Haagse Schouwburg 200 jaar

Gistermiddag werd wegens het overlijden van Prinses Juliana de 200-jarige viering van de Koninklijke Schouwburg met `gepaste' aandacht gevierd.

Het grote feest in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag ging gisteren niet door. Wegens het overlijden van prinses Juliana en het afscheid dat velen van haar namen in Paleis Noordeinde besloot de directie de festiviteiten te temperen. Dat nam niet weg dat de viering van het tweehonderdjarig bestaan een zeer bijzonder evenement was, vooral als theatergebeurtenis.

Dat laatste was voornamelijk te danken aan regisseur en acteur Hans Croiset die een lezing hield over Elisabeth Andersen, actrice van het eerste uur van het toenmalige huisgezelschap de Haagse Comedie. Op initiatief van de Koninklijke Schouwburg en het Nederlands Theater Instituut is in 2001 een nieuwe traditie onstaan, de `Ida Wasserman Lezing'. De eerste die drie jaar geleden de lezing hield was Elisabeth Andersen. Zij sprak toen over de bewondering van de ene actrice voor een andere actrice uit het verleden. Nu hield Hans Croiset de tweede Wasserman Lezing. Ook zijn verhaal ging over bewondering, de kunst van het acteren en de unieke speelstijl van de Haagse Comedie juist in die schouwburg. Hij noemt de zaal `een Stradivarius' die alleen bij de juiste bespeling tot zijn recht komt. De lezing van Croiset was indrukwekkend. Hij wist precies te benoemen wat toneelspelen is en wat traditie voor het acteren betekent. Dat is uniek, want er wordt zo vaak gezegd dat er in de Nederlandse toneelkunst geen traditie bestaat.

Directeur Oscar Wibaut liet op video filmopnamen zien waarop prinses Juliana ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag in 1984 een bezoek brengt aan de schouwburg. Zij is aanwezig bij de voorstelling De geschiedenis van een paard, waarvan ze, gezeten in de koninklijke loge, zichtbaar geniet in gezelschap van haar echtgenoot prins Bernhard, koningin Beatrix en prins Claus.

De Schouwburg aan het Korte Voorhout was een geliefde plaats voor prinses Juliana. Er zijn tal van anekdotes over haar te vertellen, waarvan er een de historie moet ingaan. Haar hofdame ging regelmatig met de fiets naar de schouwburg en kocht aan de kassa de kaartjes. De toenmalige koningin ging liefst incognito naar het toneel. Haar ontvangst vond plaats in de Nassaufoyer, waar een van de lakeien een Pall Mall-filtersigaret gereed hield en de ander een kopje zwarte koffie serveerde.

De Koninklijke Schouwburg in Den Haag is helemaal niet zo koninklijk als de naam doet vermoeden. Het begon in 1756 toen Prins Carel Christiaan van Nassau- Wellburg en zijn vrouw Prinses Caroline, de zuster van stadhouder Willem V, enkele panden kochten aan het Korte Voorhout. Het echtpaar vertrok al snel naar Duitsland en het nieuwe kleine stadspaleis verkommerde. In 1802 verkocht het Haagse stadsbestuur het paleis aan een comité van vooraanstaande burgers. Deze burgers hadden de intentie in Den Haag een `schouwburg, de residentie waardig' te stichten. En dat is gelukt. Op 30 april 1804 werd de Koninklijke Schouwburg ingewijd.

Aanvankelijk overheersten de Franse opera en het Franse theater de schouwburg. Totdat in het begin van de twintigste eeuw regisseur Eduard Verkade besloot om in het `Haagsche' toneelvoorstellingen te brengen die een combinatie inhielden van salonconversatie en society-toneel. Tot aan dat moment was taalgebruik door acteurs en actrices op de speelvloer een armzalig iets. Ieder sprak in een eigen dialect. Toneelspelers kwamen veelal voort uit de lagere kringen. Den Haag als theaterstad begon geschiedenis te schrijven, want die lagere stand ontmoette in deze theaterzaal de gegoede stand. Verkade zocht jonge kinderen uit de hogere kringen, want die konden tenminste fatsoenlijk Nederlands spreken. Sindsdien ontstond de zogeheten `Haagse stijl' van acteren, die in de tijden van de Haagse Comedie hoogtij beleefde met regisseurs en spelers als Paul Steenbergen, Guido de Moor, Elisabeth Andersen, Ida Wasserman en vele anderen. Om het belang van de Koninklijke Schouwburg te onderstrepen werd gisteren het boekwerk gepresenteerd, De Koninklijke Schouwburg 1804-2004. Daarin krijgt de Schouwburg voor het eerst de belangrijke, bijna vergeten geschiedenis die deze theaterzaal verdient.