De ondergang van de `chiraquie'

De wedergeboorte van links bij de regionale verkiezingen in Frankrijk markeert volgens commentatoren de ondergang van de `chiraquie', de beweging van Chirac. De president zal ministers moeten vervangen. Maar is dat genoeg?

Op een spotprent in het satirische weekblad Le Canard Enchaîné van deze week werd François Hollande, de leider van de Franse socialisten, de vraag gesteld hoe hij het succes van de socialisten bij de eerste ronde van de regionale verkiezingen verklaarde. ,,Geen idee'', zo luidde het eenvoudige antwoord. De tekenaar (en met hem Hollande) sloeg de spijker op de kop.

Dat wil zeggen, er zijn verklaringen te over voor het succes van links, dat de kiezer gisteren bij de tweede ronde alleen nog maar vergrootte. Maar welke verklaring men ook kiest, aan zichzelf heeft links de overwinning niet te danken. Net als haar geestverwanten elders in Europa kampt de Franse linkse beweging (socialisten, maar ook de groenen en de communisten) met identiteitsproblemen.

Daar komt voor Frans links nog bij de traumatiserende nederlaag van 21 april 2002, toen de socialistische presidentskandidaat Lionel Jospin het aflegde tegen de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen. Als was het om de definitieve teloorgang van de eigen ideologie te onderstrepen zag links zich vervolgens gedwongen massaal op het enige overgebleven fatsoenlijke democratische alternatief te stemmen – op de verafschuwde, zittende rechtse president en `ladenlichter' Jacques Chirac dus. Die nam, dankzij links uitverkoren met een Sovjet-achtige meerderheid van meer dan 82 procent van de stemmen, voor de tweede opeenvolgende keer zijn intrek in het Elysée.

Sindsdien verkeerde links in een diep coma. Tot vorige week zondag, toen een eclatante verkiezingsoverwinning, gisteren nog eens extra onderstreept, de beweging wakkerschudde. Men spreekt, op gevaar af van een inflatie van het woord, opnieuw van een `aardverschuiving'. Verkiezingen lijken in Frankrijk alleen nog maar historische data op te kunnen leveren: net als `21 april' is `28 maart' nu al een door commentaarschrijvers gemunt begrip.

Want behalve de wedergeboorte van links markeert de dag van gisteren de ondergang van de `chiraquie', de beweging van Chirac. Op basis van de inderdaad verpletterende nederlaag van rechts schrijven de media zonder terughoudendheid hun necrologie van een president die nog tot 2007 in functie blijft. Is dat alleen al gezien de aardverschuivingen die de ge-ontideologiseerde kiezer keer op keer teweegbrengt, wellicht wat al te voorbarig, zeker is dat Chirac in grote moeilijkheden verkeert.

Alles wijst erop dat de kiezer niet zozeer lokale bestuurders heeft gekozen alswel Chiracs door premier Jean-Pierre Raffarin geleide regering heeft afgestraft. Raffarin beweerde na de voor hem al desastreus verlopen eerste ronde van vorige week zondag dat hij `de rug recht' zou houden en zou doorgaan met hervormingen. Daarmee liet hij ferm blijken aan te zullen blijven. Dat Chirac hem wilde handhaven was dan ook waarschijnlijk: het gevaar is te groot dat rechts in juni bij de Europese verkiezingen weer een pak slaag krijgt. Liever dan opnieuw de vervanger van Raffarin te moeten vervangen, zag Chirac de politiek reeds tot op de draad versleten Raffarin de beker tot de laatste druppel leegdrinken.

Maar de rechte-rugbenadering van Chirac en Raffarin heeft de kiezers overduidelijk op een idee gebracht: ze kwamen gisteren met versterkte troepen (drie procent meer dan vorige week) naar de stembus en vaagden het zowel op landelijk als regionaal niveau oppermachtige rechts volledig weg. Zo kreeg het verblufte links gisteren 21 van de 22 regio's in handen, terwijl het tot nu toe in slechts acht daarvan de scepter zwaaide.

Daarmee is Frankrijk sinds gisteren een land met twee haaks op elkaar staande bestuursniveau's: de verkiezingen van gisteren waren immers regionaal en veranderen in principe niets aan de rechtse overmacht in de landelijke politiek.

Maar zelfs ministers erkenden gisteren de `nationale dimensie' van de nederlaag, terwijl lokale partijgenoten openlijk stelden dat niet zij en hun programma door de kiezer waren weggestemd, maar de regering. Dezelfde partijgenoten gingen in hun verbittering zelfs zover de verwijten van de oppositie te herhalen: hervormd moet er inderdaad worden, maar met andere keuzes en niet op deze manier.

Ze namen een voorschot op overwegingen waarover Chirac zich op dit moment het hoofd breekt. Vervanging van ministers is onvermijdelijk. Het `sociale' zou een zwaarder ministerie krijgen, net als de populaire minister Nicolas Sarkozy. Maar dat is niet genoeg, zelfs vervanging van de premier zal de mondige kiezer als kosmetisch ervaren. Chirac zal de kern van het huidige probleem onder ogen moeten zien: wie regeert – en dat wil in deze tijden zeggen: hervormt – wordt afgestraft.

Als één regering knopen had kunnen doorhakken, dan is het die van Chirac, gezien de grote parlementaire meerderheid die hij heeft. Als het die regering niet lukt, welke dan wel? Het pensioenstelsel is aangepast, maar het ziektekostenstelsel en het onderwijs moeten nog aan de beurt komen. Begrotingstekorten en Europa dwingen dat af. Chirac heeft drie jaar om te bewijzen dat hij het kan: dat het land nog regeerbaar is. Onder moeilijker omstandigheden dan voor de regionale verkiezingen. Twee jaar comfortabel regeren heeft dat bewijs niet geleverd. Het is geen wonder dat de oppositie concludeert dat Chirac zelf gisteren door de kiezer onder vuur is genomen.