Politie kijkt toe bij vlagverbranding

De AEL liet afgelopen zaterdag op de Dam een Israëlische vlag in brand steken. De politie greep niet in. De demonstratie tegen de liquidatie van Hamas-leider Yassin was snel voorbij.

Wanneer op het geïmproviseerde podium voor het Paleis op de Dam iemand de `zionistische entiteit' van racisme en terreur beschuldigt, begint het achter het podium steeds sterker naar brand te ruiken. Een stuk of vier jonge Noord-Afrikaanse jongens staan bij elkaar. Een van de jongens heeft een vuilniszak in zijn handen. Uit de vuilniszak steekt een stok en uit de plasticzak kringelt rook op. In de zak is een wit met blauw afgezette doek te zien. Het is de vlag van Israël.

Ongeveer honderd mensen komen afgelopen zaterdagmiddag af op een demonstratie tegen de liquidatie door Israël van Hamas-leider sjeik Ahmed Yassin op 22 maart. Oorspronkelijk zou de bijeenkomst in Amsterdam in het teken staan van protest tegen de bouw van de muur tussen Israël en Palestijnse gebieden. De organisatoren zijn de Internationale Socialisten (IS), het Komitee Marokkaanse Arbeiders Nederland (KMAN), Arabisch Europese Liga Nederland (AEL-NL) en het Euro-Mediterraan Centrum Migratie & Ontwikkeling (EMCEMO). Nadat de AEL vorige week de dood van sjeik Yassin uitriep tot centraal thema van de demonstratie, trok het Nederlands Palestina Komitee trok zich terug uit de organisatie.

Israël is de vijand voor de demonstranten. Jongeren van de Internationale Socialisten scanderen: ,,Sharon, Bush; de echte terroristen''. Andere demonstranten droegen borden met: `Zionisme = racisme'. Een paar jongens hebben een doek om de schouders waarop een man staat afgebeeld die over een jongetje heenligt. Het is het symbool van de Palestijnse burger die zijn zoontje probeert te beschermen tegen rondvliegende kogels.

Plotseling grijpt een wat oudere man, gekleed in pak en met stropdas, de stok die uit de zak steekt. Het is Moustafa Turky, die zich ,,de woordvoerder van de Palestijnen'' noemt. Er volgt een korte dialoog op hoge toon. Terwijl omstanders al roepen ,,Ordedienst, ordedienst'', bijt Turky de jongens die bezig zijn met de vlagverbranding toe: ,,Ik ben Palestijn''. Snel wordt de kring kijkers groter. Fotografen komen toegesneld. ,,Doe dit niet'', zegt Turky, ,,dit is wat de media willen''.

Turkey wint het handgemeen en loopt met de vlag tegen zich aangeklemd naar de auto achter het podium. De secretaris van de AEL, Naïma Elmaslouhi, volgt hem woedend: ,,Dit is mijn vlag. Wij zijn van de AEL, Het is onze vlag.'' Moustafa gooit de vlag in de auto en sluit hem af. ,,Ik heb die vlag gekocht'', zegt Elmaslouhi. ,,Ik eis mijn vlag terug''.

,,Het verzet tegen Israël wordt gecriminaliseerd door de westerse media'', klinkt het intussen op het podium. In de ogen van veel Palestijnen is Hamas een lovenswaardige organisatie omdat zij – naast het gewapende protest tegen Israël – geld doneert voor de stichting van scholen en ziekenhuizen, en dat kan de AEL waarderen, zegt een spreker van de AEL. Op de Dam is te zien hoe Naïma Elmaslouhi van de AEL terugkeert met een oudere man met kort, grijs haar. Hij begint omstandig in te praten met Turky en krijgt uiteindelijk de vlag terug.

Korte tijd later wordt de Israëlische vlag in brand gestoken en vertrapt. De politie grijpt niet in. Volgens een politiewoordvoerder mag een vlag ook worden verbrand, ,,mits dat geen gevaar oplevert voor anderen of voor goederen''. R.Naftaniel van het Centrum Informatie Documentatie Israël (CIDI) noemt het verbranden van de vlag vlak bij het Nationaal Monument ,,ongepast''.

Het is zaterdagmiddag dringen in het centrum van Amsterdam. Al tijdens de anti-Israël demonstratie verzamelen zich andere demonstranten op de Dam. Het podium is nog niet afgebroken of een vrouw met het bord: `Jezus maakt je waarlijk vrij van alle zonden' begint te zingen.