld. Omdat een `weg uitsluitend voor auto's' omslachtig was in het gebruik, werd acht jaar later de term Autobahn bedacht en het duurde nog eens vijf jaar voordat de nazi's hun aanvankelijke verzet tegen de Autobahnen opgaven en de uitbouw van een rijkswegennet drastisch ter hand namen.

De Avus, een afkorting van Automobil Verkehrs- und Übungsstraße, was in de eerste plaats een racebaan en pas in tweede instantie een tolweg waar ook andere auto's mochten komen. De `kleine volksverhuizing' die uitliep voor de openingsrace, zag Fritz von Opel met een gemiddelde snelheid van ruim 128 kilometer per uur winnen. Elk jaar werden records gebroken, maar eind jaren twintig kwam de klad erin. Racewagens weken uit naar Italië en op de Avus raceten alleen nog motoren.

Het waren de nazi's die de Avus nieuw leven inbliezen met de bouw van de Nordkurve, een steil oplopende keerlus waar racewagens onder een hoek van 43 graden doorheen joegen. De huidige tribune werd pal naast de Nordkurve gebouwd, zodat de toeschouwers goed zicht hadden op de zware ongelukken in deze levensgevaarlijke bocht.

In 1959 vond Jean Behra hier bijvoorbeeld de dood, tijdens de Grote Prijs van Duitsland. De regen had de klinkers van de steile wand spekglad gemaakt en Behra verloor de controle over het stuur van zijn Porsche. De wagen ramde een betonblok waarop in de Tweede Wereldoorlog een afweergeschut had gestaan, Behra werd uit de wagen geslingerd en door een lantaarnpaal onthoofd. Collega-coureur Stirling Moss betitelde de Avus na afloop van de race als ,,een van de slechtste racebanen van de wereld''.

Incidenteel werden er nog motorraces gehouden, maar als racebaan had de Avus afgedaan. De weg was gereduceerd tot een verbindingsstuk in het net van Autobahnen, en zelfs daarbij zat het 's werelds oudste autoweg niet mee. Uitgerekend hier sloegen milieubeschermers en veiligheidsdeskundigen een bres in de trots van de Duitse autorijders: het recht om zo hard te rijden als je wilt. In 1988 kreeg de Avus een maximumsnelheid van honderd kilometer per uur.

De Nordkurve is inmiddels afgebroken en op die plek mogen vrachtwagens nu maximaal twee weken parkeren. De tribune is wél blijven staan: samen met het naastgelegen Motel Avus is hij op de monumentenlijst geplaatst. Maar anders dan het motel kan de tribune zichzelf financieel niet bedruipen, elk jaar moet het Bundesvermögensamt vijftig- tot zestigduizend euro uittrekken voor het onderhoud. Op 1 juli aanstaande wordt deze overheidsdienst, die te vergelijken is met de Nederlandse dienst Domeinen, verzelfstandigd. ,,Het is voor ons een dringende vraag waarom wij die kosten zouden moeten blijven dragen'', zegt woordvoerder John. En dus dreigt de sloophamer voor de verlaten snelwegtribune.