Elsschot

Ik kan niet zeggen dat ik uit mijn stoel rolde van verbazing toen ik vanmorgen bij Arjan Peters in de Volkskrant las dat Willem Elsschot er jarenlang minnaressen op heeft nagehouden. Maar een interessante onthulling was het natuurlijk wél voor liefhebbers van Elsschot.

Liane Bruylants, dichteres en toneelschrijfster, zou van 1946 tot 1951 een intieme verhouding met Elsschot hebben gehad. Zij was vijfentwintig toen de relatie begon, hij vierenzestig. Volgens Bruylants, die nog leeft, zou Elsschot haar hebben verteld dat hij al dertig jaar ook nog een andere minnares heeft gehad. Deze vrouw kon niet worden opgespoord door Martine Cuyt, die dit alles heeft opgeschreven in haar boek Willem Elsschot man van woorden, dat vandaag in Antwerpen uitkomt.

Als ik het goed begrijp, kwam er een einde aan de relatie met Elsschot toen Bruylants `iemand anders begon te zien'. Elsschot zou daarop via zijn advocaat de aan haar geleende 8.000 frank hebben teruggevraagd. Wat een beetje klein klinkt.

Vic van de Reijt, die aan een andere biografie van Elsschot werkt, heeft wel eens geconstateerd dat de literatuur over Elsschot steeds op dezelfde anekdotes en mythes terugvalt. Dat is dan nu ingrijpend veranderd.

Waarom was ik niet zo verbaasd?

In 1994 verscheen het boekje Willem Elsschot, mijn vader, geschreven door dochter Ida de Ridder. Daarin frappeerde mij vooral het hoofdstuk `De jaren dertig'. Zij schrijft daar: ,,Door de cafébezoeken kwam vader later thuis, tot ongenoegen van moeder. Uit die periode stammen de eerste verbale schermutselingen in het bijzijn van de kinderen, of beter: de monologen van moeder. Hij gaf nooit antwoord op haar bitse vragen ,,Waar kom je vandaan?'' of: ,,Ben je niet beschaamd?'' die gepaard gingen met een boze blik naar de klok. Rond half acht gingen wij aan tafel en moeder weigerde te wachten tot de pater familias verscheen. Was het etensuur voorbij, dan werd er afgeruimd en bleef zijn couvert demonstratief achter.''

De rest van de avond zat ma boven en pa, eindelijk thuisgekomen, beneden. ,,Zo leefden zij naast elkaar, tot mei 1940.'' De enkele keren dat hij wél mee-at, waren een beproeving omdat Elsschot zo zwijgzaam was. ,,Kunt gij niet spreken?'' vroeg zijn vrouw wel eens.

,,In die jaren'', schreef Ida de Ridder, ,,vervreemdde ik zodanig van vader dat ik hem ten slotte beschouwde als een curiosum, als een element in ons interieur dat nog nauwelijks iets menselijks had.''

Toen ik dat had gelezen, begon ik te vermoeden dat Elsschot jarenlang in zekere zin een dubbelleven had geleid. De Vlaamse acteur Guido Lauwaert schreef al in 1994 in een open brief aan Ida in Het Parool: ,,Welnu, Ida, ik weet waar hij zat: bij de vrouwen van al of niet lichte zeden. Je vader was gek van de vrouwen. Ontken het niet. Jij weet dat maar al te goed.''

Vaak kan degene die in het geheim het leven heeft gedeeld met een beroemde partner, de verleiding niet verstaan om uit de school te klappen. Wat Liane Bruylants nu doet, deed Renate Rubinstein met Carmiggelt. Als ze een verhouding met de groenteboer hadden gehad, zouden we er minder over hebben gehoord.