Inburgeren met het Wilhelmus

Er bestaan over de gehele breedte van de Nederlandse politiek zorgen over verlies van normen en waarden in de samenleving. Bij een streven naar heroriëntering horen maatregelen die erop gericht zijn dat iedere Nederlander fatsoenlijk zijn volkslied kan meezingen. Daarnaast kan het Wilhelmus een bijdrage leveren aan het aankweken en versterken van het `Nederlandsgevoel' van kandidaat-staatsburgers. Tot de minimale eisen voor iemand die wil inburgeren behoort dat hij onze taal leert, liefst alvast in het land van herkomst. Verder moet hij iets weten van de inrichting van de staat, het functioneren van de democratie, de monarchie en een paar hoofdlijnen van de geschiedenis van ons land kennen.

Vanzelfsprekend maakt van dit pakket ook het aanleren van het Wilhelmus deel uit. Het verbaast mij dat dit tot nu toe in het onderwijspakket op inburgeringscursussen buiten beschouwing is gebleven, of zelfs met zoveel woorden wordt afgewezen. Dat is geheel ten onrechte. In de zestiende eeuw is het al geschikt gemaakt om door alle Nederlanders gezongen te kunnen worden. Ook later hebben verschillende onderzoekers opgemerkt dat er in het Wilhelmus niets staat dat andersgelovigen aanstoot zou kunnen geven.

Het Wilhelmus heeft in de eerste plaats een politieke strekking. In de zestiende eeuw vond het consequent een plaats in bundels met geuzenliederen. Het is een lied dat de Nederlanders stimuleerde om voor hun politieke vrijheid en vrijheid van godsdienst te vechten. Dit geuzenlied was tegelijk ook een lied met sterk religieuze trekken. In de zestiende eeuw was dat niets bijzonders. Bijna alle liederen in het beroemde geuzenliedboek hebben een duidelijk religieus gehalte. De samenleving was toen nog sterk godsdienstig gekleurd.

Het Wilhelmus is dus geen psalm of een lied van de kerk, zoals wel beweerd wordt. Dat het later in kerkelijke liedboeken is opgenomen, verandert niets aan het karakter. Er bestaat geen gevaar voor inmenging van de kerk in de staat bij het zingen van het Wilhelmus. Sinds 1932 is het Wilhelmus ons enige officieel erkende volkslied (daarvoor zong men ruim honderd jaar lang `Wien Neerlandsch bloed', naar een gedicht van Hendrik Tollens). Sindsdien heeft de regering zich om onbegrijpelijke redenen terughoudend opgesteld, als het erom ging de kennis van het Wilhelmus te bevorderen. Toch zou het Wilhelmus een van de kerndoelen moeten worden in het lesaanbod op de basisscholen en cursussen voor inburgering. Maar dan niet het hele lied. Als we het over het Wilhelmus hebben, denken we met schrik aan een moeilijk te memoriseren lied van vijftien strofen, waar niemand goed raad mee weet. Het is echter nooit zo geweest dat alle coupletten even vaak gezongen werden. In de loop van de jaren zijn allang strofe 1 en 6 uitgeselecteerd.

Tegen het eerste couplet worden vaak bezwaren aangevoerd. Steevast behoort daartoe kritiek op het ,,van Duytschen bloet''.

Nederlanders moeten daar eindelijk maar eens een punt achter zetten. Uit een uitvoerige enquête op de Wilhelmussite (www.wilhelmus.nl) blijkt, dat 68 procent van de Nederlanders daar geen moeite mee heeft. Ook de beide laatste regels ondervinden kritiek. Een soeverein vorst die de koning van Spanje eert, lijkt onzinnig. Dat zou voor hedendaagse Nederlanders zeer onbegrijpelijk zijn. Maar gerede twijfel aan dit standpunt is mogelijk. Het is in een handomdraai uit te leggen wat deze regels betekenen. Willem van Oranje heeft de macht niet zomaar naar zich toegetrokken. De Nederlanders ook niet. Samen hebben ze tegen de Spanjaarden gevochten en dat heeft geleid tot het ontstaan van ons land als onafhankelijke staat. Nederlanders hebben hun vrijheid eerlijk bevochten.

Couplet 6 is religieus van aard. Nederland is vanouds een religieus land. Dat mag best in het volkslied tot uitdrukking komen. Trouwens, veel volksliederen van de ons omringende landen hebben die religieuze dimensie ook. Vooral ook de laatste twee regels van dit couplet (,,Die Tyranny verdrijven, Die my mijn hert doorwondt'') zijn klassiek. Hierin brengt Willem van Oranje tot uitdrukking dat hij samen met de Nederlanders de vijand wil verjagen. Dat is in alle tijden zo gebleven. Ondanks de grote verschillen onder de bevolking staan vorstenhuis en volk samen voor de vrijheid. Die hebben Nederlanders altijd met hand en tand verdedigd. En dat zullen ze samen met het Oranjehuis blijven doen.

Treffender regels voor een volkslied zijn niet denkbaar. Het volkslied moet dus deel gaan uitmaken van het leerstofpakket op inburgeringscursussen en ook in de hoogste klassen van het primair onderwijs worden onderwezen. Niet minder dan 64 procent van de Nederlanders is van mening dat kinderen het Wilhelmus verplicht moeten leren. Het is te hopen dat de overheid snel maatregelen neemt om de achterstand op dit gebied in te halen.

Dr. E. Hofman is neerlandicus. Vorig jaar verscheen van hem de monografie Het lied van Oranje en Nederland – Nieuw licht op het Wilhelmus en zijn dichters.