LAGE OPKOMST BIJ VERKIEZING VOOR EUROPARLEMENT...

De opkomst voor de verkiezingen van het Europees Parlement in juni zal weer bedroevend laag zijn. Nederland was in 1999 voorlaatste in het rijtje EU-lidstaten met 29,9 procent van de kiesgerechtigden. Volgens opiniepeiler Maurice de Hond zullen straks nog minder Nederlanders naar de stembus gaan. Initiatieven als van MTV, dat Theo van Gogh met politici en publiek over Europa wil laten praten, zullen niet helpen. De vorige week aangekondigde bustocht met `lijn-25' van het NOS-journaal door nieuwe en oude lidstaten zal ongetwijfeld mooie plaatjes en aardige gesprekjes opleveren, maar er zal geen kiezer méér naar stembus gaan. Aan een lage opkomst valt bijna niets te doen.

De visie van een eurosceptische zwartkijker? Nee. Doen europarlementariërs hun werk dan zo slecht dat kiezers zich om die reden massaal van hen afkeren? Integendeel, volgens de Eurobarometer ziet 81 procent van de burgers het Europarlement als de belangrijkste Europese instellling, die van alle EU-instellingen bovendien het meeste vertrouwen geniet. Het Europarlement levert een belangrijke bijdrage aan regelgeving op terreinen als voedselveiligheid, milieu, interne markt, transport en telecom, die direct van invloed is op Europese burgers. Maar zulke wetgeving is meestal nogal technisch van aard, waardoor het zelden tot een echt politiek debat komt.

Je zou het de Brusselse paradox kunnen noemen. Europarlementariërs doen hun werk zo goed en zo efficiënt dat de burger er weinig van ziet, als hij er al wat van begrijpt. Parlementsvoorzitter Pat Cox noemde het Europarlement tijdens de EU-top vorige week nog ,,een strategische partner om het wetgevingsproces te versnellen''.

Het Europarlement is geen pure wetgever zoals een nationaal parlement, maar heeft het recht van `co-decisie' in veel zaken. Dit medebeslissingsrecht betekent dat het Europarlement altijd op één lijn moet komen met een gekwalificeerde meerderheid van de vijftien lidstaten. Zonodig kan na twee lezingen een `conciliatieprocedure' volgen. Als zij het niet met elkaar eens worden, komt er simpelweg geen wetgeving.

LANDSBELANG GAAT VAAK VOOR...

Daar komt bij dat Europarlementariërs zich ook laten beïnvloeden door belangen van de lidstaat waar zij zijn gekozen, wat het allemaal nog ondoorzichtiger maakt. Zo komen Nederlandse parlementsleden steevast op voor het wegtransport. Partijpolitieke verschillen spelen in het Europarlement geen grote rol. Zo werd onlangs de richtlijn voor liberalisering van havendiensten op het nippertje verworpen door toedoen van de Vlaamse liberalen, die doorgaans voor elke liberalisering zijn. Belangrijkste reden: het massale verzet van Antwerpse havenarbeiders. Duitse europarlementariërs hielpen twee jaar geleden eensgezind de overnamerichtlijn van eurocommissaris Bolkestein om zeep – die bedrijfsovernames moest vergemakkelijken – omdat ze bedrijven als Volkswagen tegen ongewenste gegadigden uit het buitenland willen beschermen.

Europarlementariërs verenigen zich in politieke fracties en niet op nationaliteit. ,,Toch is hiermee niet gezegd dat Europarlementariërs hun landsbelang uit het oog verliezen,'' zo onderstreept parlementslid Wim van Velzen. De CDA'er maakt zijn opmerkingen in het liber amicorum ten afscheid van de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, als Permanent Vertegenwoordiger (PV) van Nederland bij de EU. Van Velzen prijst Bots ,,pro-actieve'' houding. Zo werden Nederlandse belangen bij belangrijke telecom-wetgeving kundig veiliggesteld. ,,De PV heeft ervoor gezorgd dat op de juiste momenten overleg plaats vond met het parlement,'' aldus Van Velzen.

Voor Europese burgers, die vooral zijn geïnteresseerd in de belangen van de eigen lidstaat, maakt het dus weinig uit op welke partij ze stemmen. Thuisblijven is al gauw het alternatief. De groenen, die zich sterk maken voor consument en milieu, lijken zich nog het minst nationaal op te stellen.

Het Europese wetgevingsproces betekent wheelen en dealen, waarbij de Europese Commissie als initiatiefnemer ook nog is betrokken. Het is als een permanent `torentjesoverleg' te beschouwen. Europarlementslid Dorette Corbey (PvdA) heeft het in de Internationale Spectator over de ,,politieke kookpot'' van Brussel. ,,Politieke standpunten zijn in het eindresultaat nauwelijks herkenbaar'', aldus Corbey. Iedereen doet er z'n ingrediënten in. Ook lobbygroepen kunnen nog kruiden toevoegen. Toch komt er meestal een prima drinkbare soep uit de pot. Corbey constateert dat politieke polarisatie vrijwel alleen plaatsvindt op terreinen waarover het parlement weinig te zeggen heeft, zoals buitenlands beleid of criminaliteitsbestrijding.

Een veel gehoorde remedie om Europa bij de burger te brengen is het debat over wetsvoorstellen in een vroegtijdig stadium ook in de nationale parlementen te voeren. Maar degenen die dat suggereren erkennen meestal dat het geen echte oplossing is. Volgens politicoloog Hugo D'Hollander, die vorige maand in Brussel z'n proefschrift De democratische legitimiteit van de Europese besluitvorming presenteerde, kunnen nationale parlementariërs hun ministers dan meer beïnvloeden. Maar hij erkent dat het ,,allemaal te abstract blijft om het publiek te interesseren''. Volgens Corbey maakt het technische karakter van de wetgeving het ,,niet gemakkelijk'' nationale parlementen bij de besluitvorming te betrekken. Haar D66-collega Johanna Boogerd ziet nog een probleem, omdat Haagse politici hun collega's in Brussel als ,,concurrenten'' beschouwen. ,,Er wordt nauwelijks samengewerkt, omdat Kamerleden het niet zien zitten dat er ook in Brussel problemen worden aangepakt'', zei ze in een radiodebat. Een geluid dat vaker in het Europarlement wordt gehoord.

OVERSTAP NAAR LOBBYCIRCUIT...

Het ingewikkelde wetgevingsproces in Brussel biedt in elk geval ongekende mogelijkheden voor europarlementariërs die er na de volgende verkiezingen niet meer bij zijn. Zo blijft CDA'er Wim van Velzen, gerespecteerd als uiterst effectief en kundig europarlementariër, in Brussel actief als consultant. Op zijn website (www.wimvanvelzen.nl) werft hij al bedrijven en instellingen die op de Europese markt kansen laten liggen ,,omdat ze onvoldoende geïnformeerd zijn over wat er gebeurt in Brussel of niet tijdig inspelen op bestaande regelgeving''. Gewoon klikken op `EU Advisering' of EU Consultancy'.

2,3,4 april: informele bijeenkomst ministers van Financiën. 26, 27 april: ministers van landbouw en visserij. 29, 30 april: ministers van justitie en binnenlandse zaken.