London Calling is succesvol en ook bizar

London Calling, het festival voor nieuwe Engelse bands dat Paradiso zo'n twee keer per jaar organiseert, bestaat al voor het dertiende jaar en is nog altijd een succes. Zo ook de editie van afgelopen zaterdag, die ondanks de afwezigheid van een publiekstrekker als The Darkness – dat op de vorige editie optrad – bijna was uitverkocht.

De zaal was zeker voor de helft gevuld met Britten. Waarschijnlijk heeft het festival ook in Engeland een opwindende reputatie. De zaterdag bood een mooi programma van negen bands met wisselende stijlen. Al waren er een paar zo bizar dat je zou denken dat ze speciaal zijn opgericht om op London Calling te kunnen optreden. Zoals de acht stonede witte rappers van Goldie Lookin' Chain, die met hun amechtige show lieten horen dat ze nog wel wat kunnen leren van bijvoorbeeld ons Opgezwolle.

Ook Stazi, met bijna blote danser en zanger in groen uniform, was merkwaardig. Als een derderangs Soft Cell bespeelde een man het keyboard, terwijl de zanger liedjes bestaand uit slechts één tekstregel (`We are Stazi!') voor zich uit riep. Maar gelukkig was er ook eigenzinnig talent uit Wales: The Keys. Vorig jaar maakten The Keys maakten een nogal vaag debuut, met sixties-achtige liedjes en murmelende zang. Maar live bleken de roodbaardige zanger/gitarist en zijn muzikanten sprankelend en overrompelend. De hang naar de jaren '60 sprak nog uit een enkel Shadows-citaat en uit de country-achtige cover van Pink Floyds Lucifer Sam.

Het is opmerkelijk hoe de ene band wel wegkomt met een retro-stijl en de andere erin blijft steken. Dat laatste gebeurde bij The Stands. Op hun debuut waren al veel Byrds en Beatles-invloeden te horen, en live werden de voorbeelden nog slaafser gevolgd. Waarschijnlijk zit het verschil in de mate waarin een band zich de retro-invloed heeft eigen gemaakt. The Keys overstegen het predikaat door hun volstrekt vanzelfsprekende uitvoeringen; The Stands werkten te hard.

Er was veel bijval voor Oceansize. De groep met drie gitaristen zorgt voor een broeierig soort kunst-rock, waarin de liedjes-vorm ondergeschikt is aan aanzwellende geluidsvariaties op de gitaar. Die variaties waren ook te horen bij de opener van de avond, het imposante Boxer Rebellion van Australisch/Amerikaans/Britse afkomst. Maar hier kregen zweverige gitaar en zang toch een liedjesvorm, en kregen ze extra flair door de buitenissige patronen van de drummer. Stuwend en avontuurlijk, zoals je het binnen een rocksong weinig hoort.

Een van de beloften van de avond, het in Engeland al aardig populaire The Zutons, bleek een feesten&partijen-band met toeterende saxofoniste. Al klinkt de band in een enkel nummer grappig theatraal door de afwisseling van zangstemmen. Maar er was ook slecht nieuws op deze avond: de solo is terug. Bij minstens drie groepen (The Stands, The Keys, The Zutons) werd tijd ingeruimd voor een solo-uitspatting van drummer, saxofonist of gitarist. Het wordt weer tijd voor een punk-beweging.

Concert: London Calling, met oa The Zutons, The Keys, Boxer Rebellion. Gehoord: 27/3.